Student - 15 februari 2007

Mannen en modellen

tekst:
Redactie

423_nieuws.jpg
‘Eej, heb je nog geneukt dit weekend?’ Pardon? Hmm, zo te zien had hij het niet tegen mij. Ik zit in de auto op weg naar een fotoshoot samen met twee mannelijke collega’s. ‘Ik had vrijdag toch een lekker chickie gescoord,’ zegt de een. Oké. De laatste kip die ik gescoord heb, lag ’s avonds heerlijk gebraden op mijn bord. Zou dat ‘chickie’ weten dat er zo over haar gepraat wordt? Vast wel. Ze kiest er tenslotte zelf voor. Zwijgend en steeds harder stuur ik de auto door het hoge noorden. De hint komt helaas niet aan. ‘Heb jij nog seks gehad?’, wordt er aan me gevraagd. Wat denk je zelf, als mijn relatie net verbroken is? De mannen snappen het niet. Van vrijblijvende seks moet je genieten tot je dertigste, zeggen ze. Dat ze zelf duidelijk gekweld worden door bindingsangst, daar begin ik maar niet over. Tijd voor de fotoshoot. Ik word in een steriel witte overall geholpen, compleet met muts. Midden in het bos word ik gedumpt. Het lijkt net een slechte sciencefictionfilm. Geen fiction, wel science. Forensic sciences, om precies te zijn, een nieuwe major hier op school. Ik bevind me op de plaats delict. Met een camera in mijn handen en een snotneus sta ik te koukleumen in de modder. Ook mijn twee mannelijke collega’s zijn verpakt in het wit. Daar gaat je mannelijkheid. Ik wacht. De fotograaf verplaatst wat takjes. Hij tuurt door zijn lens en kijkt dan weer op met een aarzelende blik. Opnieuw loopt hij de crime scene in, om te knoeien met het bewijs. Twee uur later wacht ik nog steeds. Mijn tenen zijn een klomp ijs. Dan verdwijnt de zon achter de wolken. De donkere lucht maakt het wat onheilspellend. ‘Nu!’ Ik doe net alsof ik bewijsstuk nummer zeven fotografeer. De fotograaf klikt ondertussen stug door. Tien minuten later is het gedaan. Was dat het nou? Model zijn is zó spectaculair. Niet dus. Maar ik heb geluk. Model én man zijn is vast nog erger. Lisanka van Scheijnde

Re:ageer