Organisatie - 21 september 2006

Mansholt was vooral een vredestichter

Herenboer, minister, socialist en architect van het Europese landbouwbeleid. Allemaal waar. Maar meer dan wat ook was Sicco Mansholt een politicus die gedreven werd door het verlangen naar een verenigd Europa waar het nooit meer oorlog zou zijn. Dat blijkt uit de biografie die Johan van Merriënboer over Mansholt schreef, en die hij op 27 september in de Wageningse Bblthk komt toelichten.

‘Als je Sicco Mansholt zou opensnijden, komt er in de eerste plaats een politicus uit. Dat was het vak dat hem met de paplepel was ingegeven’, zegt Van Merriënboer, die in juni promoveerde aan de Radboud Universiteit op zijn vuistdikke biografie. Grootvader Derk Roelfs Mansholt was herenboer in Groningen, vrijdenker, geïnspireerd door Marx. Vader Bert Mansholt verkocht zelfs de boerderij om socialist en provinciaal bestuurder te worden. Toch bleef het hart van Sicco Mansholt verbonden met boeren, zegt de biograaf.
Voor een proefschrift is het werk van Van Merriënboer bijzonder leesbaar. Anders dan in Frank Westerman’s boek De graanrepubliek, waarin Mansholt een romanpersonage lijkt, geeft de biografie van Van Merriënboer een chronologisch overzicht van het leven van Mansholt dat dicht bij de feiten blijft. En door de vele citaten blijft het boek ook dicht op de huid van de man Mansholt.
Hoewel hij in 1971 werd uitgescholden voor ‘boerenkiller’ heeft Mansholt veel voor boeren gedaan, zegt Van Merriënboer. Als minister zette hij na de oorlog de voedselvoorziening op en stimuleerde een innovatieve landbouw, onder meer door Marshalldollars naar Wageningen te sluizen voor landbouwonderzoek. Ook als eurocommissaris had Mansholt het goed voor met de boeren. De politieke strategie van de Groninger in Brussel was om aanvankelijk in te stemmen met een landbouwbeleid dat misschien niet het beste was voor de landbouw, maar dat wel de Europese Commissie steviger in het zadel zou zetten ten opzichte van de lidstaten.
Vervolgens wilde Mansholt die macht gebruiken om het prijzenbeleid om te buigen en een structuurbeleid in te voeren dat alle goede boeren een bestaan in Europa zou garanderen. Niet alleen omdat hij hart voor boeren had, maar vooral ook om zo draagvlak te maken voor de Europese gedachte van eenwording en blijvende vrede. Maar Mansholt had buiten het veto van de Franse president De Gaulle gerekend, die niet wilde instemmen met de machtsoverdracht naar Brussel en lagere garantieprijzen. Dat leidde uiteindelijk tot de milieuvervuiling en dumping van overschotten waar het landbouwbeleid bekend om is geworden.
Na zijn pensioen maakte Mansholt een ommezwaai. Hij zette zich in voor het milieu, onder meer door advocaat van de nulgroei te worden die de Club van Rome voorstond. ‘Maar dat milieubewustzijn zat er al eerder in’, zegt Van Merriënboer, ‘het is niet ingefluisterd door Kelly.’ Petra Kelly, de latere oprichtster van de Duitse Grünen, was Mansholt’s minnares in Brussel.
Van Merriënboer beschrijft Mansholt als een sterke Europese politicus. De biograaf deed dat ‘misschien wel onbewust’ om het huidige gemis van een charismatisch gezicht van Europa aan te geven. ‘Was er nu een Mansholt geweest, dan zou het referendum over de Europese grondwet misschien wel anders verlopen zijn.’

Mansholt, een biografie. Johan van Merrienboer, uitgeverij Boom, 2006, ISBN 90 8506 249 7, € 29,50.

Re:ageer