Organisatie - 29 november 2007

Luidt VN terecht noodklok over klimaat en armoede?

Deze week kwam het Human Development Report van de Verenigde Naties uit met daarin de waarschuwing dat klimaatverandering vooral de mensen treft die er het minst aan bijgedragen hebben. Droogte, hitte en onvoorspelbare regenval schaden de landbouw en maken zeshonderd miljoen meer mensen ondervoed, vooral in Afrika. Driehonderd miljoen mensen worden bedreigd door overstromingen en stormen, bijvoorbeeld in Bangladesh. Is het werkelijk zo erg?

399_opinie_0.jpg
Prof. Pier Vellinga, programmadirecteur Klimaatverandering aan Wageningen UR en hoogleraar Milieuwetenschappen en veranderende aardsystemen aan de VU:
‘Het rapport van de UNDP schrijft nu alles toe aan de klimaatverandering om het vuurtje onder ons geweten aan te wakkeren. Maar voedsel- en watertekorten en ziektes zouden ook voorkomen zonder de klimaatverandering. De genoemde problemen worden er wel door verzwaard. Vermoedelijk draagt de klimaatverandering tien á twintig procent bij aan de problemen. Overstromingen zijn echter ook een grote bedreiging omdat veel mensen op onhandige plaatsen zijn gaan wonen, en het voedseltekort komt ook door een oneerlijke verdeling.
Het is dus wel erg gemakkelijk om alles op de klimaatverandering te schuiven. Toch vind ik het terecht dat UNDP ons er gevoelig voor probeert te maken, want de klimaatverandering wordt voornamelijk door ons veroorzaakt, terwijl de gevolgen het grootst zijn voor de mensen in het zuiden. We moeten daarom zeker iets doen, te beginnen bij de beperking van de uitstoot van broeikasgassen door anders energie te produceren. Ook moeten we zorgen dat onze koeien stoppen met het produceren van grote hoeveelheid methaan, bijvoorbeeld door een ander dieet. Minder vlees eten draagt ook veel bij. Verder moeten we zorgen dat de mensen in de bedreigde landen minder kwetsbaar zijn door een beter watermanagement. Ik vind ook dat het noorden moet gaan betalen voor de schade in het zuiden door instelling van fondsen die gekoppeld zijn aan de uitstoot van broeikasgassen.’

Prof. Erwin Bulte, hoogleraar Ontwikkelingseconomie aan Wageningen Universiteit:[img]
‘Ik ben geen klimaatdeskundige, maar het probleem is reëel en het morele appèl terecht. Een groot deel van de kosten van klimaatverandering komt terecht bij mensen die die kosten moeilijk kunnen dragen en met het probleem zelf weinig van doen hebben, want in de hoorn van Afrika of in Bangladesh wordt weinig CO2 uitgestoten.
Maar bij de oplossing die de UNDP aandraagt moet ik wel fronsen. Als je je zorgen maakt om het welzijn van mensen, dan kan je beter andere problemen aanpakken. Bijvoorbeeld honger of oorlog, die op korte termijn het halen van de millenniumdoelstellingen in de weg zitten. Het klimaat is wat dat betreft geen prioriteit. Dat is ook de benadering van de Kopenhagen consensus van Bjørn Lomborg, die een prioriteitenlijst opstelde van oplossingen van wereldproblemen met de goedkoopste oplossing met het meeste effect bovenaan. Dan blijkt bijvoorbeeld investeren in gezondheidszorg veel meer effect te hebben dan maatregelen tegen klimaatverandering.
De auteurs van het Human Development Report hopen denk ik op én én, op ontwikkelingssamenwerking én tegengaan van klimaatverandering. Maar dat lijkt me niet de realiteit. De UNDP wil 25 tot 50 miljard dollar steken in een fonds voor duurzame energieopwekking in ontwikkelingslanden, wat ten koste zal gaan van fondsen voor ontwikkelingssamenwerking. En industrielanden moeten volgens het UNDP in 2050 tachtig procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Dat gaat enorm veel geld kosten en heeft gevolgen voor de westerse economie en dus ook voor ontwikkelingslanden. Dan gaat het je dus om het milieu. Wil je de unprecedented development reversals voorkomen, dan kan dat goedkoper.’

Prof. Rudy Rabbinge, universiteitshoogleraar Wageningen Universiteit:[img]
‘Mensen die nu al kwetsbaarder zijn, worden het eerst getroffen. Dat is een additioneel argument voor ontwikkelingssamenwerking. Die moet dan gericht ingezet worden op het vergroten van de robuustheid van landbouwsystemen. Door meer aandacht voor bodemvruchtbaarheid, irrigatie en het functioneren van lokale en regionale markten is het heel goed mogelijk om hoogproductieve landbouwsystemen te ontwerpen die minder gevoelig zijn voor droogte en andere gevolgen van klimaatverandering.’

[img]Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders zei bij de presentatie van het rapport van de UNDP dat hij de conclusie deelt dat klimaatverandering en armoede sterk met elkaar verbonden zijn. Hij zegde toe dat Nederland in de toekomst haar ontwikkelingsprogramma’s sterk met elkaar gaat integreren. ‘De bedoeling is dat klimaat- en armoedeagenda’s samengebonden gaan worden en er compromissen komen over het financieren van adaptatiefondsen. De strijd tegen klimaatverandering is de belangrijkste uitdaging van deze eeuw. Zelfs belangrijker dan de strijd tegen terrorisme.’

Prof. Thea Hilhorst, hoogleraar Humanitaire hulp en wederopbouw aan Wageningen Universiteit:[img]
‘Het noorden moet over de brug komen, want het heeft inderdaad schuld aan de klimaatverandering. Maar er zitten wel wat haken en ogen aan het rapport. De gevolgen van rampen kunnen om verschillende redenen ernstig zijn. Het gaat niet alleen om de aard van de ramp, maar ook om de kwetsbaarheid van de bevolking en de capaciteit van de samenleving om de gevolgen te beperken. Al die factoren bepalen hoe hard bijvoorbeeld een storm of een overstroming aankomt. In het klimaatdebat lijken die lessen vergeten te worden. Een scenario van 320 miljoen mensen die te maken krijgen met overstromingen is gebaseerd op het aantal mensen dat woont in gebieden die zouden kunnen overstromen. Mensen in zo’n gebied passen zich echter aan door een deel van het jaar elders te wonen. Je moet de discussie over klimaatverandering dus integreren in het denken over ontwikkeling. Dat geldt ook voor de uitgaven van rijke landen aan aanpassingen aan klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Dat bedrag is nu nog heel laag, maar moet volgens de UNDP groeien tot 86 miljard dollar jaarlijks in 2015. Dat is ruim vier keer meer dan nu wereldwijd aan ontwikkelingssamenwerking wordt uitgegeven. De ontwikkelingssamenwerking debatteert over de vraag of het zin heeft om zoveel geld in te zetten of dat het juist corruptie en zinloze projecten in de hand werkt. Als je al zoveel geld bij elkaar krijgt.’

Re:ageer