Nieuws - 27 juli 2020

Maaien moet: bloeiende bermen campus onder het mes

tekst:
Nicole van ‘t Wout Hofland

Verschillende natuurtuinen en bermen op de campus kregen afgelopen dagen een maaibeurt, ook als de planten nog volop in bloei stonden. Zonde?

©Sven Menschel

Ecoloog Wieger Wamelink is een van de beheerders van de natuurtuin achter Lumen en de natte natuurtuin bij Atlas die afgelopen week onder het mes gingen. ‘Mij doet het ook pijn om te maaien als de tuinen in bloei zijn en er volop insecten rondkruipen en vliegen’, zegt Wamelink. Toch is de maaibeurt niet ondoordacht. ‘Als we niet maaien, zijn we over een paar jaar alle mooie en zeldzame plantensoorten kwijt. Dat moeten we voorkomen.’

Biodiversiteit
Op verschillende plekken in de tuinen groeien gras en riet. Dat is niet voordelig volgens Wamelink, omdat die plantensoorten de tuin overnemen en geen ruimte laten voor andere, soms zeldzame, plantensoorten. Dan verliest de tuin zijn biodiversiteit. ‘Door op het juiste moment te maaien, voorkomen we dat verlies’, zegt Wamelink.

De maaibeurten op de campus vinden drie keer per jaar plaats en zijn vastgelegd in een tweejarig maaischema. Graslanden die het ene jaar vroeg gemaaid worden, blijven het volgende jaar langer doorgroeien. Maar de beheerders van de tuinen gaan niet blindelings af op het schema. Ze houden de tuinen nauwlettend in de gaten en maaien wanneer de natuur dat toelaat. Dit keer startte het beheer de maaibeurt drie weken later dan gepland.

Als we niet maaien, zijn we over een paar jaar alle mooie en zeldzame plantensoorten kwijt
Wieger Wamelink, WUR-ecoloog

De ratelaar bepaalt
Het uitstel heeft te maken met de groei van de planten. ‘Door het droge voorjaar groeiden de planten langzamer dan normaal’, zegt Wamelink. Sommige planten hadden daardoor begin juli nog geen zaad ontwikkeld. Voor planten zoals de ratelaar is dat zaad essentieel volgens Wamelink: ‘We maaien niet voordat de ratelaar zaad heeft’.

Deze plant is zo belangrijk omdat hij een wortelparasiet is van grassen. Hij steelt hun voedingsstoffen waardoor de grassen minder hard groeien. Dat schept meer ruimte en een grotere overlevingskans voor andere plantensoorten. ‘Het zaad van de ratelaar blijft maar een jaar goed, dus als we een keer te vroeg maaien, zijn we de ratelaar voor altijd kwijt’, aldus Wamelink.

Niet alleen de ratelaar bepaalt het maaischema. De beheerders houden ook oog op de hoeveelheid biomassa in de tuinen. Groeien er te veel planten, dan nemen ze dat stuk mee in een eerdere maaibeurt. ‘Dat is nu al een paar jaar het geval bij het deel van de tuin direct achter Lumen’, zegt Wamelink. Zo voorkomen ze dat een plantensoort de tuin overheerst en voeren ze bovendien excessieve stikstof van het systeem af via de biomassa.

Maaien in fasen
‘We maaien niet alles in een keer, maar in fasen’, vertelt Wamelink. ‘Dat doen we onder andere voor de insecten’. Ook blijven bepaalde delen van de tuinen een jaar lang onaangeroerd. Die delen vormen een locatie voor insecten om te overwinteren.

Niet maaien is tot op zekere hoogte dus haalbaar, maar helemaal stoppen met maaien is geen optie. ‘Graslanden zijn geen natuurlijke systemen en als we de natuur haar ging lieten gaan, dan zouden de tuinen dichtgroeien met bomen’. Ook wachten tot de bloemen zijn uitgebloeid is geen mogelijkheid, want sommige planten komen pas laat in de herfst tot bloei.

Mede dankzij regelmatige maaibeurten huizen er in de tuinen van WUR zeldzame planten waaronder de hauwklaver, en orchideeën zoals het soldaatje.