Organisatie - 5 september 2012

Mag Dijkhuizen stelling nemen?

In Wageningen bestaan tientallen ideeen over inrichten van de landbouw. Het is niet aan de voorzitter van een universiteit er één te propageren, vinden sommige studenten en medewerkers.

Hij heeft het debat over intensieve landbouw flink opgepord. De discussie woedt deze dagen stevig, in landelijk kranten, op twitter, maar ook in de Wageningse kantines en wandelgangen. Dijkhuizens betoog leidde vanmiddag zelfs tot een demonstratie.

Maar is het wel passend dat de voorman van een academische organisatie stelling neemt bij zo'n gevoelig onderwerp? Zeer zeker niet, laat Jandouwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale Sociologie weten. ‘Het stoort me dat hij als voorzitter van de universiteit met een uiterst normatieve stellingname komt. Hij had de pluriformiteit moeten benadrukken: "in de hele wereld wordt gedebatteerd over dit onderwerp, dat doen we hier in Wageningen ook." Het beroerde is bovendien dat je met dit soort stellingnames het idee van een universiteit naar beneden haalt. Aalt zet ons neer als verlengstuk van de agro-industrie. Terwijl een universiteit een plek moet zijn waar ruimte is voor meerdere stromingen."

Ook student Thomas Slinkert vindt dat Dijkhuizen zijn boekje te buiten gaat. Hij is tweedejaars Agrotechnologie, woont in een vegetarisch huis, is niet tegen de intensieve veehouderij en toont zich op Facebook uitermate geinteresseerd in deze discussie. Hij vertelt: ‘Inhoudelijk heb ik nog geen standpunt bepaald, maar ik vind dat het een universiteit niet past om te zeggen dat het zo en zo moet. Het is niet aan Dijkhuizen om deze weg te kiezen, je moet aan een universiteit ook andere richtingen open laten.'

Dat is misschien wel zo, vind Hans van Trijp, hoogleraar Marktkunde, maar het doel heilig de middelen: Dijkhuizen heeft het debat opgestart. Van Trijp: ‘Een Wagenings standpunt bestaat niet, maar ik vind het goed dat Dijkhuizen de discussie aanzwengelt, omdat je dan wordt gedwongen om naar je uitgangspunten te kijken. Er is geen ruimte meer voor eenvoudige, eenzijdige oplossingen, we moeten de denkkracht van iedereen mobiliseren.'

Edith Lammerts van Bueren, bijzonder hoogleraar Biologische Plantenveredeling, geeft aan waarom zijn pleidooi ongepast is: de wetenschap is er gewoon nog lang niet uit. ‘Hoe kan de baas van een pluriforme universiteit zo duidelijk voor één model kiezen, terwijl we juist verschillende modellen bestuderen? Zo voel je je als wetenschapper niet serieus genomen. Wageningen UR moet niet voor één model kiezen bij dit complexe probleem van de wereldvoedselvoorziening. In de wetenschap is er nog geen consensus welke koers het beste is. Bovendien wil je onderzoekers en studenten stimuleren om het probleem vanuit meerdere invalshoeken te benaderen en om creatief en innovatief te zijn.'

Dijkhuizen zelf laat weten juist voor pluriformiteit te pleiten: ‘Je kunt namelijk het wereldvoedselprobleem niet eenzijdig benaderen. In een hoogproductief systeem zijn juist ook veel aspecten bij elkaar gebracht. Dat is wat ik duidelijk heb willen maken. Ik zie dat ook als mijn taak als bestuursvoorzitter van Wageningen UR. Ik heb namelijk gemerkt dat de heersende opvatting om dreigde te slaan naar alleen extensieve landbouw. En dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling. Zeker wanneer het betekent dat we ons huidige systeem van hoogproductieve landbouw niet meer willen steunen.'

Hij heeft daarom bewust zijn vinger opgestoken: ‘Het enige wat ik doe en beoog is feiten in te brengen, die ik in de huidige discussie over de intensieve veehouderij mis of die geweld aan worden gedaan. Dat heeft als gevaar dat er beslissingen worden genomen die op onjuiste gronden zijn gestoeld. Een taak bij uitstek voor een kennisinstelling lijkt me, of je nu medewerker, hoogleraar of voorzitter bent van de Raad van Bestuur.'

Re:ageer