Wetenschap - 1 januari 1970

Maïsteelt kan milieuvriendelijker

In vergelijking met bijvoorbeeld aardappelteelt en graanteelt is maïsteelt slecht voor het milieu. Vooral uitspoeling van nitraat naar het grondwater is een probleem. Dat blijkt uit onderzoek van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO). Diverse maatregelen kunnen de maïsteelt duurzamer maken.

Uit onderzoek op het proefbedrijf van PPO in Vredepeel blijkt dat na de oogst van maïs het nitraatgehalte in grondwater hoog is in vergelijking met teelten van andere akkerbouwgewassen. Maïs stopt met de opname van stikstof uit de bodem kort na de bloei. Relatief veel stikstof blijft achter in de bodem en spoelt uit naar het grondwater.
Ing. Brigitte Kroonen van PPO: 'Velden met snijmaïs die bemest waren met organische mest, scoorden een hoog nitraatgehalte in het grondwater, van negentig tot honderdtwintig milligram nitraat per liter. Een oplossing is de mest beter te doseren door de organische mest of kunstmest in de rijen toe te dienen. Dan kan de boer met circa dertig kilogram stikstof per hectare minder volstaan om tot een vergelijkbare opbrengst te komen.' Het nitraatgehalte daalde vooral bij snijmaïs die met kunstmest is bemest.
Vijftig milligram nitraat per liter water, de Europese nitraatnorm voor grondwater, blijkt echter moeilijk te realiseren. Uit het onderzoek blijkt dat, hoewel soms niet mogelijk in de praktijk, teelt van groenbemesters zoals Italiaans raaigras of snijrogge de nitraatuitspoeling vermindert. Het is trouwens bekend dat op het overgrote deel van de Nederlandse zand- en lössgronden de Europese nitraatnorm in het bovenste grondwater wordt overschreden.
Het praktijknetwerk Telen met toekomst, georganiseerd door PPO en adviesbureau DLV, helpt telers bij het toetsen of nieuwe duurzamere teeltmaatregelen in de praktijk ook effectief en uitvoerbaar zijn. Met name ook onkruidbestrijding in maïsteelt kan milieuvriendelijker. De milieubelasting van de vele beschikbare chemische middelen blijkt zeer variabel. Een proef uitgevoerd samen met leveranciers van gewasbeschermingsmiddelen laat zien dat de sterkst vervuilende middelen te vermijden zijn.
Een alternatief is volledige mechanische onkruidbestrijding door middel van eggen en schoffelen. PPO-onderzoekers namen waar dat biologische bedrijven dit al goed uitvoeren en dat een goede timing en machinekeuze belangrijk zijn. Eggen en schoffelen kost gemiddeld wel vijf tot zes bewerkingen, tegen een tot twee bewerkingen bij een chemische strategie.
Maïs biologisch telen is goed te doen, meent ing. Jos Groten van PPO. 'Grootste probleem is het niet mogen toepassen van een zaaizaadbehandeling met chemische middelen tegen bodemschimmels en vogelschade. Sommige biologische boeren zijn alweer gestopt met maïsteelt, omdat alles weggevreten wordt door roeken en kraaien. We onderzoeken nu mogelijke biologische middelen tegen vogelschade.'
Het areaal maïs in Nederland is momenteel 260.000 hectare, naar verwachting kan dit oplopen tot 400.000 hectare. In opkomst is biogasmaïs, in gebruik in vergistingsinstallaties voor productie van groene energie.
PPO in Vredepeel houdt op 22 juni en 7 september open dagen met diverse demonstraties die in het teken staan van 'schone en rendabele maïsteelt’. / HB

Re:ageer