Wetenschap - 1 januari 1970

Marianne Schulte Kemna, voormalig studentenpastor

Marianne Schulte Kemna, voormalig studentenpastor

Marianne Schulte Kemna, voormalig studentenpastor

De katholieke Wageningse studentenpastor Marianne Schulte Kemna is per 1 januari als supervisor in dienst getreden van het aartsbisdom Utrecht. Daarmee is zij de eerste vrouw die in een Nederlands bisdom deze functie bekleedt


De Duitse Marianne Schulte Kemna ontdekte tijdens haar studententijd in Menster dat theologie haar beter lag dan geneeskunde, haar aanvankelijke keuze. Ze vond de studie theologie in Menster echter te abstract. Daarom voltooide ze haar studie in Nijmegen. Daar was de studie meer toegepast; die lag tussen menswetenschappen en theologie in. Liturgie, massacommunicatie, sociologie en psychologie werden uitdrukkelijk met elkaar verbonden en dat sprak mij bijzonder aan.

Zeven jaar werkte ze als pastor in een parochie in Arnhem. In 1990 kreeg ze de kans studentenpastor in Wageningen te worden. Dat trok mij, juist vanwege de specifieke leeftijdsgroepen waaruit de studentenbevolking is opgebouwd, aldus Schulte Kemna. In een parochie heb je alle leeftijden, maar niet de concentratie van deze bepaalde leeftijdsgroep. Studenten dwingen je om heel precies te zijn met wat je ze wilt vertellen over levenshouding en godsdienst.

Discussies over geloof en wetenschap ging ze niet uit de weg. Maar niet om studenten te indoctrineren, voegt ze er haastig aan toe. Kunnen geloof en wetenschap samengaan?, was de vraag. Marianne Schulte Kemna: Mijns inziens is het een misverstand dat je als christen niet kunt geloven in de evolutieleer. Dat is een onzinnige tegenstelling! De bijbel is geen biologieboek, maar een verzameling boekjes en poëzie uit verschillende tijden. Je moet het niet zien als een journalistieke weergave van feiten. Het scheppingsverhaal en het Hooglied zijn poëzie en bezingen de grootheid van God. De evolutieleer klinkt moo in het scheppingslied, zo wonderbaarlijk zit het in elkaar.

Ze heeft mooie ervaringen opgedaan met de studenten die diensten en lezingen bezochten. De bijbel is een moeilijk boek, maar teksten als: Waar drie bijeen zijn, daar ben Ik, zijn voor ieder te begrijpen. Het gaat om elkaar de ruimte geven, elkaar het leven mogelijk maken - zo letterlijk bedoel ik het echt. Of dat nu via opvoeding, verzorging of het beschermen van zeehondjes is, het is allemaal scheppend bezig zijn. Het is de kunst om elke nieuwe lichting studenten op het Studentenpastoraat de ruimte te geven om eigen ideeën te ventileren. Ook al weet je uit ervaring dat de plannen die ze opperen, gedoemd zijn te mislukken. Zoals de poging die ze afgelopen najaar deden om gezamenlijk te koken en te eten. In Wageningen gebeurt dat in de studentenhuizen al, zelfs veel meer dan op andere universiteiten. Hoe laagdrempelig dat ook was, het maximumaantal deelnemers was vijf. Maar hun onvermoeibaarheid als ze met ideeën komen en daarvoor ook de verantwoordelijkheid op zich willen nemen, dat vond ik heel mooi.

Mijn afscheid was een feestelijke dag. En oud-studenten bleken dingen te hebben onthouden die ik jaren geleden had verteld. De waarneming van jongeren is veel subtieler dan je gezien hun leeftijd zou verwachten. Ik vond dat eigenlijk kleine cadeautjes!

Anderhalf jaar geleden kreeg Schulte Kemna met ondersteuning van het bisdom Utrecht en het Katholieke Studentenparochiebestuur de kans de opleiding tot supervisor te volgen. Per 1 januari is zij met haar werk begonnen. Mijn supervisanten zijn hoogopgeleide vrijwilligers, die onder andere stages lopen, en pastores die al midden in het werk staan. Ik help ze via persoonlijke begeleiding te leren van hun werkervaring. Reflectie, daar gaat het om. Deze methode is behalve voor het pastoraat ook toepasbaar voor onderwijs, justitie en gezondheidszorg.

In 1994 maakte Schulte Kemna een voetreis naar Santiago de Compostela, een oude bedevaartplaats in Spanje. Het was zwaar, maar ik heb het lichtvoetig gedaan. Om de eenvoud. Lopen in een prachtig landschap, praten, eten en slapen. Het leven was zo simpel, ik ben er fundamenteel door veranderd. Ik leerde er het begrip omgaan met de tijd van. De dagen werden ingedeeld door honger en dorst, dag en nacht, en lopen. Toen ik terugkwam, merkte ik dat ik het veel te druk had. Ik had geen tijd om de tijd te hebben voor andere dingen zoals sporten, in een koor zingen, wat mijmeren. Deze nieuwe baan is dan ook voor halve dagen. Een jaar lang wil ik mijzelf gunnen de tijd te hebben. L.W

:Dr ir R.W. van den Berg (31) - Robert - werkt sinds februari 1997 bij het ATO-DLO als projectleider van een groep van vijf 340 zes mensen die onderzoek doen naar ultrahogedruk-technologie in voedselconservering. Robert studeerde Chemische technologie in Delft. Zijn werk speelt zich voor een belangrijk deel achter zijn bureau af, al moet hij er regelmatig op uit om met klanten te overleggen of om klanten te winnen. Gelukkig, vindt hij zelf, houdt hij voldoende voeling met het onderzoek. Van den Berg noemt zichzelf een fanatiek Rotterdammer en is dan ook vooralsnog niet van plan deze stad als woonplaats in te ruilen voor Wageningen

Dr R.G. van den Berg (46) - Ronald - kwam in 1981 als promotieassistent naar Wageningen. In 1986 kreeg hij een aanstelling als universitair docent. De taxonoom houdt zich bezig met cultuurgewassen, met name met de aardappel. In Amerika komen ongeveer tweehonderd wilde verwanten voor van onze cultuuraardappel. Deze wilde aardappelen zijn interessant voor veredelaars, omdat ze nuttige eigenschappen kunnen bevatten zoals resistentie tegen ziekten of vorst. Inkruisen is echter niet eenvoudig, aangezien dan ook ongewenste eigenschappen als kleine knollen of een bittere smaak meekomen

Re:ageer