Wetenschap - 1 januari 1970

Licht bevissen mosselzaad heeft weinig invloed

Een van de weinige echte experimenten in het door modelberekeningen gedomineerde onderzoek van EVA II, is het toetsen van de zogenaamde Janlouw-hypothese. Volgens oud-mosselkweker Jan Louwerse zouden mosselzaadbanken steviger worden door die licht te bevissen. Dat is niet zo, blijkt, maar het vissen heeft ook geen negatief effect op de hoeveelheid mosselzaad op de banken.

,,Eigenlijk had je twee tegenovergestelde hypotheses'', vertelt dr Aad Smaal van het Centrum voor Schelpdieronderzoek, de projectleider van het onderzoek. Naast de Janlouw-hypothese was er ook de veronderstelling dat bevissing leidt tot het verdwijnen van de mosselbanken. ,,De waarheid zit in het midden'', concludeert Smaal. ,,Voor het mosselzaad is het resultaat neutraal, maar voor de vissers niet, want die hebben kunnen vissen.''
Voor het onderzoek van de Janlouw-hypothese werden twee vakken van tien hectare uitgezet op tien mosselzaadbanken. Eén vak diende als controlevak, het andere werd in oktober licht bevist. De onderzoekers bepaalden via luchtfoto’s en metingen op de grond de bedekking van de banken met mosselzaad vóór de bevissing, direct erna, en vlak na de winter. ,,Als je niet vist heb je ook maar twintig procent over qua bedekking'', aldus Smaal. Het mosselzaad waait in de winter namelijk weg door stormen. De bevissing bleek geen negatieve invloed te hebben op de bedekking met mosselzaad na de winter, er was zelfs een licht positief resultaat.
De uitkomsten roepen wel een aantal vragen op. Zo is nog onduidelijk wat de invloed van de bevissing in oktober of november is op de beschikbaarheid van voedsel voor de wadvogels. Er is immers mosselzaad weggehaald, en hoewel dat door de mosselkwekers weer is uitgezaaid op beneden laagwater gelegen percelen, waar het onder meer dient als voedsel voor eidereenden, is onduidelijk of dit positief of negatief is voor de vogels van de wadplaten. Daarnaast is onduidelijk wat er gebeurt met het wegwaaiende mosselzaad, of dat op mosselbanken, wadplaten of in geulen terechtkomt, en of het opvissen van het zaad van invloed is op de verspreiding van mosselzaad in de Waddenzee.
Het onderzoek heeft vanaf het begin weerstand opgeroepen bij natuurbeschermers, want voor het onderzoek moest gevist worden in gebieden waar dat volgens het geldende beleid niet mocht. ,,De Waddenzee heeft als hoofdfunctie natuurgebied'', stelde jurist en actiecoördinator Lian Rombouts van de Waddenvereniging in 2001. ,,Dat is voor ons een principieel punt. Ook als uit het onderzoek blijkt dat licht bevissen een positief effect heeft op de banken, blijft het in strijd met die hoofdfunctie.''
De tegenstand leverde de nodige vertraging op. De Waddenvereniging en de Vogelbescherming probeerden via de rechter de experimentele bevissing tegen te houden, maar de mosselvissers konden in oktober 2001 met vrijstelling gaan vissen voor het onderzoek.
Smaal ziet wat betreft onderzoek wel toekomst in het toetsen van de door de schelpdiersector gepropageerde, duurzame manier van vissen. ,,Die richt zich ook op het vissen in instabiel gelegen bestanden'', aldus Smaal. Hij zou daarbij willen meten wat de invloed is op de wadvogels, en wat het lot is van het wegwaaiende mosselzaad.

Martin Woestenburg

Re:ageer