Organisatie - 1 januari 1970

‘Maak financiële belangen openbaar’

Sinds de fusie met DLO doet Wageningen Universiteit vaag over de opstelling van zijn onderzoekers. En dat is merkwaardig, zegt KNAW-hoogleraar prof. Martijn Katan. Want er waren wel degelijk signalen dat onderzoekers onder druk stonden.

‘Natuurlijk speelt dat niet met al het onderzoek’, zegt Katan. ‘Als een bedrijf vraagt om de sequentie van een gen te bepalen, dan zal het heus niet tegen een onderzoeker zeggen: maak van dat AAC maar een ACC. Dat gebeurt niet. Maar waar het gaat om de interpretatie van gegevens, daar kun je het verwachten. Dat kan binnen mijn vakgebied, de relatie tussen voeding en gezondheid, maar ook bijvoorbeeld als het gaat om milieuonderzoek. André Köbben en Henk Tromp hebben in hun boek De Onwelkome Boodschap geschreven over wat er in de jaren negentig is gebeurd met een bioloog van Rivo, dr Ad Corten. Hij zei dingen over de visstand die niet goed uitkwamen en is vervolgens uitgerangeerd.’
Wageningen Universiteit moet met maatregelen komen die voorkomen dat er zich zulke affaires ook binnen de muren van de universiteit gaan voordoen, vindt Katan. Binnen de DLO-instituten zijn daar al maatregelen voor genomen. ‘Neem nou wat er gebeurde toen DLO veranderde in BV’s. Rikilt mocht toen niet meedoen omdat Rikilt wettelijke controletaken had, en de betrouwbaarheid van Rikilt boven elke twijfel moest zijn verheven.’
Wat voor Rikilt geldt, zou ook voor de universiteit moeten gelden. ‘Wageningen Universiteit zou een Rikilt-Universiteit moeten zijn’, stelt Katan. ‘Een plaats waar de integriteit van de bevindingen boven alle twijfel is verheven. Niet uit idealisme, maar uit praktische overwegingen. Het belangrijkste kapitaal van een universiteit is geloofwaardigheid, en een verstandige universiteit probeert die te maximaliseren.’
De geloofwaardigheid van Wageningen zou erbij gebaat zijn als Wageningen UR de nevenfuncties en financiële belangen van zijn wetenschappers openbaar gaat maken via zijn website, vindt Katan. Met hetzelfde gemak waarmee je nu iemands telefoonnummer kunt opvragen moet je ook kunnen zien bij waar iemand bijverdient als consultant en of hij een BV op zijn vakgebied bezit. ‘Voor auteurs in de grote medische tijdschriften is het al regel om dat soort gegevens openbaar te maken. Het wantrouwen tegen onderzoekers en hun belangen groeit, en openbaarheid is daartegen de beste remedie.’
Waar de betrouwbaarheid van Wageningen behoefte aan heeft, stelt Katan, is kader. Sinds de fusie heeft Wageningen Universiteit zich niet duidelijk uitgelaten over wat wel kan en wat niet, ook al waren er signalen dat onderzoekers behoefte hadden aan duidelijkheid. Goed, in de jaarverslagen en rapporten vind je de problemen niet terug. Maar onder vier ogen willen onderzoekers volgens Katan best vertellen dat er druk wordt uitgeoefend door de bedrijven of overheidsinstellingen die hun onderzoek betalen. Dat ze het verzoek krijgen of ze hun onderzoeksresultaten voorlopig onder de pet kunnen houden. Of ze die ene conclusie wel kunnen trekken. Of ze die zin niet anders kunnen formuleren.
‘Samenwerken met bedrijven is prima’, benadrukt Katan. ‘Dat hoor je me niet zeggen. Ik heb mijn carrière te danken aan samenwerking met bedrijven. Zonder het geld en vooral de technologie en kennis van Unilever had ik mijn onderzoek naar transvetzuren niet kunnen doen. Zonder de kennis van Nestlé was ik cafestol niet op het spoor gekomen. Maar ik kon voorwaarden stellen, want ik had een vaste betrekking, en ik kon op allerlei plaatsen terecht voor onderzoekssubsidies, zoals Hartstichting, NWO, EU en verschillende bedrijven. Als ik met een bedrijf niet tot een akkoord kwam betekende dat niet het einde van mijn carrière.’
Maar veel onderzoekers van nu hebben die luxe niet, en Katan vreest voor de gevolgen. ‘Als een onderzoeksleider de keuze heeft tussen mensen ontslaan of water bij de wijn doen, dan wordt het moeilijk’, zegt Katan. ‘Een enkeling zal kiezen voor de rol van de uitgerangeerde idealist in de marge. Maar als universiteit moet je het zover niet laten komen.’ Een verstandige universiteit bereidt zijn onderzoekers niet alleen voor op een gezellig spelletje pingpong met de opdrachtgevers, maar ook op het spel dat gespeeld wordt als de belangen van het bedrijf gaan botsen met die van de wetenschappers. Dan veranderen de onderhandelingen met het bedrijf van pingpong in rugby.
Er is niks mis met rugby, beklemtoont Katan. ‘Leuke sport. En rugbyspelers zijn prima mensen. Het zijn geen criminelen of zo. Maar rugby is geen spel dat je op dezelfde manier speelt als pingpong. Als je niet goed voorbereid het veld op gaat, dan gaat het fout.’ / WK

Re:ageer