Wetenschap - 1 januari 1970

'Mao voerde geen oorlog tegen de natuur'

In Chinese en Westerse geschiedenisboeken wordt vaak gewag gemaakt van de rampzalige milieueffecten van de massacampagnes onder het bewind van Mao. Ondoordachte ontginning van graslanden zou hebben geleid tot grootschalige bodemerosie, verwoestijning en drastische afname van het vee. 'Gegoochel met statistieken, Mao's regime wordt overdreven negatief afgeschilderd', meent sinoloog en milieuwetenschapper dr. Peter Ho van de leerstoelgroep Milieubeleid.

Ho, zelf van Chinese origine, heeft uitgebreid speurwerk verricht in de archieven van de communistische partij en oude wetenschappelijke publicaties. Daarvoor is hij afgereisd naar het barre Binnen-Mongolië in het noorden van China, gelegen tussen de Gobi-woestijn en de Chinese Muur. Ook bezocht hij het iets zuidelijker gelegen lössplateau van de regio Ningxia. In de noordelijke, lege, plattelandsgebieden van China zou zich een milieucatastrofe hebben afgespeeld in de tijd van Mao, vooral in de periode 1966 tot 1976, tijdens de Culturele Revolutie, als we de geschiedenisboeken mogen geloven. ,,De Culturele Revolutie is slecht, een menselijke tragedie, een milieuramp: dit verhaal is dominant in China en ook in het Westen'', zegt Ho. ,,Daarin passen geen verhalen over milieucampagnes, die zijn er echter wel degelijk geweest. Ze worden alleen categorisch weggelaten in de geschiedenisboeken.''

Collectieve waanzin
Zo vond Ho informatie over de milieucampagne 'Leren van Wushenzhao'. Dit was een anti-erosiecampagne in Binnen-Mongolië, die al begon in 1947 en doorliep tot midden jaren zeventig. ,,Deze campagne, die begon vanuit het dorpje Wushenzhao, maar zich verbreidde over het gehele steppegebied in het noorden van China, was echt gericht op milieubescherming, door bomen aan te planten op de erosiegevoelige lössgronden. De campagne was min of meer hetzelfde als een daaraan voorafgaande campagne 'Leren van Dazhai' die zich ook richtte op bodembescherming. Het rare is dat deze campagnes niet voorkomen in de geschiedenisboeken. Ho vond de gegevens over de Wushenzhao-campagne wel terug in de administratie van de communistische partij, maar ook in wetenschappelijke studies uit de jaren zestig over plattelandscommunes. Daarom is hij vrij zeker van zijn zaak. ,,Het is merkwaardig dat zulke positieve initiatieven uit de tijd van Mao niet meer genoemd worden in de huidige teksten over die tijd. Er is een soort filteringsproces gaande.''
Wat wel vaak genoemd wordt is de massacampagne 'Graan eerst' in de begintijd van de Culturele Revolutie, die nu veelal wordt afgedaan als 'collectieve waanzin', vertelt Ho. Volgens de huidige inzichten zorgde de 'Graan eerst'-campagne voor een ondoordachte, grootschalige ontginning van land, met een enorme bodemdegradatie als gevolg. ,,Het idee is dat toen blindelings overal graan is ingezaaid en graslanden, waar veeteelt plaatsvond, zijn ontgonnen. In bergachtige en droge streken in het noorden, zou door het weghalen van de natuurlijke vegetatie hevige erosie en verwoestijning zijn opgetreden en vee zou massaal dood zijn gegaan

Lezersbedrog
Misschien wel de meest frappante ontdekking van Ho is dat degenen die de 'Graan eerst’-campagne een mislukking en milieucatastrofe noemen, wel erg creatief omgaan met de statistieken. Zo zou het aantal schapen en geiten in de regio Yanchi zijn afgenomen met 80.000 stuks in de periode van 1952 tot 1976. Echter er wordt dan vergeten dat 1976 een uitzonderlijk droog jaar was, waarin veel vee is gestorven. ,,De dood van het vee toeschrijven aan het regeringsbeleid noem ik dan lezersbedrog. Als men het jaar 1975 neemt als referentie, blijkt dat het aantal stuks vee met 118.000 is toegenomen! Vergelijkbare bevindingen heb ik gedaan voor een andere grote noordelijke regio Ningxia. ''
Ook is Ho op zoek gegaan naar gegevens van het Ministerie van Landbouw betreffende de grootschalige ontginning van grasland die zou hebben plaatsgevonden. Uit de gegevens blijkt juist dat tijdens de Culturele Revolutie het totale gecultiveerde landoppervlak in China lichtjes gedaald is. Ook in specifieke noordelijke regio's zoals Ningxia en zuidelijk Binnen-Mongolië blijkt er geen intensieve ontginning te hebben plaatsgevonden. Het totaal aan gecultiveerde land bleef vrij stabiel.

Zwarte bladzijde
,,Het was niet zo dat Rode gardisten in alle uithoeken van het land de ontginning van graslanden kwamen opdringen en mensen indoctrineerden. In feite was de campagne 'Graan eerst ' helemaal niet eenzijdig gericht op graanproductie. De staat gaf in die tijd wel degelijk ruimte voor eigen initiatief. De ‘Graan eerst’-campagne promootte niet alleen de productie van graan, maar juist ook integrale landbouw, waarbij veeteelt en akkerbouw naast elkaar konden bestaan, afhankelijk van de lokale natuurlijke condities.''
Ho heeft wel een idee waarom de massacampagnes , die volgden na de Grote Sprong Voorwaarts (1958-1961) - het mislukte groots opgezette economisch programma om de landbouwproductie te versnellen met als gevolg massale hongersnood - ook in zo'n slecht daglicht worden gezet. ,,Men ziet de gehele Maoïstische periode in China graag als een zwarte bladzijde in de Chinese historie. Westerse historici nemen over het algemeen de negatieve Chinese visie betreffende de 'Graan eerst’-campagne over. Het kan gemakzucht zijn. Het past in het negatieve beeld over het Chinese collectivisme. Wat ook kan meespelen is dat weinig historici de moeite om naar China te gaan om de zaken nader te onderzoeken, zoals ik heb gedaan.’’

Afgewogen beeld
Ho weet dat de tijd van het collectivisme nog een heel gevoelig onderwerp is in China. ,,Men is nog bezig het verleden te verwerken. Er zijn zeker veel nare dingen gebeurd, veel mensen zijn gemarteld door Rode Gardisten en velen hebben zelfmoord gepleegd. Ik heb ook een familielid die in het gevang is gekomen. Gezien alle nare ervaringen is het moeilijk voor de Chinezen om een goed afgewogen beeld te creëren. De Culturele Revolutie is natuurlijk ook nog niet zo lang geleden. Vergelijk het met het koloniale verleden van de Nederlanders. De tijd dat ze in Indonesië zaten, is meer dan twintig jaar geleden, maar die periode is ook nog niet goed verwerkt.''

Hugo Bouter

Re:ageer