Wetenschap - 8 maart 2001

Maasslib van nature vervuild met zware metalen

Maasslib van nature vervuild met zware metalen

Bij het onderzoek naar vervuiling van rivierslib moet meer rekening worden gehouden met natuurlijke, geologische oorzaken, vindt dr. ir. Leo Tebbens van het laboratorium voor Bodemkunde en geologie. Hij publiceerde hierover onlangs in het vaktijdschrift Geologie en Mijnbouw.

Tebbens onderzocht in oude Maasgeulen in Limburg de samenstelling van kleiige sedimenten die zijn afgezet aan het einde van de laatste ijstijd tot ongeveer drieduizend jaar geleden. De klimaatverandering in deze periode had volgens hem een grote invloed op de geochemische kenmerken van het rivierslib. Het natuurlijke gehalte aan zware metalen in de kleirijke afzettingen nam hierdoor toe.

"Toen het koude en vrij droge klimaat circa tienduizend jaar geleden overging in het huidige warme en vochtige klimaat, versnelde de verwering van gesteentes in het achterland: de Ardennen, de Jura-mergels in Frankrijk en het Zuid-Limburgse l?ssgebied. Hierdoor kwamen er meer verweerde kleien in de rivier terecht en omdat kleimineralen goed binden met zware metalen, nam het gehalte aan zware metalen in het slib ook toe."

De hoge zink- en loodgehaltes in Maasslib hoeven volgens Tebbens daarom niet automatisch te wijzen op vervuiling. Ze kunnen net zo goed een geologische oorzaak hebben. Belangrijk is daarom dat aardwetenschappers uitgaan van de juiste achtergrondwaarden voor gehaltes aan zware metalen en mineralen. Tot op heden zijn die te simpel opgesteld, zegt Tebbens. Op de lange termijn blijken die achtergrondwaarden te vari?ren in de tijd en per gebied.

Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) gaat de onderzoeksresultaten van Tebbens gebruiken voor een betere bepaling van achtergrondwaarden voor concentraties van zware metalen in rivierafzettingen. | H.B.

Re:ageer