Wetenschap - 1 januari 1970

Mag het licht uit?

Nederland is met België en Puerto Rico het meest verlichte land van de wereld. Alterra deed onderzoek naar de beleving van al dat licht dat kassen, auto’s en straatlantaarns de nacht in strooien. Mensen vinden het ergerlijk, maar vinden het ook nodig, omdat ze denken dat het daardoor veiliger wordt op straat.

Aanstaande zaterdag organiseert Natuur en Milieu de Nacht van de Nacht, onderdeel van een publiekscampagne tegen lichtvervuiling in Nederland. De milieuorganisatie wil donkerder nachten in Nederland, want de grote hoeveelheid licht ergert mensen en verstoort de natuur.
Fransje Langers van Alterra deed voor Natuur en Milieu onderzoek naar de beleving van het donker door Nederlanders. Haar resultaten vervatte ze in een boekje voor het brede publiek, Schitterend donker, dat uitleg geeft over de gevolgen van licht.
Roze wolkenluchten zijn in Nederland vertrouwder dan pikdonkere nachten. Grootste boosdoeners zijn tuinbouwkassen, die licht naar boven uitstralen dat door de wolken wordt weerkaatst. De lampen naast sportvelden en rijkswegen werpen ook veel licht de nacht in.
Uit het onderzoek van Langers blijkt dat veel mensen denken dat wegverlichting de verkeersveiligheid verhoogt. Maar dat is niet altijd zo, blijkt uit onderzoek van Rijkswaterstaat. Op verlichtte rijkswegen blijken zelfs meer ongelukken te gebeuren dan op donkere wegen, omdat mensen bij verlichting harder gaan rijden. Op andere plaatsen, bijvoorbeeld bij kruisingen, blijkt verlichting wel de verkeersveiligheid te vergroten.
Uit de enquête die Langers afnam blijkt dat mensen vooral de voordelen van licht zien. Tachtig procent van de bevolking vindt dat verlichting de omgeving veiliger maakt. Daarbij gaat het vooral om sociale veiligheid op de straat in de stad, verkeersveiligheid en inbraakpreventie. Ook blijken mensen sfeerverlichting te waarderen. Van de andere kant willen veel mensen het rondom hun woonplaats juist wel weer donkerder hebben, om zo de schoonheid van de nacht te kunnen waarderen. Langers deed na de enquête ook nog interviews, om zo een beter idee te krijgen van de persoonlijke beleving van duisternis en kunstlicht.
Uit de interviews bleek dat mensen in de stad licht willen, maar in de natuur duisternis. Geïnterviewden waarderen de donkere nacht omdat ze die ervaren als de afsluiting van een hectische dag. Pas in het donker komen ze tot rust. Door de lichtvervuiling zijn er in Nederland nog maar weinig sterren te zien, en dat vinden veel mensen jammer. Mensen blijken het vooral als onnatuurlijk te ervaren dat het ’s nachts nooit meer helemaal donker wordt.
Dat kan kloppen, stelt Hans de Molenaar, ecoloog bij Alterra. Mensen, maar ook dieren, raken van slag als het ’s nachts niet donker is. Hun dag-nachtritme raakt er van in de war. De Molenaar deed in 2000 onderzoek onder grutto’s langs verlichte snelwegen, en vond een afname van het aantal broedparen tot driehonderd meter van de weg. De grutto’s houden niet van de verblinding van het licht en vermijden het. Het effect lijkt sterker bij kunstlicht met kortere golflengte, dus wanneer het aandeel blauw groter is. Ook mensen hebben meer last van hel licht en minder van warmer geel licht.
De grutto is een gidssoort, zegt De Molenaar. Het is te verwachten dat ook andere soorten last van het licht hebben. Drie jaar later deed hij ook onderzoek onder zoogdieren. Door een lantaarnpaal in de natuur te zetten, vond hij dat verschillende dieren door licht aangetrokken worden. Bijvoorbeeld de vos, bunzing, hermelijnen en wezels. Die worden dan ook vaker door auto’s aangereden door het licht van de koplampen. Andere dieren worden afgestoten door het licht.
Beide reacties verkleinen het leefgebied van de dieren, zegt De Molenaar. En veel lichtvervuiling brengt ook de ecologische verbinding tussen natuurgebieden in gevaar, omdat dieren niet meer van het ene naar het andere gebied gaan als er een verlicht obstakel tussenin staat. Ook trekvogels, vertelt De Molenaar, kunnen veel last hebben van het licht van kassen, en de weg kwijtraken.
Net als bij mensen brengt kunstlicht bij dieren de biologische klok in de war. Maar niet alleen het dag-nachtritme, ook de biologische kalender raakt in de war. Bij vogels moet bijvoorbeeld in januari al iets veranderen in de hormoonhuishouding, als ze in het voorjaar een nest willen gaan bouwen. Het signaal voor die hormoonverandering is de duur van de dagelijkse duisternis. Daarom beginnen stadsvogels een paar weken eerder met de voortplanting dan hun soortgenoten in het bos. / JT

Schitterend donker, door Fransje Langers, uitgeverij Roodbont, ISBN 90-75280-84-X, € 9.50 Meer informatie op www.laathetdonkerdonker.nl

Re:ageer