Wetenschap - 1 januari 1970

Luik laat dolfijn ontsnappen

Diepvriestrawlers kunnen de ongewenste bijvangst van grote vissen, zeezoogdieren en schildpadden meer dan halveren door speciale netten te gebruiken. Dat blijkt uit onderzoek van Imares. De netten zijn onder meer uitgerust met ‘dolfijnenluiken’.

De trawlervisserij bij Mauritanië op vissoorten als sardines en makreel is omstreden door de relatief grote bijvangsten aan grote zeedieren zoals haaien, manta’s, zeeschildpadden en dolfijnen. De visrijke wateren van Noordwest-Afrika worden bij Mauritanië bevist door veertig tot zeventig buitenlandse trawlers. Onder die schepen bevinden zich ook diepvriestrawlers van Nederlandse reders, die tot de grootste vissersschepen in de wereld behoren. De visserij is mogelijk dankzij internationale afspraken tussen Mauritanië en de Europese Unie.
In opdracht van het ministerie van LNV en de Nederlandse Redersvereniging onderzochten visbiologen van Imares (voorheen Rivo, IJmuiden) de bijvangsten van deze trawlers en de mogelijkheden die te verminderen door het gebruik van speciale netten. ‘De financiers van het onderzoek geven hiermee aan dat ze zich bewust zijn van de problematiek. Dit onderzoek bood ze een mogelijkheid invulling te geven aan duurzaam ondernemerschap in de vissector’, aldus dr. Jaap Jan Zeeberg, die het project voor Imares leidde.

Hamerhaai
Het onderzoek voor de kust van Mauritanië begon in 2002 en is inmiddels afgerond. De belangrijkste resultaten worden in mei gepubliceerd in het vaktijdschrift Fisheries Research en zijn nu al online te raadplegen. Over meerdere jaren is de seizoensvariatie aan bijvangsten geregistreerd van een aantal grote zeedieren waaronder marlijnen, hamerhaaien, maanvissen, dolfijnen, zeeschildpadden en manta’s. Met uitzondering van de schildpadden ligt de top van de bijvangsten voor deze soorten ruwweg tussen mei en september. Dat is de periode die ook voor de visserij het meest gunstig is. Hamerhaaien worden het meest bijgevangen (42 procent van de bijvangst), gevolgd door maanvis (16 procent) en marlijn (10 procent).
Omgerekend naar de totale Europese vloot gaat het jaarlijks om duizend tot tweeduizend haaien.

Nooduitgang
De experimentele netten die door het Katwijkse bedrijf Maritiem zijn ontwikkeld blijken de bijvangsten aanzienlijk te beperken. De netontwikkelaar heeft in overleg met de onderzoekers de sleepnetten bovenin voorzien van een ‘zeezoogdieruitgang’ en over een deel van de lengte onderin zit een zeef en een ontsnappingstunnel voor grote vissen. Zeeberg: ‘Dolfijnen zijn claustrofobisch en blijven daarom voorin het net zwemmen. Zij kunnen nu via het luik het net verlaten. De andere vissen worden wel naar achteren gedwongen en de grofmazige zeef zorgt dat grote vissen dan onderlangs kunnen ontsnappen. De kleinere vissen, de doelsoorten, komen wel gewoon achter in het net terecht.’
Uit de experimenten bleek dat 100 procent van de zeeschildpadden en roggen zo aan het net ontsnappen. Van de manta’s, hamerhaaien en marlijnen ontsnapte respectievelijk 75, 55 en 40 procent. De resultaten voor de maanvis vielen, met 5 tot 20 procent, tegen. Zeeberg vermoedt op basis van onderwatervideobeelden dat dit komt omdat de maanvis een heel passieve zwemmer is. De vis wordt daardoor met de stroom tegen de zeef gedrukt. Belangrijk voor de acceptatie en toepasbaarheid van deze innovatie is volgens Zeeberg dat de aanpassingen in het net niet ten koste gaan van de vangsten aan gewenste vis. Daardoor is de zeef nog relatief grof gehouden. ‘Het net kan niet alle bijvangsten voorkomen, maar het zijn juist de grote exemplaren die het meest kwetsbaar zijn.’

Verplichting
De Nederlandse reders hebben al beloofd om het net te gaan gebruiken. Zeeberg: ‘Het is een heel vooruitstrevende ontwikkeling waarbij de vissers de samenwerking met het onderzoek hebben gezocht om de visserij te verbeteren. Nu zijn de Europese overheden aan zet om er ook werkelijk iets mee te doen’. Ir. Carel Drijver, hoofd oceanen en kusten bij het Wereldnatuurfonds (WWF), is ingenomen met het onderzoek. ‘Dat de Nederlandse reders met de aangepaste netten willen doorgaan, valt te prijzen. Dat is wel op vrijwillige basis en Nederland zit daar maar met tien schepen. Wij gaan ons nu inzetten om de Mauritaanse overheid en de Europese Unie, die in overleg zijn over het visserijakkoord, te overtuigen dat zulke ontsnappingsnetten verplicht gesteld worden voor alle schepen. De visgronden liggen vlak bij Banc d'Arguin, een beschermd natuurgebied dat een kraamkamer is voor veel vissoorten. Het is natuurlijk tragisch als vissen die daar opgroeien als bijvangst op vissersschepen belanden.’ / GvM

Re:ageer