Organisatie - 19 oktober 2006

Martin Gaus flirt met de wetenschap

Hij begon dertig jaar geleden als uitbater van een dierenhotel. Nu is hij de hondengoeroe van Nederland. Maar Martin Gaus wil meer. Zijn droom is een groot nationaal voorlichtingscentrum over huisdieren in Lelystad. Dat wordt een gouden plek voor studenten en onderzoekers van Wageningen UR, denkt hij. ‘Alles wat je wilt weten over lifestyle omtrent huisdierbezit kun je daar straks analyseren.’

In de ontvangstruimte van het Martin Gaus Gedragscentrum in Lelystad hangt een artist’s impression van Gaus’ voorlichtingscentrum. Het is gepland op een terrein dat nu nog eigendom is van de Animal Sciences Group (ASG) in Lelystad. ‘Prachtig hè’, zegt Gaus, ‘Dit wordt echt een enorm gebouw dat heel veel plaats gaat bieden aan partijen waar we mee willen samenwerken. Er komen permanente exposities, fysiotherapie voor honden en katten, een wasstraat, noem maar op. We maken er ook een eigen tv-studio en een educatief centrum. En ik wil kijken wat we met Wageningen UR samen kunnen doen. Voor studenten en wetenschappers wordt dit een fantastische plek.’
Zelf heeft Martin Gaus geen wetenschappelijke achtergrond. Na een paar jaar werken in de slagerij van zijn vader doorbrak hij de familietraditie en koos voor een carrière in de metaalsector. Maar niet veel later besloot Gaus om van zijn liefhebberij zijn werk te maken; hij opende een dierenhotel. Hiermee begon zijn opvallende loopbaan als huisdierdeskundige en televisiepersoonlijkheid.
‘De honden die bij mij verbleven ben ik gaan opvoeden. Mensen zeiden als ze hun hond kwamen ophalen: wat is mijn hond toch opgeknapt. Dat was voor mij een reden om ermee door te gaan en op een gegeven moment kwamen mensen speciaal daarvoor naar mij toe.’
De bekendheid van Gaus’ opvoedpraktijken groeide gestaag. ‘In meerdere kranten hadden al verhalen gestaan over een hondenpsychiater in Lelystad’, vertelt Gaus. ‘Tros Actua wilde dat eens gaan testen. Ze stuurden mensen naar mij toe met een hond die andere honden opat en mensen beet. Die hond heeft hier een tijdje gezeten en toen die mensen ‘m kwamen ophalen, stond er een filmploeg van Tros Actua naast. Die hond bleek inderdaad heel ander gedrag te vertonen, tot verbazing van de programmamakers. Eigenlijk was dat het begin van mijn landelijke bekendheid. Nadat het werd uitgezonden ging een jaar lang tientallen keren per dag de telefoon. Mensen die problemen hadden met een hond en wilden weten wat ze moesten doen. Toen dacht ik: daar moet ik iets mee.’

Dierenmanieren
Gaus kwam op het idee zelf een televisieprogramma te gaan maken. ‘Ik heb een camera gekocht en ben gaan oefenen. Zo is het concept voor Dierenmanieren ontstaan, wat ik op een gegeven moment heb aangeboden aan de Tros. In eerste instantie tevergeefs. Maar ik hield natuurlijk vol. In het begin belde ik één keer per maand, toen elke week en op het laatst elke dag. Op een dag ben ik de bestuurskamer binnengelopen met een videoband, heb de band in de videorecorder gedaan en vijf minuten later had ik de opdracht om acht afleveringen te maken. Inmiddels heb ik er duizend gemaakt.’
Tegenwoordig is Martin Gaus niet meer alleen een televisiepersoonlijkheid en de eigenaar van een dierenhotel, Martin Gaus is een merk. Ruim veertig hondenscholen door heel Nederland dragen zijn naam. De trainers van deze scholen worden regelmatig in Lelystad bijgeschoold. Het hotel in Lelystad is uitgebreid met een dierentehuis, een geleide- en hulphondenschool en een gedragscentrum.
Gaus geeft een kleine rondleiding door zijn bedrijf. ‘Ik ben lijstduwer’, verklaart hij als we een affiche voor de Partij voor de Dieren passeren. Even verderop loopt een man rondjes met een hond die precies doet wat hij zegt. De man is duidelijk verrast door zoveel gehoorzaamheid. ‘Kijk, hij leert om een klikker te gebruiken’, zegt Gaus. ‘Door te klikken stuur je de hond. Dat werkt fantastisch. Door mij is heel Nederland aan de klikker en wordt de slipketting nauwelijks meer gebruikt.’
Gaus noemt zijn gedragscentrum ‘het centrum van de idioterie’. ‘Hier komen de moeilijke honden. Die gaan in therapie.’ Gaus drukt op wat bellen aan de buitenkant van een behandelkamer. ‘Hier behandelen we ook honden met een deurbelcomplex.’ Een andere, huiselijke ruimte hoort bij de school voor geleide- en hulphonden. Een instructrice, gewapend met klikker en snoepjes, leert een labrador hoe hij de deur kan openen. ‘We leren ze ook kleren uitrekken, kasten openmaken en de wasmachine leeghalen. Het is geweldig wat je een hond allemaal kunt leren, als je maar weet hoe het tussen zijn oren werkt.’

Boze fokkers
Martin Gaus biedt aan honderdtwintig mensen een arbeidsplaats. Duizenden mensen bezoeken zijn hondenscholen en honderden komen met hun hond naar het gedragscentrum. Daarnaast volgen tientallen studenten bij hem theoretische cursussen en opleidingen op hbo-niveau.
Zijn ideeën worden steeds breder gedragen, al moest hij daar in het begin voor vechten. ‘Toen ik op tv kwam, was ik ineens opinieleider’, zegt Gaus. ‘Wat ik zei bereikte heel veel mensen. Maar niet iedereen was blij met wat ik vertelde. Ik zei twintig jaar geleden dat honden meestal door fokkers te lang bij mensen worden weggehouden, waardoor ze bang worden en agressief. Het resultaat was dat mijn ramen kapot werden geschoten door hondenfokkers. En nu zie je dat wat ik toen zei heel normaal geworden is.’
Wetenschappers willen Gaus’ beweringen nog wel eens met scepsis benaderen. Hij trekt dan ook vrij snel conclusies uit wat hij in de praktijk ziet, zegt hij zelf. ‘Ik heb soms wel iemand nodig die op de rem stapt. Ik heb in de loop der jaren wel geleerd dat ik eerst iets moet onderbouwen en het dan pas moet zeggen.’
Wetenschappelijk of niet, veel Nederlanders zien Martin Gaus als vraagbaak voor álles wat met huisdieren te maken heeft. Hij krijgt wekelijks honderden brieven met vragen als ‘hoe moet ik met mijn cavia omgaan’ en ‘wat doe ik tegen een plassende kat?’. ‘Er zitten twee meisjes op kantoor die niets anders doen dan brieven beantwoorden. Dat lijkt filantropie, maar dat is het niet. Als ik advies geef, gaan mensen weer mijn boeken kopen. Ik heb er inmiddels 300 duizend van verkocht. Wie zaait, die oogst ook.’
Met zijn nieuwe centrum wil Gaus de huisdierbezitter nóg beter van dienst zijn. En voor marktpartijen is het centrum ook aantrekkelijk, verwacht hij. ‘In Nederland zijn bijna tweehonderd rasverenigingen die jaarlijks tentoonstellingen houden in de IJsselhal of de RAI. Vertegenwoordigers uit de industrie moeten elke keer naar zo’n bijeenkomst. Nu geven we ze gewoon een permanente plek in ons centrum.’
En ook voor de Animal Sciences Group van Wageningen UR kan het centrum van groot belang zijn, denkt Gaus. ‘De bezoekers die daar straks komen, zijn voor studenten toch een fantastische doelgroep voor onderzoek? De mooiste plek om enquêtes te houden. Alles wat je wilt weten over lifestyle omtrent huisdierbezit kun je daar straks analyseren. Voor mij is het ook heel belangrijk dat dingen die ik vaak roep ook echt uitgezocht wordt, dus ik heb baat bij onderzoek dat gedaan wordt.’ Gaus ziet verder een rol voor zichzelf weggelegd in het vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar praktische adviezen aan de consument.
Hoe de samenwerking er exact eruit gaat zien, kan Gaus nog niet vertellen. ‘Het gaat erom dat deze plek er komt en dat we aan een groot gemeenschappelijk doel kunnen werken. Er zijn 3,6 miljoen katten en 1,7 miljoen honden in Nederland. Het is de missie van ons allemaal om daar zo goed mogelijk mee om te gaan, dat is een vorm van beschaving. Dan is het toch slechts een futiliteit met wie je hoe precies samenwerkt? Dit wordt gewoon fantastisch, nergens ter wereld vind je zoiets. Dit zijn dromen die werkelijkheid worden, echt waar.’

Re:ageer