Wetenschap - 1 januari 1970

Martijn Katan gekozen tot KNAW-lid

Martijn Katan gekozen tot KNAW-lid

Martijn Katan gekozen tot KNAW-lid


,,Een voedingswetenschapper zoekt naar goud in de modder’’

Prof. Martijn Katan is toegelaten tot de Koninklijke Nederlandse Academie
van Wetenschappen, het selecte gezelschap van de tweehonderd beste
wetenschappers van Nederland. Wageningse kopstukken als Maarten Koornneef,
Pierre de Wit en Johan Bouma gingen hem voor. Op dit moment is Katan de
enige voedingswetenschapper in de KNAW. ,,Dat komt omdat voedingswetenschap
in de reuk staat van kwakzalverij’’, vermoedt de hoogleraar. ,,Daar kan ik
me wel iets bij voorstellen.’’

Martijn Katan kan er zeker van zijn dat hij zijn verkiezing heeft verdiend
door zijn wetenschappelijke prestaties, en niet omdat voeding toevallig in
de mode is. Wonderdiëten, voedselgoeroes en voedingsdeskundigen mogen zich
dan wel in een warme mediabelangstelling verheugen, binnen de KNAW staat de
voedingswetenschap niet hoog aangeschreven.
,,Ze halen er hun neus voor op’’, zegt Katan. ,,Ze vinden het te soft. Bij
voedingswetenschap denken ze aan goeroes die vertellen dat je chronische
vermoeidheid kunt genezen met een holbewonerdieet, of dat je door
grapefruits te eten afvalt of dat je chronische pijn kunt verminderen door
je dieet aan te passen. Vaak hebben die diëten wel enige grond, maar het is
nooit bekend of het écht zo is, of het écht werkt. Soms groeit zo’n
bijgeloof uit tot een hype, en verdienen goeroes kapitalen met hun diëten
of hun boeken. Eventjes. En daarna hoor je er nooit meer iets van.’’

Goudklomp
Het nadeel van die a priori veroordeling van de softe wetenschap
voedingswetenschap is dat daardoor kansen blijven liggen. ,,Al in de jaren
vijftig waren er epidemiologische studies die roken in verband brachten met
de longkankerepidemie’’, geeft Katan als voorbeeld. ,,In de Nederlandse
Gezondheidsraad waren het vooral de artsen die zich tegen dat idee
verzetten. Die stonden wantrouwend tegen dit soort onderzoek. En je zult
zien, zeiden de artsen, dat de tabaksindustrie zich tegen die aantijgingen
zal verzetten...’’
In het geval tabak was de scepsis van de harde wetenschappen ongegrond, in
het geval van de wonderdiëten niet. ,,Ik vergelijk mijn vak wel eens met
het zoeken van goud in modder’’, zegt Katan. ,,Vaak denk je dat je iets
hebt gevonden. Maar als je er goed naar kijkt, is het meestal een dood stuk
hout of een steen. Ikzelf heb veel onderzoek gedaan naar de genetische
verschillen tussen mensen en hoe ze reageren op voeding. Daar is weinig
uitgekomen. Maar goed, als je goud vindt heb je meestal ook meteen een
grote goudklomp te pakken.’’
Daarmee bedoelt Katan dat voedingswetenschappelijke doorbraken een direct
positief gevolg op de gezondheid kunnen hebben. Dat kun je niet zeggen van
het ophelderen van een chromosoom of het ontdekken van een nieuw subatomair
deeltje. Hoe spitsvondig zulke doorbraken ook zijn, directe invloed op het
leven van alledag hebben ze niet. De ontdekking van de ‘goede’ onverzadigde
vetten en de ‘slechte’ vetten, zoals de verzadigde vetten en de
transvetzuren, waaraan Katan zijn rotsblokje heeft bijgedragen, had dat
wel.
,,De belangrijkste factor van de verlenging van de levensverwachting, die
we de laatste tientallen jaren hebben gezien, was het terugdringen van hart-
en vaatziekten’’, zegt Katan. ,,Toen we nog op vijftig-, zestig- of
zeventigjarige leeftijd stierven, waren hart- en vaatziekten de
belangrijkste doodsoorzaak. Dat zijn ze nu nog, maar ze vellen ons op
steeds hogere leeftijd. Dat komt door de medische vooruitgang, maar ook
omdat we minder slechte vetten eten.’’

Regenboog
Katans huidige onderzoeksprojecten zijn erop gericht die leeftijd verder
naar boven te verleggen. Ze hebben betrekking op de vitamine foliumzuur,
dat de kans op hart- en vaatziekten vermindert, en vetzuren in vis, die het
hart regelmatiger laten slaan. Ook onderzoekt hij een stof in koffiebonen
die het ‘slechte’ cholesterol verhoogt.
Het terugdringen van hart- en vaatziekten wordt zichtbaar in toenemende
aantal mensen dat sterft aan kanker. Borstkanker is bijvoorbeeld de
belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen van middelbare leeftijd. Bij mannen
is prostaatkanker in opkomst. Niet verwonderlijk jagen steeds meer
onderzoekers op voedingcomponenten die de kans op kanker verminderen.
,,Voeding die de kans op kanker vermindert is de pot aan het einde van de
regenboog’’, zegt Katan. ,,Als het echt helpt heeft dat enorme gevolgen
voor onze gezondheid, maar ik weet van collega’s dat die regenboog de
laatste jaren alleen maar langer is geworden. Vaak dachten ze dat ze een
goudklomp hadden gevonden, maar die bleek even vaak een grote
teleurstelling.’’
Vitamine E bleek bijvoorbeeld een grote teleurstelling. Proeven met
caroteen, een plantaardige stof die het lichaam zou moeten beschermen tegen
kanker, werden om ethische redenen afgebroken, toen bleek dat rokers er
juist vaker kanker door ontwikkelden. Praktische alle grootschalige proeven
met anti-oxidanten, stoffen die het DNA en cellen zouden moeten beschermen,
zijn teleurstellend verlopen.
,,Dit onderzoek is nu eenmaal moeilijk’’, zegt Katan. ,,Er zijn zoveel
factoren waar je mee rekening moet houden. Ik zeg altijd dat je om in dit
vak goed te zijn een beetje ADHD moet hebben. Als je het op de klassiek-
wetenschappelijke manier aanpakt, en je dertig jaar afzondert om een detail
op te helderen, red je het niet. Daarvoor moet je van teveel verschillende
dingen verstand hebben. Je moet weten wat er in voedsel zit, hoe cellen
werken, hoe organismen werken, verstand hebben van genetica en
epidemiologie. Maar tegelijkertijd moet je ervoor beducht zijn dat je niet
eindigt als de houthakker die het bos in rent, en elke boom op zijn weg een
klap verkoopt, zonder dat er aan het einde van de dag een boom tegen de
vlakte gaat.’’

Dwaalsporen
De voedingswetenschap is daarom vooral een kwetsbaar wetenschap, zegt
Katan. De kans op missers, dwaalsporen en een verkeerde interpretatie van
de onderzoeksuitkomsten is groot. ,,Daarom moet voedingsonderzoek eigenlijk
met overheidsgeld worden gefinancierd. Als het met geld van bedrijven
gebeurt, dan is de kans dat het bedrijfsbelang de onderzoeksuitkomsten
beïnvloedt groter dan bij fundamentele wetenschappen. Als je een chromosoom
opheldert en fouten maakt, zal iemand anders je binnen een paar jaar tot de
orde roepen. Bij voeding is dat minder eenvoudig. Daarvoor is de materie te
grillig, te plooibaar.’’
Vreemd om te horen uit de mond van iemand die voor het Wageningen Centre
for Food Sciences (WCFS) werkt, geeft Katan als eerste toe. ,,Maar in WCFS
is de overheid de grootste geldschieter. WCFS doet geen onderzoek voor
individuele bedrijven, maar langetermijnonderzoek waar alle aangesloten
ondernemingen baat bij hebben. Het is een compromis, maar het werkt.’’

Willem Koert

Fotobijschrift:
Voedingswetenschapper Martijn Katan: ,,Om in dit vak goed te zijn, moet je
een beetje ADHD hebben’’. | foto Guy Ackermans

Re:ageer