Organisatie - 23 april 2009

MEER BETALEN VOOR KIP ZONDER PIJN?

Onderzoek van de Wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit toont aan dat veel kuikenleed kan worden voorkomen met vriendelijkere vangmethodes voor de slacht. Bij doorberekening aan de consument zou een kipfilet daardoor vijf cent duurder worden. Nu lopen miljoenen kuikens tijdens het vangen kneuzingen of botbreuken op. Moeten we dat dierenleed tegengaan? En wie moet dat betalen?

opinie_0_777.jpg
Ir. Sjoerd van de Wouw van stichting Wakker Dier, heeft zijn onderzoeksvraag neergelegd bij de Wetenschapswinkel
‘Vleeskuikens vormen de enige groeiende groep in de vleesindustrie. In deze sector is ook het meeste dierenleed. Vleeskuikens leven zes weken en in die tijd worden ze twee kilo zwaar. Hierdoor zijn ze ongezond, ze bewegen bijna niet meer en krijgen gewrichtsontstekingen. De filet, het duurste stukje, is genetisch opgeblazen.
De oplossing ligt bij de supermarkt. De kosten kunnen via dat kanaal doorberekend worden aan de consument. Bij dierenwelzijn geldt vaak dat het voorkomen ervan vooral een financiële kwestie is. Voor een boer met vijftigduizend kuikens is het veel te duur om negen cent per kip te betalen voor betere vangmethodes. Maar voor de consument is die vijf cent per kipfilet niet veel. Er zijn naar schatting 29 miljoen kuikens die jaarlijks hun vleugels kneuzen, en de boer wordt niet beloond voor zorgvuldigheid.
Kuikens zijn nu vogelvrij. Er zit nu ongeveer 45 kilogram per vierkante meter, ja in die maat wordt dat uitgedrukt. Dat wordt door Europese regels in 2010 maximaal 42 kilogram per vierkante meter, dus meer dan twintig kippen.’

Ir. Peter van Horne, econoom pluimveehouderij bij het LEI
‘Er zijn voor welzijn meerdere verbeterpunten te noemen voor de vleeskuikenhouderij. Zo is op een deel van de bedrijven de stalbezetting te hoog. De groeisnelheid van de dieren is ook hoog en dat kan stofwisselingsproblemen veroorzaken. De verwondingen tijdens het vangen, dat is maar een klein aspect voor welzijn binnen deze sector.
In het onderzoek zijn verschillende methodes met elkaar vergeleken. De Zweedse methode, dus minder kippen in één keer vangen, is duurder. Het is moeilijk om hiervoor mensen te vinden en het is voor een boer lastig om toezicht te houden en de laders te overtuigen netjes met de dieren om te gaan. Een andere methode is een soort laadmachine aanschaffen. Maar dat is voor de meeste bedrijven niet rendabel.
In Spanje en Frankrijk speelt deze kwestie niet, maar dat zijn wel de concurrenten van onze pluimveesector. Zweden loopt voor, maar dat is geen exportland dus is de concurrentiepositie minder belangrijk.
Met dit onderzoek pik je er één dingetje uit en dat kost je vijf cent per kipfilet. Maar er zijn meer verbeteringen qua welzijn, en ook voor bijvoorbeeld vermindering van de milieubelasting of salmonellabesmetting. Al die verbeteringen kosten een paar centen en binnen de kortste keren gaat de prijs met twintig procent omhoog. De boeren willen wel, dat is het probleem niet.
In principe moeten we toe naar een systeemverandering met een ander kuiken. De Volwaard-kip is robuuster en gezonder en heeft een beter leven. Maar die soort heeft maar één procent van de markt in de Nederlandse supermarkt. De burger vindt dierenwelzijn belangrijk, maar de consument gaat vaak voor goedkoop. Terwijl beiden dezelfde persoon zijn.’

Wim van Willigenburg, manager vlees bij PLUS Retail
‘Respect voor dieren is voor ons belangrijk, maar we lopen niet meteen achter dit soort onderzoeken aan. Die zijn er vooral voor om de aandacht op de problematiek te vestigen, maar de vraag is hoe belangrijk dit is voor het dier. Eerder was er veel aandacht voor verdoofd castreren van biggen, maar dat blijkt voor de dieren net zo pijnlijk te zijn. Wij zijn gaan praten met een leverancier uit Duitsland en ons vlees komt van ongecastreerde biggen.
We lezen dit soort rapporten aandachtig door en gaan praten met onze leverancier om mogelijkheden te bekijken. Maar het wordt voor ons pas haalbaar als er wettelijke verplichtingen zijn. Dan weet je zeker dat concurrenten dezelfde maatregelen moeten doorvoeren en dan maken die paar centen niet zoveel uit. Wij hebben veel aan de Dierenbescherming en hun keurmerk voor diervriendelijke productie. Dat is voor ons bruikbaar in de praktijk. We verkopen bijvoorbeeld Volwaard-kip en kalfsvlees met een ster van de Dierenbescherming.’

Ir. Marc Jansen, directeur consumentenzaken en kwaliteit bij het Centraal Bureau voor de Levensmiddelen, de koepelorganisatie voor supermarkten.
‘We hebben een duurzaamheidsagenda met onevenredig veel aandacht voor dierenwelzijn. In dit geval, waarbij dieren verwondingen oplopen, vind ik het de verantwoordelijkheid van de dierhouder om dat te voorkomen. Het is een heel slecht argument dat het te duur is om netjes met de dieren om te gaan en dat boeren het daarom niet willen.
Het lijkt me ook dat de overheid hierover regels moet maken als dit alleen een technisch probleem is in de sector. Wat is de rol van de supermarkten in dit probleem? En waarom zou je de consument belasten met de keuze tussen goed en slecht behandelde kip? Zij gaan ervan uit dat een dier op een diervriendelijke manier gehouden wordt.’

Re:ageer