Wetenschap - 1 januari 1970

Machismo en vriendschap maken en breken irrigatie in Filippijnen

Machismo en vriendschap maken en breken irrigatie in Filippijnen

Machismo en vriendschap maken en breken irrigatie in Filippijnen


Vriendschap en familierelaties, maar ook machismo en dreiging met geweld
houden een grootschalig irrigatiesysteem in de Filippijnen draaiende. De
overheid staat zwak in dit steekspel tussen boerenleiders, politici en
aannemers. Een sterkere overheid zou een efficiënter systeem opleveren,
maar in de Filippijnen zit dat er niet in, denkt irrigatiesocioloog ir
Joost Oorthuizen.

Eind jaren zeventig is de hervorming ingezet van een groot irrigatiesysteem
in Centraal Luzon in de Filippijnen. Doelen waren lagere kosten, financiële
verzelfstandiging van de irrigatiedienst en meer zeggenschap voor
boerenorganisaties in het beheer van het stelsel. Het was een groot succes,
meldden in de jaren tachtig en negentig donoren als de Wereldbank. Zij
stelden de hervorming zelfs als voorbeeld voor andere systemen in Azië.
Het systeem werkt inderdaad, maar niet efficiënt, stelt promovendus
Oorthuizen. Hij volgde anderhalf jaar ingenieurs, boeren en lokale politici
op de voet en zag veel strijd om water. De irrigatiedienst van de overheid
verdeelt water en onderhoudt het systeem, en moet voor die dienst leges
innen. Maar boerenleiders sluiten deals met lokale politici. Die zorgen dan
voor meer water voor een groep boeren. Soms langs politieke weg, maar soms
ook door ‘s nachts een verdeelwerk te vernielen. In feite regeren dan ook
de allianties van politici en boerenleiders over de verdeelwerken, die daar
ook patrouilleren. De irrigatiedienst kan er met haar beperkte middelen
niet veel aan doen. Het salaris van veldwerkers van de irrigatiedienst is
namelijk afhankelijk van de leges die ze innen. Als dat niet voldoende
lukt, moeten ze voor reparatie van kanalen aankloppen bij diezelfde lokale
politici.
Zo verdwijnen de scheidslijnen tussen gebruikers en overheid. Bovendien
blazen lokale aannemers nog een partijtje mee. Die kunnen grof geld
verdienen aan het binnenhalen van projecten om het systeem te onderhouden.
Dus sluiten ze deals met ingenieurs van de irrigatiedienst of lokale
politici. Als de irrigatiedienst meer middelen zou krijgen om de leges te
innen, zou een deel van de problemen verholpen zijn, denkt Oorthuizen.
Ook vindt hij dat de rol van boeren niet te veel geromantiseerd moet
worden.,,Want het zijn de boeren die vooral verantwoordelijk zijn voor de
inefficiëntie, en niet de staat. In veel Wagenings onderzoek wordt de boer
geromantiseerd. Dat is onterecht.’’

| J.T.

Joost Oorthuizen promoveert donderdag 12 juni bij prof. Linden Vincent,
hoogleraar Irrigatie en waterbouwkunde en prof. Leontine Visser, hoogleraar
rurale ontwikkelingssociologie.

[fotobijschrift]
Benedenstroomse boeren hebben de schuiven in deze dam vernield om meer
water te krijgen. Bovenstroomse boeren hebben daarna geprobeerd de gaten te
vullen met bamboestengels. Op de dam staat – blijkbaar tevergeefs – de
verordening van de irrigatiedienst dat er niet aan het verdeelwerk
gesleuteld mag worden. | foto Joost Oorthuizen

Re:ageer