Organisatie - 26 april 2007

Magnifiek! Fantastisch!

‘Wat jullie met jullie vak doen’, zegt Martin Kropff, ‘is geweldig. Jullie zijn het levende bewijs dat de Wageningen Aanpak werkt.’
De graatmagere Jetse Stoorvogel, officieel topdocent, peilt de gelaatsuitdrukking van zijn net zo magere collega Nico de Ridder – ook topdocent. ‘Daar wilden we het eigenlijk met je over hebben’, zegt Stoorvogel.
Ongelovig kijkt Kropff op. ‘Hoor ik daar een negatief toontje?’, vraagt het boegbeeld van het praktijkonderzoek, Van Hall-Larenstein en DLO.
‘We zitten met wat probleempjes…’, begint Stoorvogel.
Kropff schuift zijn bril recht op zijn rechtschapen neus en knippert onwillekeurig met zijn rechteroog.
‘Wat meer geld zou ook welkom zijn’, zegt De Ridder. ‘We hebben het potjandulleme niet gemakkelijk.’
‘Het is niet nodig om grof in de mond te worden’, corrigeert Kropff, zwaaiend met zijn wijsvinger.
‘Maar Nico en ik hebben al drie dagen niet gegeten’, protesteert Stoorvogel.
‘Je kunt onze ribben tellen’, zegt De Ridder.
‘We hebben zelfs geen geld voor een rekenmachine’, zegt Stoorvogel.
‘En dat is verdraaid lastig als je een vak geeft dat Quantitative Analysis of Land Use Systems heet’, zegt De Ridder.
‘Van ellende gebruiken we onze ribbenkast maar als telraam’, zegt Stoorvogel.
Kropff spreidt zijn handen en blikt omhoog. ‘Magnifiek’, zegt hij hees. ‘Die typisch Wageningse creativiteit. Jullie zijn geweldig. Ik zal straks Aalt en Tijs vertellen dat Nico de Ridder, Jetse Stoorvogel, Walter Ross…’
Halverwege zijn zin valt Kropff stil. ‘Waar is Walter eigenlijk?’, vraagt hij.
‘Medische problemen’, mompelt De Ridder.
‘Niks ergs, mag ik hopen’, zegt Kropff.
‘Walter heeft oedeem maar zijn open tbc is onder controle’, zegt Stoorvogel.
Beurtelings blikt Kropff van Stoorvogel naar De Ridder. ‘Ik zie het al’, zegt Kropff. ‘Jullie hebben behoefte aan een rectorabele peptalk.’
Een vaderlijke glimlach verschijnt op Kropffs gezicht. Hij gaat er eens goed voor zitten.

Re:ageer