Organisatie - 7 mei 2009

MEER ZON, EEN ZEGEN VOOR MENS EN NATUUR?

Uit een decennialange meetreeks van Wageningse meteorologen blijkt dat de zon steeds minder vaak achter de wolken schuilgaat. Zonaanbidders kunnen nu jaarlijks van gemiddeld 412 uur meer en bovendien fellere zon genieten dan in 1928. Vooral in het voorjaar en de zomer is het goed toeven op het terras, met in mei de meeste zonuren.

opinie_0_780.jpg
opinie_0_780.jpg

Foto: ANP

Marjolijn Swart, woordvoerster van KWF Kankerbestrijding
‘Dit is geen goed nieuws. Veel Nederlanders, vooral met blond haar en een lichte huid, zijn genetisch niet goed toegerust voor zoveel zon. Ook doordat steeds meer mensen op buitenlandse zonvakantie gaan, zien we een toename van het aantal gevallen van huidkanker. Aan de hoeveelheid uv-straling kunnen we natuurlijk niets doen, maar wel aan de bescherming. Blijf tussen twaalf en drie zoveel mogelijk in de schaduw, houd een shirt aan en een pet op, en smeer je in met zonnebrandcrème met een flinke beschermingsfactor.
Het is écht noodzakelijk dat de ernst van de zaak doordringt. De verwachting is dat in 2015 het aantal huidkankergevallen met 75 procent is toegenomen ten opzichte van 2000.’

Carel Oomes, eigenaar van biercafé de Vlaamsche Reus in Wageningen
‘Vroeger lag rond 5 mei het omslagpunt. Pas vanaf die datum was het lang genoeg lekker weer om het terras neer te zetten. We beginnen inmiddels steeds eerder; dit jaar zijn we al dik een maand buiten bezig. Toch is de winter voor ons de beste tijd. Binnen kun je bovendien veel beter zelf de sfeer van het café bepalen, buiten is dat lastig. Wel is het terras inmiddels een belangrijk deel van onze exploitatie, zonder zou ik behoorlijk inkomsten derven. Klanten willen met mooi weer nu eenmaal niet binnen zitten. Met onze verhuizing in 1995 vanuit de Molenstraat, waar geen plaats was voor een terras, hebben we de trend qua zonneschijn kennelijk goed aangevoeld.’

Dr. Rob van Dorland, klimaatonderzoeker bij het KNMI
‘Goed of slecht nieuws? Daar ga ik als klimatoloog niet over; het gaat hier om feiten. Ik denk dat het schoner worden van de lucht in West-Europa in de afgelopen 35 jaar, onder meer door rookgasontzwaveling, een rol speelt. Daardoor zitten er minder aerosolen in de lucht. Bovendien hangt er minder bewolking. Het is grappig dat het KNMI vorig jaar constateerde dat er met name in voorjaar en zomer steeds vaker zuidoostenwind staat. Daarmee wordt relatief droge continentale lucht aangevoerd, wat leidt tot wat minder bewolking, juist dus in dat deel van het jaar waarvoor de Wageningse meetgegevens een flinke toename in zoninstraling laten zien.
De klimaatmodellen voorspellen dat in de toekomst in Zuidoost-Europa het water in de bodem steeds vroeger in het jaar zal zijn verdampt, wat leidt tot een snelle opwarming van de lucht. Dat leidt er wellicht toe dat de trend, steeds meer droge continentale lucht, zich doorzet.’

Dr. Ep Heuvelink, leerstoelgroep Tuinbouwproductieketens
‘Voor gewassen als tomaat, paprika of komkommer is dit zeker gunstig. In de tuinbouw geldt een globale vuistregel: een procent meer licht is een procent meer productie. Maar ik denk dat een toename van de zoninstraling ook voor bijvoorbeeld tarwe en aardappels betekent dat de opbrengst stijgt. Aan de andere kant is er in de tuinbouw een keerzijde. Bij de teelt van potplanten moet waarschijnlijk steeds vroeger de kas worden afgeschermd om schade door te veel zon te voorkomen.
Ik vind een toename van ruim zestien procent ongelofelijk veel, maar ja, de cijfers liegen niet. Een dergelijk verschil moet merkbaar zijn. Het tuinbouwgebied rond Emmen krijgt van nature tien procent minder zon dan het Westland. Dat is een belangrijke reden dat het in Emmen momenteel berenslecht gaat.’

Dr. Arnold van Vliet, coördinator van De Natuurkalender
‘Weinig mensen zullen er rouwig om zijn dat de zon meer schijnt. Voor de natuur ligt dat een tikkeltje anders. We zien dat het ontwaken van de natuur in het voorjaar – het boven de grond komen van planten bijvoorbeeld – sterk door de temperatuur wordt bepaald. De afgelopen dertig jaar is het groeiseizoen met ongeveer een maand verlengd. In hoeverre de hoeveelheid zon daarbij een rol speelt, hebben we niet uitgezocht, maar je kunt je voorstellen dat de grond door meer zoninstraling extra opwarmt waardoor het proces wordt versneld.
Bij dieren kan dat tot problemen leiden. Een overwinterende vlinder als de dagpauwoog gaat tegenwoordig vaak vroeg vliegen. Daarvoor is een bepaalde buitentemperatuur noodzakelijk, maar ook zon, zodat de vlinders kunnen opwarmen. Als daarna de kou weer invalt, leggen ze het loodje. Misschien moet De Natuurkalender wat meer aandacht aan de zoninstraling schenken, maar die invloed lijkt met niet eenvoudig te onderzoeken; de variabiliteit van lokatie tot lokatie en van dag tot dag is namelijk erg groot.’

Prof. Wim Sinke, stafmedewerker zonne-energie bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)
‘Er kleven misschien ook nadelen aan meer zoninstraling, maar voor zonnecellen is er een positief effect: je mag aannemen dat meer zon leidt tot een hogere opbrengst. In hoeverre die toename evenredig is met het extra aantal zonuren of de totaal extra ingestraalde zonne-energie, is afhankelijk van de golflengteverdeling van het licht. De meest gangbare zonnecellen moeten het vooral hebben van golflengtes tussen het nabije infrarood en het ultraviolet in. De toenemende opbrengst is vooral een leuk extraatje. De stijging van het rendement van zonnecellen - de hoeveelheid elektriciteit per hoeveelheid ingestraalde energie - gaat gelukkig veel sneller dan de toename van het aantal zonuren. Maar dit is wel een bonus die we er zonder inspanning bij krijgen.’

Re:ageer