Wetenschap - 1 januari 1970

Liber amicorum voor Jaap Frouws

Jarenlang werd landbouwpolitiek gezien als een afgeleide van politieke voorkeuren in Den Haag of Brussel. Ergens tussen bedoeling en resultaat vond nog wat landbouwpolitiek plaats, maar meer als tussenschakel dan als zelfstandig politiek proces. Jaap Frouws heeft duidelijk gemaakt dat landbouwpolitiek op zichzelf sturend is.

Collega’s schreven een goed leesbaar liber amicorum voor de agrarisch socioloog dr Jaap Frouws waarin ze vanuit verschillende gezichtspunten het werk van Frouws belichten. Het idee voor het boek ontstond toen duidelijk werd dat Frouws ernstig ziek was en, naar toen de verwachting was, nog maar enkele jaren te leven had. Zijn dood kwam sneller dan verwacht, op 1 februari dit jaar, maar Frouws heeft toch nog enkele hoofdstukken van het boek kunnen lezen.
Frouws heeft in 1993 met zijn proefschrift getiteld ‘Mest en macht’ een verandering in het denken over landbouwpolitiek op de onderzoeks- en beleidsagenda gezet. Belangen van boeren zijn in de analyse van Frouws niet langer statisch, maar krijgen vorm in de praktijk van belangenbehartiging. Belangen worden gezocht, geformuleerd, gerepresenteerd, samen gebracht en gerealiseerd. Belangengroepen zijn daarin niet alleen bezig met het overbrengen van de verlangens van boeren naar de politiek. Frouws gebruikt daarom liever het woord ‘belangenarticulatie’, omdat het woord belangenbehartiging te veel verwijst naar eenrichtingsverkeer.
In zijn proefschrift past Frouws dit idee toe op de totstandkoming van het mestbeleid. Daarin blijken belangenorganisaties en hun omgeving een machtssysteem op zich te vormen, waarin sommige belangen wel behartigd worden, en andere genegeerd worden. Landbouwpolitiek blijkt geen doorgeefluik te zijn, maar juist zelf sturend te zijn, ook al is die sturing lang niet altijd succesvol. Juist daarom pleitte Frouws in zijn proefschrift ervoor – in 1993 – dat boeren niet meer vastgeklonken moeten zitten aan het Groen Front, de tot dan toe bestaande belangenbehartiging van boeren. Juist omdat boeren hun eigen verantwoordelijkheid van sturing, samen met anderen, naar een duurzame landbouw moeten nemen, en niet langer alleen het eigen belang moeten verdedigen. Drie jaar later valt inderdaad het Groen Front uiteen. Een goede timing van de studie, blijkt achteraf.
In het liber amicorum schrijven verschillende collega’s hoe het werk van Frouws hun eigen werk beïnvloedde. Prof. Jan Douwe van der Ploeg opent het boek met een inleiding op werk en leven van Frouws. Daarna volgen achttien hoofdstukken van uiteenlopende stijl. Doorwrochte theoretische beschouwingen, een doorkijkje vanuit het ministerie van LNV maar ook toepassingen van het denken van Frouws op het bredere terrein van milieubeleid – ook in Vlaanderen – of van landhervorming in Zuid-Afrika. Met als aardig geschreven afsluiting een van sociologisch commentaar voorzien relaas van een wandeling die toenmalig beleidsmedewerker van LNV Peter Kurstjens met Frouws maakte van Maastricht naar Nice. / JT

‘Het landbouwpolitieke gebeuren; liber amicorum voor Jaap Frouws.’ Studies van Landbouw en Platteland 34. ISBN 90-6754-931-2. Onder redactie van Jan Douwe van der Ploeg en Han Wiskerke.

Re:ageer