Wetenschap - 22 maart 2007

Lerende netwerken stimuleren vernieuwing

Mensen kunnen beter van elkaar leren als ze zich gezamenlijk betrokken voelen bij de oplossing van een praktisch probleem. Dat gegeven wordt gebruikt in zogenaamde lerende netwerken, of communities of practice, die in trek zijn bij beleidsmakers en bestuurskundigen.

Wegtransporteurs lopen in Nederland tegen de grenzen van hun groei aan. Het transport van producten als veevoeder, bloemen en diepvriesmaaltijden loopt vast in de dagelijkse files. Geavanceerde techniek leidt niet meer tot verbetering. Producenten, ondernemers en projectleiders zoeken naar andere oplossingen en nieuwe ideeën. Door vrachten te combineren, productieplaatsen gezamenlijk te gebruiken en gebruik te maken van elkaars ervaring, zijn onverwachte vernieuwingen tot stand gebracht. Zo ontstond er bijvoorbeeld ook een bedrijf dat kippen, champignons en waterzuivering combineert.
Het idee om de bedrijven te combineren kwam voort uit een zogenaamd lerend netwerk of leergemeenschap – een community of practice. Drs. Paul Kersten en drs. Remco Kranendonk van Alterra doen onderzoek naar deze nieuwe vorm van leren en organiseren voor LNV communities of practice om problemen op te lossen. LNV ziet lerende netwerken als aanvulling op andere instrumenten om vernieuwing te stimuleren.
In een recente publicatie in American Behavioral Scientist concluderen Kranendonk en Kersten dat een lerend netwerk meer vernieuwende resultaten kan opleveren dan gewone vergaderingen. Net als bij een traditioneel overleg komen deelnemers een aantal keer bij elkaar. Maar in een lerend netwerk gaat het erom dat de deelnemers voor het eerst ontdekken dat ze gezamenlijk een probleem kunnen oplossen door van elkaar te leren. Dat schept een gezamenlijke identiteit. Voorwaarde is, zegt Kersten, dat de lerende netwerken draaien om concrete problemen uit de praktijk.

Re:ageer