Wetenschap - 27 juni 2002

Lysine-aardappel blijft in de kast

Lysine-aardappel blijft in de kast

Hij komt er niet. Opdrachtgever Avebe heeft de transgene lysine-aardappel die Plant Research International ontwikkelde noodgedwongen in de ijskast gezet. Ondanks de milieuvoordelen die de nieuwe aardappel met zich zou meebrengen.

Bij de fabricage van zetmeel komt aardappelsap of protamylasse vrij. De veevoerindustrie voegt die stof als eiwitbron toe aan mengvoeder. "Het eiwit in aardappels is van een goede kwaliteit", zegt dr Ingrid van der Meer. "Het bevat alle aminozuren die je nodig hebt. Al zijn sommige aminozuren zoals lysine ondervertegenwoordigd." Dat betekent dat dieren grote hoeveelheden van het aardappeleiwit nodig hebben om toch voldoende van die schaarse aminozuren binnen te krijgen. Daarbij krijgen ze weer teveel van de aminozuren binnen die wel in hoge concentraties in de aardappels zitten. Die worden afgebroken en dragen bij aan de uitstoot van ammoniak en stikstof in het milieu.

Een aardappel die meer lysine bevat zou dat kunnen veranderen. De onderzoekers van de afdeling Celcybernetica van Plant Research International ontwikkelden zo'n lysineknol, nadat ze hadden uitgezocht hoe aardappels lysine aanmaken. Preciezer: wanneer aardappels stoppen met het aanmaken van het aminozuur.

"Als de concentratie lysine hoog genoeg is, bindt het aan ??n van de enzymen die nodig zijn voor de aanmaak", zegt Van der Meer. "Het enzym wordt daardoor inactief en de aanmaak stopt." De onderzoekers wisten dat te verhelpen door het stukje DNA, dat de bouwtekeningen voor het enzym bevat, te veranderen. Het eindresultaat was een aardappel die vijftien keer meer lysine aanmaakte dan normaal."

Ondanks de milieuvoordelen komt de lysineknol er niet. "Avebe heeft nu met veel moeite bereikt dat de proeven met de amylopectineaardappel kunnen beginnen. Dat heeft jaren gekost. Door de tegenslagen met de vorige genpiepers, en de bezwaren die er zijn tegen het gebruik in voeding, is de lysineknol voor Avebe niet meer rendabel."

Toch zou de kennis die de onderzoekers hebben opgedaan van pas kunnen komen bij de ontwikkeling van verbeterde cassave- of rijstvarianten voor ontwikkelingslanden. Dat kan desgewenst zonder gentechnologie. "We weten nu wat we in het genoom moeten veranderen. We zouden bijvoorbeeld erfelijk materiaal van planten kunnen bestralen met UV-licht, waardoor de gewenste mutatie ontstaat."

Maar of Van der Meer daadwerkelijk zulke planten gaat maken weet ze niet. "Ik heb geprobeerd de FAO warm te krijgen. Maar die is erg terughoudend als het gaat om gentechnologie." | W.K.

Re:ageer