Wetenschap - 1 januari 1970

‘Liever een rode puntmuts, dan een roze bidon of koebel’

‘Liever een rode puntmuts, dan een roze bidon of koebel’

‘Liever een rode puntmuts, dan een roze bidon of koebel’


Ze kennen hier toch nog niemand, dus het maakt ze niet uit hoe ze er bij
lopen. Daarom tooiden aankomend eerstejaars zich zonder problemen met de
bloemenkettingen, armbanden met belletjes of puntmutsen die ze van hun AID-
pappa’s en mamma’s ter herkenning kregen. ,,We zijn trots op onze groep’’,
aldus een introloper.

,,We wilden onze kindjes niet voor lul laten lopen’’, aldus Naomi
Duijvesteijn, mentor van groep 16. Op het eerste gezicht lijken deze
introlopers helemaal geen herkenningstekens te hebben. Maar als er naar
wordt gevraagd begint iedereen meteen in zijn zak of tas te graaien om vol
trots een speelgoed mobiele telefoon tevoorschijn te halen. ,,De eerste dag
hing hij bij iedereen aan de broekriem. Kijk, hij kan nog piepen ook’’,
demonstreert Naomi.
Erg bont hebben de mentoren het dit jaar niet gemaakt. Afgelopen week mocht
de nieuwe lichting studenten door de stad zwerven met zaken als
waterpistolen, gekleurde bretels, spenen, roze sjaaltjes, boeren zakdoeken,
paarse drinkflesjes, vlinders en allerhande knuffelbeesten waaronder
smurfen. Mentoren Packo Lamers en Erik Reichman waren zelf aan het prutsen
geweest. Ze wilden hun groepje iets subtiels geven dat ze ook mee naar de
kroeg konden nemen. Het werd een foto van henzelf die onder een
pielspelletje met balletje was geplakt.
Groep 48 was meteen na aanmelding zelf aan het werk gezet. Met plakkaatverf
hadden ze een twee meter lange totempaal mogen beschilderen en de houten
stokjes die als totems aan een kettinkje hingen. Bovenaan de stok zaten
lichtjes en onderaan een grastapijtje met margrieten. De sfeer zat er goed
in. ,,Het schilderen was goed voor de kennismaking’’, vertelt introloper
Femke Mickartz lachend. Door elkaar sommen ze de voordelen op van de
uitdossing: door de totem hebben ze altijd een paal bij zich om te
paaldansen, je kunt elkaar zo vinden op de dansvloer. Anderen zouden al op
de totem hebben geaasd. ,,Maar we ruilen hem alleen voor een busje met
volle tank’’, roepen ze in koor.
Het meest opvallend waren de rode puntmutsen. Twee groepsleden geven meteen
toe voor lul te lopen met die feestmuts op. ,,Ik vind het niet erg. Het is
goed voor de teamspirit. Ik ben eerder blij dat ik niet met een roze bidon
of koebel hoef te lopen’’, aldus Sjoerd van Deventer. Lenneke de Winter
zegt: ,,Ach, ik ken hier toch nog niemand en alle groepjes lopen voor
gek.’’ Ze zet haar muts wel regelmatig af. ,,Het elastiekje knelt, daar
krijg je drie onderkinnen van.’’
Bas van de Sande en Gilles Havik hebben van hun mentoren een plastic
cowboyhoed met koeienprint gekregen voor tijdens de AID. Het maakt de
stoere Bas en Gilles niks uit dat ze misschien voor lul lopen. ,,Het geeft
eenheid. Alleen waait die hoed steeds af’’, klaagt Gilles. | Y.d.H.

Re:ageer