Organisatie - 15 januari 2009

MET ÉÉN MOND SPREKEN OVER DUURZAAMHEID

Gatze Lettinga ergert zich aan de Wageningse onenigheid over het begrip duurzame landbouw, schrijft hij in een ingezonden brief in Resource 12. Aanleiding is het artikel ‘De boer is terug’ (NRC, 20 december), waarin Jan Douwe van der Ploeg betoogt dat de wereld¬voedselvoorziening meer gebaat is bij boeren dan bij multinationals. Rudy Rabbinge vertelt in hetzelfde stuk een heel ander verhaal. Verwarrend en schadelijk, meent Lettinga. Heeft hij gelijk?

opinie_0_681.jpg
Prof. Gatze Lettinga, emeritus hoogleraar Milieutechnologie, in zijn ingezonden brief
‘Het is triest dat publiekelijk nog steeds zo’n verwarring op dit cruciale terrein wordt geëtaleerd; een universiteit van life sciences zou minimaal moeten probéren de gezichten één kant op te krijgen. (...) Over tal van aspecten zullen we het toch met elkaar eens moeten kunnen zijn. Bijvoorbeeld dat aan het bestaan van ‘arme boeren’ in onze wereld een eind zou moeten komen, maar ook dat alle boeren een goede opleiding moeten krijgen. (...) Er ligt voor Wageningen UR een geweldig uitdagende taak: de gezichten met betrekking tot de interpretatie van het begrip duurzaamheid moeten dezelfde kant op, aan de verkokering van het begrip moet een eind komen.’

Prof. Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar Wageningen Universiteit
‘Het is helemaal niet nodig dat we het eens worden over wat duurzame ontwikkeling van de landbouw precies moet zijn. Het is zelfs heel goed dat dat niet zo is. Het is een politiek begrip dat verschillende mensen verschillend omschrijven en waarin ze verschillende doelen met verschillende gewichten opnemen. Dat is goed, want daardoor komt er debat en dat resulteert in politieke keuzes. Duurzame ontwikkeling is daarmee niet het begin maar het resultaat van politieke discussie.
Over wetenschappelijke begrippen moet wel overeenstemming bereikt worden. Zoals over wetenschappelijke concepten, methodieken, diagnoses en analyses. Maar je hoeft het niet eens te worden over politieke keuzes en opinies. Het is wel nodig dat de deelnemers aan het debat hun doeleinden expliciet maken.
Met sommige politieke uitgangspunten van Lettinga ben ik het wel eens, zoals het politieke doel om een einde te maken aan het bestaan van arme boeren in de wereld. Jan Douwe van der Ploeg is het daar duidelijk niet mee eens, want hij blijft vasthouden aan een geïdealiseerd beeld van de kleinschalige landbouw, die ondermijnd zou worden door de ondernemerslandbouw. Hij verheerlijkt daarmee de keuterboeren, terwijl dat toch echt geen aangenaam bestaan is. Ik denk dat dat toch wel romantiek en nostalgie is, en geen wetenschappelijke analyse.
Van der Ploeg maakt ook onvoldoende expliciet op basis van welke analyse hij tot zijn mening komt. In zijn opvatting over duurzame ontwikkeling komt onvoldoende de politieke voorkeur en de wetenschappelijke analyse of diagnose tot uiting. In feite bevestigt hij zijn vooroordelen door gegevens op een bepaalde manier te presenteren. En haalt hij daarmee meningen en wetenschap door elkaar. Dat neemt niet weg dat ik een aantal gevoelens en ideeën van Van der Ploeg deel.’

Prof. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale sociologie
‘Het zou niet goed zijn als een universiteit met slechts één geluid naar buiten treedt over omstreden zaken en visies, zoals duurzame ontwikkeling. Een goede universiteit moet pluralistisch zijn. Het is juist zorgelijk dat sommigen proberen het debat af te kappen door te streven naar één geluid, bijvoorbeeld door als universiteit te streven naar één corporate identity. Of door bij voorbaat het standpunt van anderen te ridiculiseren. Dan neem je het debat niet serieus.
Dat Rabbinge zegt dat ik de boerenlandbouw idealiseer of romantiseer, of dat mijn analyses niet wetenschappelijk zijn, laat ik voor zijn rekening. Dergelijke kwalificaties zijn niet echt een uitnodiging voor een debat. Hoe hij aan die keuterboeren komt is me evenmin duidelijk. Mijn laatste boek The New Peasantries laat zien dat boerenlandbouw stabieler is dan ondernemerslandbouw en veelal meer inkomen oplevert, mede omdat de boerenlandbouw niet als een windvaan op de markt reageert. Om die analyse romantiek te noemen is een verwijt dat niet thuishoort in een wetenschappelijk debat. Verder deel ik de stellingen van Lettinga: die gaan over de boerenlandbouw en hoe die kan worden versterkt.’

Gertjan Bexc, voorzitter van RUW, een kritische studentenorganisatie over milieu, landschap en landbouw
‘Onze ervaring met de activiteiten die we organiseren rondom duurzame landbouw leert steeds weer dat het onmogelijk is om consensus te bereiken over wat duurzaamheid is. Het lijkt me ook onmogelijk voor een instelling als Wageningen UR om dat te hebben. Duurzaamheid van de landbouw is een heel breed begrip en kan veel verschillende dingen betekenen, afhankelijk van de doelen die je stelt. Een landbouwbedrijf dat gaat verbreden door een camping te beginnen kan duurzaam zijn als je kijkt naar het voortbestaan van het bedrijf en de boer. Maar het is niet duurzaam als je kijkt naar het wereldvoedselprobleem, omdat er minder geproduceerd wordt op hetzelfde aantal hectares. Het is niet erg als iedereen iets anders verstaat onder duurzaamheid, zolang je in de discussie maar duidelijk maakt wat je ermee bedoelt. Het heeft dus zeker zin om over duurzaamheid te praten, juist omdat het debat de onduidelijkheden weg kan halen.’

Nogmaals Gatze Lettinga
‘Ik blijf vinden dat we het tenminste eens moeten kunnen worden over de betekenis van het begrip duurzaamheid. Duurzaamheid gaat om het welzijn van de mensheid. Over de wegen die daartoe moeten worden gevolgd, zullen en mogen de meningen drastisch verschillen. Het is superholistisch en geen specialist heeft de wijsheid in pacht. Er moet daarover door alle mogelijke wetenschappers, politici, ondernemers, maar ook burgers juist heel goed overleg worden gevoerd.
Zodra echter verkokering van het begrip in het spel is - en dat is op beschamende wijze het geval - spelen bij leidinggevenden uit bedrijfsleven, politiek, samenleving en wetenschap de kortetermijnbelangen een doorslaggevende rol. Precies zoals Rabbinge en Van der Ploeg het voorstellen, gebruikt of misbruikt iedereen het begrip voor eigen doeleinden. Dat is dodelijk. Daardoor wordt het debat één grote kakofonie en luistert er niemand meer naar iemand.’

Re:ageer