Organisatie
Achtergrond

Liever live les

Werkt online lesgeven? Kun je als docent op afstand de stof naar behoren overbrengen? En vooral ook, is het leuk? Spoiler 1: ja het kan, tot op zekere hoogte. Spoiler 2: maar leuk is anders.

Tekst Roelof Kleis Illustratie Yvonne Kroese

Het zijn pakketjes die je niet elke dag met de post krijgt: studenten van het mastervak Animal Ecology ontvingen twee weken terug een doos met tien slakken, tijdelijk ondergebracht in een soort satébakjes. Wijngaardslakken van verschillende grootte en bedoeld om thuis een begrazingsexperiment mee uit te voeren. Afzender van de pakketjes: Ignas Heitkönig, docent Wildlife Ecology & Conservation. Hij bestelde er 1700 bij een leverancier in Brabant. Normaal vindt dat onderdeel van het mastervak plaats op het terrein van proefboerderij Nergena in het Binnenveld. Niet met slakken, maar met koeien, paarden, schapen en konijnen. In groepjes brengen studenten in de praktijk wat ze in de weken daarvoor aan theorie en modelvorming hebben geleerd. ‘Studenten vinden het fantastisch om zo in het veld met elkaar en met de dieren bezig te zijn’, zegt Heitkönig. ‘Dat veldwerk vinden ze echt gaaf!’ Maar dat gaat dus niet in coronatijd. Met zijn team bedacht Heitkönig het slakkenalternatief. ‘Met dozen uit de supermarkt moeten de studenten een arena bouwen van 0,5 x 0,5 meter met verschillende obstakels erin. In kennisclipjes is uitgelegd hoe ze de dieren moeten houden, voeren en verzorgen. De bedoeling is dat ze metingen doen over wat slakken eten, hoe hard ze lopen, en dat soort zaken. Allerlei vragen uit de theorie kun je in zo’n arena toetsen.’

Huis-, tuin- en keukenchemie

Hendra Willemen, docent bij Organische Chemie, moest bij de start van periode vijf van de ene op de andere dag online met het eerstejaarsvak Bio-Organic Chemistry for the Life Sciences. ‘Het theoretische deel was online wel op te vangen’, blikt ze terug. ‘Maar scheikundepracticum online is niet te doen.’ Tot ze bedacht dat de keuken thuis ook een soort lab is. ‘In een keuken vindt veel chemie plaats. Bij het zetten van een kop koffie ben je al bezig met extractie en filtratie. Met huis-tuin-en-keukenmiddelen als soda, afwasmiddel en azijn kun je al veel doen. Het is geen hogere scheikunde, maar je kunt toch iets laten zien.’ Met haar collega’s bedacht Willemen een groot aantal proefjes om thuis te doen. Trek bijvoorbeeld maar eens één liter thee van een theezakje. Doe hetzelfde nog eens, maar nu door vier keer achter elkaar 250 ml water te gebruiken. Doe die vier porties thee bij elkaar en vergelijk het resultaat met die eerste liter. Welke thee is donkerder en hoe komt dat? Online werd een pagina gemaakt voor de beschrijving van de experimenten, het uploaden van de foto’s van het thuiswerk en de onderlinge discussie daarover.

Met soda, afwasmiddel en azijn kun je thuis scheikundeproeven doen

Sjoerd Brandsma en zijn collega’s van Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning stonden net als Willemen voor de opgave om spoorslags een bij uitstek praktisch vak als Studio Regional Design online te geven. ‘Het is een heel intensief en belangrijk vak voor onze leerstoelgroep’, legt Brandsma uit. ‘De opzet is dat studenten eerst in groepjes een landschap analyseren en daarna individueel, na theoretische vorming, met een bepaalde opdracht een ontwerp gaan maken voor een gebied. Zo’n opgave kan bijvoorbeeld de aanpak van de droogte zijn of natuurontwikkeling. In dit geval ging het om Het Groene Woud, het gebied tussen Eindhoven, Breda en Tilburg.’ Tijdens excursies naar het gebied leren de studenten het gebied te analyseren en het landschap te lezen. Maar dat ging dus nu niet. Brandsma: ‘Om ze toch het gebied te leren kennen, hebben we studenten van voorgaande jaren gevraagd foto’s te delen. We hebben video’s van het gebied beschikbaar gemaakt. En we zijn zelf ook explicieter geweest in hoe het landschap in elkaar steekt.’Het eigenlijke ontwerpen gebeurde op online platforms waar studenten in groepjes van zes konden werken en overleggen. Als feitelijke studio werd een digitaal prikbord gemaakt, waarop studenten alles kwijt konden wat ze maakten en elkaars werk konden zien.

Gemis

Brandsma is best tevreden over de gevonden invulling van het vak. ‘Allereerst omdat we alle studenten binnenboord hebben gehouden. Dit is een van de zwaarste vakken binnen onze studie. We hebben ze iets kunnen bieden, zonder de lat lager te leggen. De gestelde leerdoelen zijn daarmee gehaald. Toch denk ik niet dat dit een vorm is die voor ons vakgebied werkt. De studenten waren heel begripvol. Ze vonden het al heel mooi dat we dit allemaal in zo korte tijd voor elkaar kregen. Maar het directe contact ontbreekt. Normaal zie je of iemand vast zit in zijn aanpak en ga je met zo iemand aan de slag. Al zoekend en schetsend kom je zo verder. Om een goede ontwerper te worden, moet een ervaren ontwerper met je meekijken. Dat aspect van het ontwerponderwijs vervalt in deze uitwerking.’ Brandsma’s ervaren gebrek aan contact wordt door vrijwel alle docenten gedeeld. Het gebrek aan direct en persoonlijk contact met studenten is een groot nadeel aan online lesgeven. Dat blijkt uit ook onderzoek dat Tim Stevens (Education and Learning Sciences) doet naar de transitie van het gewone onderwijs naar online. Hij enquêteerde een groot aantal docenten na afloop van periode vijf over hun eerste ervaringen met het online lesgeven. De meerderheid van de docenten vindt dat het leerproces bij online onderwijs minder effectief is. De motivatie en de betrokkenheid van studenten, de interactie tussen studenten en de feedback van docenten haalt het niet bij face-to-face onderwijs.

De overgang naar online maakt me creatiever. Maar is het leuk? Nee

Online feedback blijkt lastig. Volgens Stevens maken docenten maar mondjesmaat gebruik van de beschikbare online mogelijkheden voor feedback. ‘Maar 15 procent van de docenten maakt gebruik van tools als FeedbackFruits, quizzen en rubrics. De reden kan zijn dat de omschakeling heel snel moest. Feedback organiseren kost veel voorbereidingstijd. Ik ben benieuwd of die tools in de komende periodes meer worden gebruikt, nu docenten meer voorbereid zijn.’ Opmerkelijk genoeg zeggen studenten die feedback helemaal niet te missen. Dat blijkt uit de vakevaluaties door studenten na afloop van elk vak. Studenten zijn tevreden over de interactie met de docenten. Stevens plaatst daar wel een kanttekening bij. ‘Docenten vergeleken online met gewoon onderwijs. Studenten reageerden in een vakevaluatie. Dat is niet hetzelfde. Het kan zijn dat studenten de context hebben meegenomen waarin het vak werd gegeven. Dus: gezien de omstandigheden ben ik tevreden. We gaan daarom een extra enquête doen onder studenten, waarin dezelfde vraag wordt voorgelegd als aan de docenten: vind je het leerproces online beter of minder dan bij face-to-face onderwijs.’

Lesplezier

Het gebrek aan direct contact heeft ook zijn weerslag op het werkplezier. Zo’n 60 procent van de docenten geeft aan online lesgeven niet leuk te vinden, blijkt uit de studie van Stevens. ‘Nee’, zegt Katja Teerds (Fysiologie van Mens en Dier) hartgrondig, op de vraag of online lesgeven leuk is. ‘Ik mis enorm de interactie met de studenten.’ Zij was in periode vijf bij drie vakken betrokken, waaronder haar ‘eigen’ mastervak Brains, Hormones and Metabolism. ‘Op vrijdag kregen we te horen dat na het weekeinde alles online moest.’ Alle colleges moesten worden opgenomen. ‘We hadden niks op video staan, want ik was daar nooit zo’n voorstander van. Ik vind het directe contact met de studenten veel te leuk.’ Het werkcollege (tutorials) ging online via Brightspace en als extra contactmoment werd met enige regelmaat een virtual classroom opgezet. Maar het echte contact vervang je daar niet mee. ‘Als je normaal college geeft, zie je wat er leeft in de groep. Je kunt de groep peilen’, zegt Teerds. ‘Dat ontbreekt nu. Op basis van mijn ervaring weet ik wel welk deel van de stof studenten lastig vinden, en daar besteed ik dan extra aandacht aan, maar je krijgt online nauwelijks vragen.’

Studenten koersen door dat isolement meer op eigen inzicht en kunde

Toch werkt het wel. ‘Verbazingwekkend goed zelfs’, vindt Teerds. ‘Voor het werkcollege heb ik de studenten gevraagd de antwoorden op de vragen een dag van tevoren te uploaden. Dan maak ik een powerpoint van de antwoorden en die behandel ik online. Wat bleek? De antwoorden van de studenten waren veel uitgebreider dan in de werkcolleges in het verleden. De studenten gingen veel intensiever met de stof om.’ Eenzelfde ervaring heeft Teerds met het online histologiepracticum dat ze nu in periode zes geeft. Door een echte microscoop turen is er even niet bij. In plaats daarvan bestuderen studenten thuis microscoopbeelden van een cd-rom. Teerds: ‘Voorheen gebruikten ze die beelden als een soort referentie naast hun microscoop. Nu gaan ze daar heel anders mee om. Veel intensiever.’ Ze heeft er ook wel een verklaring voor. ‘Op zaal zit je met zijn zessen aan een tafel en bedien je met zijn tweeën een microscoop. Als er eentje niet zo’n zin heeft, trekt die de anderen mee. Studenten beïnvloeden elkaars gedrag. Nu zitten ze alleen thuis en is die afleiding er niet.’

Werkdruk

Ook Brandsma heeft die ervaring in zijn ontwerpstudio. ‘Doordat studenten meer geïsoleerd werken, is de focus groter. Ze worden niet door elkaar afgeleid. Studenten koersen door dat isolement ook veel meer op eigen inzicht en kunde. Dat vind ik heel opvallend en leuk. Ze worden op hun eigen kamer niet afgeleid en beïnvloed door wat de anderen doen. Er ontstaat daardoor meer diversiteit in wat ze maken. Dat is leuk om te zien. Daar moeten we op de een of andere manier iets mee doen als de coronacrisis voorbij is.’

Hendra Willemen kijkt met plezier op de keukenexperimenten terug. ‘Ik kreeg er positieve energie van. Maar het is zeker geen goede vervanging van het werk in een echt lab. De praktische vaardigheden in een lab kun je er niet mee evenaren. In die zin worden leerdoelen niet gehaald. De omgeving is anders. Een afzuigkap is geen zuurkast. Een glazen potje is geen erlenmeyer.’ En college online geven is dus niet leuk. ‘Je zit toch een beetje ins blaue hinein te praten. Je weet niet of de studenten je kunnen volgen, er komen geen vragen. Gegeven de omstandigheden was het acceptabel, maar zo kun je niet altijd lesgeven. Na de zomervakantie geven we dit vak weer. Gelukkig mogen we dan een deel van het practicum op de campus doen. Daar ben ik blij om. Wij willen heel graag weer naar de labzaal.’

Je zit toch een beetje ins blaue hinein te praten. Je weet niet of ze kunnen volgen, er komen geen vragen

‘Ik doe het met passie en het is uitdagend’, zegt Heitkönig. ‘Het is niet om mezelf op de borst te kloppen, maar ik ben de eerste weken zestien uur per dag in touw geweest. Het ging ten koste van mijn nachtrust. Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Wat moesten we bijvoorbeeld doen met de buitenlandse studenten. Daar konden we geen slakken naartoe sturen. Ze moesten dus zelf voor slakken zorgen en dat is best lastig. Gisteravond kreeg ik nog een mailtje uit Chili: Het is hier winter en dan zijn er geen slakken te vinden. Bovendien is er een lockdown en mag ik niet naar buiten.’

Ik heb er slapeloze nachten van gehad

Die extra werkdruk blijkt ook uit het onderzoek van Stevens. Twee op de drie docenten ervaart meer stress door het online lesgeven. En vier van de vijf maakt overuren. ‘De overgang naar online maakt me creatiever en het brengt me op ideeën om op een andere manier informatie over te dragen’, vindt Heitkönig. ‘Maar is het leuk? Nee, volmondig nee! Ik mis op alle fronten het directe contact, het elkaar in de ogen kunnen zien. Maar gek genoeg komen de leerdoelen niet in het gedrang. Die hebben we volgens ons op deze manier allemaal gehaald. De vraag is alleen of elke individuele student die ook haalt. En cijfers geven is lastig bij groepswerk als je niet weet wat er in die groepjes gebeurt. We moeten het doen met wat ons ter ore komt. Uit educatief oogpunt is dat superzwak.’

Leave a Reply


Je moet inloggen om een comment te plaatsen.