Wetenschap - 13 december 2007

Lokstroom helpt vissen paaien

1
1678_nieuws.jpg
Met vistrappen moeten snoekbaarzen, brasems en andere vissoorten stuwen en dammen kunnen passeren. Een succesvolle doorgang hangt af van de stroming uit de ingang van de vistrap, concludeert dr. Erwin Winter in zijn proefschrift.
In Nederland zijn op grote schaal vistrappen aangelegd om ervoor te zorgen dat vissen langs barrières als stuwen en dammen kunnen zwemmen om vervolgens stroomopwaarts te kunnen paaien. Winter volgde met zendertjes de vissen rond de Overijsselse Vecht om meer te weten te komen over de werking van de passages.
Om een vistrap te passeren moeten de vissen wel eerst de ingang kunnen vinden, concludeert hij. Daarvoor moet de vis uit de vele waterstromen die van een stuw of dam afkomen juist die stroom vinden die uit de vistrap komt. Hoe groter deze lokstoom qua volume is, des te groter is de kans dat de vis die stroom neemt.
Winter constateerde verder dat de aanleg van vistrappen waarschijnlijk een verschuiving tot gevolg heeft gehad in de vissoorten in de rivieren. Soorten die de trappen veelvuldig gebruiken, waaronder de alver, winde en brasem, zijn in aantal toegenomen. Terwijl de soorten die meer moeite met vistrappen hebben, zoals de snoekbaars, in aantal afnamen. / Laurien Holtjer

Erwin Winter promoveerde op 7 december bij Johan Verreth, hoogleraar Aquacultuur en visserij.

Re:acties 1

  • Leanne

    Voor een project van school heb ik een vraag over de grootte van de lokstroom. Hoe groot moet deze stroom minimaal zijn om als lokstroom te kunnen dienen voor de gemiddelde vis?

    Alvast bedankt

    Reageer

Re:ageer