Wetenschap - 26 februari 2009

MRSA BIJ KALVERHOUDERS

Radio1 meldde onlangs dat 88 procent van de Nederlandse kalverhouderijen besmet is met NT-MRSA, een variant van de gevreesde ziekenhuisbacterie die eerder vooral in verband werd gebracht met varkens. En één op de drie kalverhouders is zelf drager, blijkt uit onderzoek door de Universiteit Utrecht. Verontrustend nieuws?

Prof. Jaap Wagenaar, hoogleraar Klinische infectiologie aan Universiteit Utrecht en senioronderzoeker bij het Centraal Veterinair Instituut:
‘Deze brede verspreiding verklaren we voor een deel door de open structuur van de kalverhouderij waarbij dieren afkomstig van vele bedrijven op één bedrijf samengebracht worden. Hierdoor is het aannemelijk dat de kans op insleep groter is dan in de varkenshouderij, waarbij de bedrijven meer gesloten zijn. Overigens is ook in de varkenshouderij, in binnen- en buitenland, de NT-MRSA-besmetting wijdverbreid.
De gevolgen van een NT-MRSA-besmetting treffen voor een groot deel de veehouders zelf. Als mensen gezond zijn, hebben ze er geen last van. Maar als ze gewond raken of een operatie in het ziekenhuis ondergaan, vormt de antibioticaresistentie van NT-MRSA een probleem. De klassieke ziekenhuisbacterie verspreidt zich efficiënt in een ziekenhuis, via contact met de verpleging en patiënten onderling. De NT-MRSA-bacterie heeft echter niet zozeer de neiging om te spreiden. Verder komt de bacterie wel op het voedsel voor, maar in zulke lage aantallen dat mensen daar nauwelijks door besmet lijken te raken.
Op Radio 1 werd gezegd dat het om een ‘passief openbaar’ onderzoek ging, vanwege de economische belangen van de kalverhouderij. Maar de belangrijkste reden om nog niet actief met de resultaten naar buiten te treden is dat het een tussenrapportage betreft. Het hele onderzoeksprogramma naar MRSA in de veehouderij, dat we met een consortium van onderzoeksinstituten uitvoeren, loopt nog. Dat zal dit voorjaar worden afgerond.
We onderzoeken nu de specifieke kenmerken van besmette bedrijven. Wanneer we de risicofactoren op bedrijven kennen, geeft dat aanknopingspunten voor de preventie. Ik zie dit mede als een les voor de toekomst. Hoe moet je handelen als zo’n besmetting de bevolking wel breed treft? Daarover denken we na met de ministeries van VWS en LNV, en de Voedsel en Waren Autoriteit.’

Re:ageer