Organisatie - 14 mei 2009

MOET DOORSTROOM VAN VHL NAAR MASTER SOEPELER?

Rond de veertig afgestudeerden van Van Hall Larenstein stroomden het afgelopen jaar door naar een masteropleiding of een schakeljaar aan Wageningen Universiteit. Voorgaande jaren ging het nog om zo’n tachtig instromers per jaar. Niemand heeft een verklaring voor deze halvering. Sluiten de beide onderwijsinstellingen van Wageningen UR wel op elkaar aan?

opinie_0_785.jpg
 
Prof. Pim Brascamp, directeur Onderwijsinstituut ‘Voor mij is voorlichting een prioriteit bij de doorstroom vanuit Van Hall Larenstein naar Wageningen Universiteit. Er wordt mastervoorlichting op locatie gegeven, maar de informatie moet ook goed op papier staan. Sommige studenten blijken verwachtingen te hebben die wij niet kunnen inlossen, bijvoorbeeld rondom het doorstromen vanuit sommige opleidingen naar bepaalde masters. Een paar jaar geleden is het idee ontstaan om een aantal vakken als doorstroomminoren voor hbo’ers aan te bieden. Het bleek beter tailor made te werken, te bekijken wat het beste past bij de achtergrond van de student en zijn plannen. In de meeste opleidingen die goed op elkaar aansluiten, zoals de MSc Food Technology op de bachelor Voedingsmiddelentechnologie bij de hogeschool, is het niet nodig om speciale minorvakken te doen. Nuttig is het wel. Mijn persoonlijke drijfveer is dat studenten moeten doen wat het beste bij ze past. Ik zit hier niet om zieltjes te winnen, maar om studenten te faciliteren. Dat betekent ook een reëel beeld geven van de mogelijkheden. Het is dan belangrijk dat je de doorstroom binnen Wageningen UR goed regelt en zo eenvoudig mogelijk maakt.’
Dr. René Kwakkel, opleidingsdirecteur Dierwetenschappen ‘Dierwetenschappen trekt binnen Wageningen Universiteit de meeste afgestudeerde VHL’ers aan. Ze moeten meestal nog één of twee bijspijkervakken volgen voor de specialisatie in de master. De mogelijkheid om tijdens de hbo-studie minoren met bijspijkermodules te volgen, wordt goed opgepakt. Wanneer studenten bepaalde BSc-vakken hebben meegenomen in de minor, geeft dat meer keuzevrijheid in het MSc-programma. Sinds de invoering van de bachelor-masterstructuur is de zij-instroom gestegen. Drie jaar geleden hebben we binnen de opleiding de verschillen tussen studenten met een hbo- en een wo-achtergrond onderzocht. Het aantal WU-bachelors en zij-instromers houdt elkaar redelijk in evenwicht, ook als het gaat om de bezetting van aio- en PhD-posities. Het verschil in becijfering tussen de twee groepen bedraagt slechts 0,1 punt. Ik wil graag nog eens onderzoek doen naar de relatie tussen het cijfergemiddelde dat werd behaald op de vooropleiding en het cijfergemiddelde hier. Ik vermoed dat die relatie er nauwelijks is. Doorzettingsvermogen en motivatie zijn het belangrijkst. Mensen die het willen en kunnen, redden het wel. Alleen moeten ze hier veel harder aanpoten. Dat zeggen ze zelf ook vaak na de eerste periode.’
Robert van Iersel, afgestudeerd in Tuin- en landschapsinrichting aan VHL, nu eerstejaars bachelorstudent Bos- en natuurbeheer aan WU ‘Op het hbo werd de indruk gewekt dat de overstap makkelijk was, maar de universiteit laat nauwelijks hbo-studenten door wanneer het cijfergemiddelde te laag is of de vooropleiding anders is. Ik kon niet naar de master, ook al zit mijn afstudeerrichting dicht tegen Bos- en natuurbeheer aan. Uiteindelijk ben ik begonnen aan de bachelor. Afgestudeerde hbo’ers hebben al een rugzak vol ervaring. Nu leer ik extra basisdingen, soms overbodig en soms nieuw. Toen VHL bij Wageningen UR kwam, verwachtte ik meer uitwisseling tussen de docenten, maar dat gebeurt niet. Om een vrijstelling te regelen moet je zelf met boeken en dictaten aankomen om te laten zien wat je al gehad hebt. Van de zestig afgestudeerden van mijn studierichting zijn er voor zover ik weet twee naar Wageningen Universiteit gegaan. Dat lijkt me een bijzonder lage score. De hogeschool en de universiteit maken deel uit van dezelfde organisatie, maar een koppeling is er nog niet.’
Delia de Vreeze, verantwoordelijk voor de masterwerving van Wageningen Universiteit in Nederland en de EU ‘Sinds anderhalf jaar wordt er voorlichting gegeven op Van Hall Larenstein. Met name de tweede- en derdejaars wijzen we op de mogelijkheden om zich al in een eerder stadium voor te bereiden op vervolgstappen, door bijvoorbeeld vakken te volgen of een stageplek te zoeken binnen Wageningen UR. We merken wel dat de interesse groeit. De bekendheid van Wageningen Universiteit onder studenten en de welwillendheid van docenten om er aandacht aan te besteden, wordt groter. Voor alle zij-instromers geldt dat er algemene toelatingseisen zijn. Er is een Engelse taaltoets en de vooropleiding moet aansluiten op de master. Voor hbo-studenten is het soms lastig om het gemiddelde grade point average van zeventig procent te halen. Het gemiddelde cijfer moet een 7 zijn. Dat wordt berekend over een gemiddelde van alle vier jaren hbo. Het kan voorkomen dat de cijfers in de eerste twee jaar minder goed zijn dan in het laatste jaar omdat studenten dan pas bezig zijn met hun vervolgtraject. Bovendien werkt hbo met competenties en dat is soms lastig vergelijken. Beide onderwijsinstellingen moeten daar in de toekomst een helder kader voor scheppen, zodat de onduidelijkheid verdwijnt.’
Hans van Haeren, opleidingsdirecteur Tuin- en landschapsinrichting bij VHL Velp ‘In principe ben ik voor directe toelating. Het zou een regel moeten zijn dat als een student de hbo-bachelor haalt, een verwante master automatisch toegankelijk is, wanneer de motivatie goed is. Er zit wel een zekere soepelheid in de toelating, maar het gaat me om het principe. Tussen de wetenschappelijke en de hbo-bachelor moet meer samenhang komen, zodat je na de propedeuse zou kunnen overstappen en er een betere afstemming is op de master. Bij mijn opleiding gebeurt het hoogstens incidenteel dat studenten een minor volgen die voorbereidt op een master aan de WU. Dat lijkt me ook de kar achter de wagen spannen. Die vier jaar hebben we hard nodig voor het hbo-onderwijs en ik zou daar niet graag een half jaar vanaf halen om een voorschot te nemen op een master. We moeten binnen het gezamenlijke onderwijshuis van Wageningen UR streven naar soepele interne overgangen, waardoor de student op de juiste plaats terechtkomt en in de juiste tijd afstudeert. Dat is nog niet goed voor elkaar, maar er zit beweging in.’

Re:ageer