Wetenschap - 30 augustus 2001

Liberalisering wereldmarkt niet per se goed voor ontwikkelingslanden

Liberalisering wereldmarkt niet per se goed voor ontwikkelingslanden

Het openen van de wereldmarkt voor ontwikkelingslanden door de tarieven voor agrarische import te verlagen is niet per se in het voordeel van arme landen. Dit is in tegenstelling tot wat minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking doorgaans beweert, die aandringt op snelle liberalisering van de EU. Dat concludeert een onderzoek van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) dat handelsliberalisering beschouwt vanuit het oogpunt van ontwikkelingslanden.

De meeste macro-economische analyses scheren ontwikkelingslanden over ??n kam. Een nieuw model van het LEI onderscheidt juist groepen landen op basis van de verwerkingsgraad van landbouwproducten die ze produceren, de mate van bescherming van hun exportmarkten en de vraag of ze netto-importeurs of -exporteurs zijn. Dat levert een genuanceerder beeld op.

In het algemeen levert liberalisering van handel economisch voordeel op voor alle partijen, omdat geproduceerd wordt waar dat het effici?ntste kan. Daarbij is de winst voor ontwikkelingslanden relatief het grootste. Landbouw is in die landen namelijk een grote sector. Een belangrijke uitzondering zijn arme landen die exporteur zijn van vooral onbewerkte landbouwproducten, bijvoorbeeld oliehoudende zaden. Dit zijn veelal landen in sub-sahara Afrika die handelspreferenties hebben. Dat zijn afspraken met bijvoorbeeld de EU waardoor ze minder hoge tarieven hoeven te betalen als ze exporteren naar de EU. Wanneer de tarieven wereldwijd verlaagd worden, wordt het relatieve voordeel voor die landen minder groot, waardoor ze meer concurrentie van andere landen zullen ondervinden. Door deze zogenaamde 'preferentie-erosie' worden juist die Afrikaanse landen de dupe van verdere liberalisering van de handel.

Deels wordt het verlies voor Afrikaanse landen goedgemaakt doordat zij meer tuinbouwproducten kunnen exporteren. Dit voordeel dreigt echter te verdwijnen, juist door verdere liberalisering van het landbouwbeleid van rijke landen. Door de afbouw van akkerbouwsubsidies, met name in Europa, kunnen akkerbouwers dan niet meer concurrerend produceren. Zij zullen stoppen of overschakelen op bijvoorbeeld tuinbouw of bloementeelt. Omdat ze daarin wel effici?nt kunnen produceren, zullen ze de Afrikaanse producenten, die juist met die producten de wereldmarkt op willen, opnieuw uit de markt prijzen. Liberalisering van de Europese markt is dan ook lang niet in alle gevallen positief voor ontwikkelingslanden, concludeert het LEI. Dit zal minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking niet graag horen. Zij pleit juist al jaren voor het opengooien van de Europese markt om ontwikkelingslanden een eerlijke toegang te gunnen. Onlangs zei ze dat de demonstranten die zich tegen handelsliberalisering keren de ontwikkelingslanden juist benadelen door onderhandelingen daarover te dwarsbomen.

De onderzoekers merken verder op dat het voor ontwikkelingslanden van belang is dat een nieuwe onderhandelingsronde over liberalisering niet alleen over landbouw gaat, maar ook over de verwerkende industrie en andere sectoren als textiel, industrie en diensten. | J.T.

Re:ageer