Wetenschap - 8 september 2016

Martin Kropff maakt meters en airmiles bij het Cimmyt

tekst:
Albert Sikkema

De vorige rector van Wageningen University & Research, Martin Kropff, was afgelopen week even terug in Wageningen. Hij is nu directeur-generaal van Cimmyt, het internationale instituut voor de verbetering van de mais- en tarweteelt. Dat heeft een hoofdkwartier in Mexico en vestigingen in 18 landen. Dus reist Kropff de hele wereld over om onderzoekfondsen te regelen en de organisatie van het landbouwonderzoek te verbeteren.

Kropff was op 31 augustus even in Wageningen. Hij zat in de promotiecommissie van Prisca Oria, die onderzoek deed naar de introductie van geurvallen in Kenia om malaria te bestrijden. ‘Prachtig project’, vindt de gewezen rector, die tevens voorzitter was van de adviescommissie van dit malariaproject Solarmal.

De afgelopen week zat Kropff in China, waar Cimmyt een onderzoekscentrum van zeventig personen heeft zitten. Hij wilde dat China dit centrum financiert. En dat is gelukt. Er komt een centre of excellence in Henan waar het Cimmyt gaat samenwerken met een Chinese universiteit. Die bouwt een nieuwe campus. De provincie financiert het onderzoek.

Afrikaanse landbouwbeleid
Daarna moest hij even langs in India, waar Kropff een overleg had met het ICAR – het Indiase broertje van Wageningen Research (voorheen DLO) – over een gezamenlijke onderzoeksagenda. Na Wageningen moet hij door naar Afrika, naar de meeting van de Alliance for a Green Revolution in Africa (AGRA). Daar woont hij een bijeenkomst bij met Afrikaanse ministers en CEO’s en gaat hij in debat over de noodzakelijke transformatie van het Afrikaanse landbouwbeleid. ‘Veertig procent van ons werk is in Afrika. We hebben instituten in Kenia, Ethiopie en Zimbabwe. We zijn zwaar aanwezig op dit continent met grote projecten, want hier ligt nog een enorme uitdaging’

Tussendoor moet hij nog even een contract tekenen in Iran. Daar heeft het Cimmyt een kantoor en tekent Kropff een overeenkomst met een Iraanse onderzoeksinstituut ter waarde van 20 miljoen dollar voor gezamenlijk tarwe-onderzoek om Iran zelfvoorzienend te maken. ‘Wij zitten ook in landen met een ingewikkelde governance’, zegt de voormalig rector. ‘Waar de voedselzekerheid een probleem is, daar zit het Cimmyt.’ Maar er zijn grenzen. Toen direct na mijn aantreden een Amerikaanse medewerkster in Afghanistan werd neergeschoten, heb ik direct besloten alleen met nationale staf verder te gaan. Zij worden gecoachd vanuit Pakistan en India door onze staf.’

Best druk
Het is best druk, zegt Kropff. En als de immer geestdriftige, enthousiaste en energieke bestuurder dat zegt, dan overdrijft hij niet. Het afgelopen jaar stelde hij ook nog het voortbestaan van het consortium van internationale landbouwkundige onderzoeksinstituten, CGIAR, veilig. Het Cimmyt (tarwe en mais) maakt deel uit van deze club, net als het IRRI (rijst), het IFPRI (voedselbeleid) en nog twaalf instituten. Die werkten onderling niet goed samen en ook de afstemming tussen de instituten en de donoren liet te wensen over. Kropff werd vorig jaar door de donoren en zijn collega-directeuren gevraagd het proces te leiden naar een nieuw besturingsmodel. Daar hebben alle instituten inmiddels hun handtekening onder gezet. Ook voor die klus moest Kropff de wereld over vliegen. ‘Het is een grote ontdekkingstocht.’

Ziet hij zijn gezin nog? Tuurlijk. Zijn dochters zijn het huis uit en komen af en toe langs in Mexico of op een andere locatie. Zijn vrouw Nynke Nammensma reist met hem mee om trainingen te geven aan de staf van het instituut in de diverse kantoren.

Duurzame teeltsystemen
Dan klapt Kropff zijn laptop open en wordt het tijd voor de presentatie van het Cimmyt. Dat heeft 1500 onderzoekers, verspreid over de wereld. Zoals in India, waar het instituut net een nieuw irrigatiesysteem heeft ontwikkeld met ondergrondse druppelirrigatie en grondbewerking zonder ploegen, waardoor ze 70 procent op het waterverbruik besparen. ‘Dat is een doorbraak, maar dan ben je er nog niet. Want hoewel het water schaars is, is het gratis en hebben gebruikers geen redenen om er zuinig mee om te gaan.’ Er is dus ook goede governance nodig. Een gesprek met de chief minister van de Punjab was verrassend. Hij doneerde 1,5 miljoen dollar aan het Cimmyt voor de introductie van de duurzame teeltsystemen.

Tarwevariëteiten
In buurland Bangladesh is een nieuwe plantenziekte uitgebroken. De wheat blast zorgt ervoor dat er geen korrels in de tarweplant zitten, een kwart van het areaal is al aangetast. Hoe moeten ze deze schimmel bestrijden? Een onderzoeksteam met Cimmyt-onderzoekers gaat nu met geld van Australië en andere donoren naar oplossingen zoeken. In zo’n geval helpt het dat het instituut al resistente tarwe tegen de wheat rust in Azie heeft ontwikkeld. Even tussendoor: wisten wij dat 60 procent van de tarwevariëteiten in de wereld bij het Cimmyt vandaan komt? Dat zijn tarwesoorten die vooral in ontwikkelingslanden worden verbouwd. Volgens een recente studie levert dat onderzoek jaarlijks meer dan 3 miljard dollar op, vooral bij kleine boeren.

Cimmyt Academy
Kropff heeft nog veel meer mooie projecten, maar wat wil hij met Wageningen? ‘Ik wil een Cimmyt Academy oprichten, voor onderzoek naar capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden. We hebben nu ruim honderd promovendi die op ons instituut onderzoek doen en promoveren bij een universiteit. Met Cornell en UC Davis in de VS en Wageningen hebben we al een sterke samenwerking voor deze promovendi, maar ik wil hun aantal verdubbelen en ook in grote programma’s meer samenwerken met Wageningen. Ik wil de Wageningse kennis op het gebied van farming systems, voeding, modelontwikkeling en innovatie koppelen aan onze impactprogramma’s in de regio’s.’

Wageningen staat internationaal erg goed op de kaart. ‘Dat weten we natuurlijk wel, maar nu hoor ik het als vertegenwoordiger van een andere organisatie!’


Re:ageer