Organisatie - 1 januari 1970

Masters hebben onvoldoende profiel

De kans is groot dat de beschrijvingen van de eindkwalificaties van een aantal masteropleidingen aan de Wageningen UR niet worden goedgekeurd. Volgens de richtlijnen van de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) zijn deze beschrijvingen te algemeen.

Dit blijkt uit een nota van de werkgroep die alle competentiebeschrijvingen van opleidingen beoordeeld heeft. De werkgroep van studenten en docenten die onder leiding stond van pro-decaan prof. Jos Metz heeft vooral gekeken of de competentiebeschrijvingen voldoen aan de richtlijnen van de NVAO en of het werkveld en de opleidingscommissies zijn geraadpleegd.
Het accreditatieorgaan wil weten wat studenten kunnen en weten na afloop van hun opleiding. Probleem bij de beschrijving van de Wageningse masteropleidingen is echter dat ze vaak ver uiteenlopende specialisaties hebben en weinig onderdelen die alle studenten samen volgen. De studenten die de master Dierwetenschappen volgen hebben zoveel keuzevrijheid dat ze aan het eind van de rit geen enkel gemeenschappelijk vak gevolgd hoeven hebben. Ook bij de master Plantwetenschappen is dit het geval. Beide masters vallen onder het onderwijsinstituut Levenswetenschappen. De opleidingen Management, economics en consumer studies, Biotechnology, Nutrition and health, Molecular sciences en Food technology kampen met vergelijkbare problemen.
De werkgroep adviseert het college van bestuur de accreditatieorganisatie of de visiterende instantie van de VSNU (Qanu) om raad te vragen.
Volgens de werkgroep heeft de opleiding Biologie, die net als de opleidingen Plantenwetenschappen en Dierwetenschappen onder het onderwijsinstituut Levenswetenschappen valt, in haar competentiebeschrijvingen onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de bachelor- en de masteropleiding. De werkgroep adviseert het college van bestuur daarom om de competentiebeschrijving af te wijzen. | G.v.H.

Re:ageer