Wetenschap - 31 augustus 2017

Leren van de fipronilcrisis

tekst:
Yvonne de Hilster
1

Eind juli werd bekend dat er bij leghenbedrijven een verboden middel – fipronil – was gebruikt tegen bloedluis (vogelmijt). Het was terechtgekomen in de kippen en hun eieren. Een nieuw voedselveiligheidsschandaal was geboren. Hoe kijken Wageningse onderzoekers nu naar de affaire? Wat kunnen we ervan leren?

tekst Yvonne de Hilster  illustratie Henk van Ruitenbeek

Ivonne Rietjens.jpg

Ivonne Rietjens, hoogleraar Toxicologie

‘Het heeft me verbaasd dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit sprak over een acuut gevaar voor de volksgezondheid voor de eieren met te hoge fipronilgehaltes. Ik vraag me af of er vooraf wel een toxicoloog naar de publiekswaarschuwing heeft gekeken. Toxiciteit is een kwestie van dosis. In de normen voor veilige blootstelling zit een flinke veiligheidsmarge ingebouwd. De normen worden bepaald op basis van dierstudies. Daarbij wordt gekeken wat de hoogste dosis van een stof is waarbij effect bij dieren uitblijft, en dat niveau wordt door honderd gedeeld om een veilige dosis voor de mens vast te stellen. Dus ook als deze veilige grenswaarde bijvoorbeeld twee of drie keer wordt overschreden, kun je nog niet spreken van een acuut gevaar. Verder is wettelijk bepaald dat er geen fipronil in eieren mag zitten. Het was daarom in deze kwestie beter geweest om mee te delen dat er eieren uit de handel werden genomen omdat er een verboden stof in was aangetroffen, maar dat er geen direct gevaar was voor de volksgezondheid. Wat we hier verder vooral van moeten leren is dat dit soort schandalen niet de grootste bedreiging zijn voor onze gezondheid. Dat zijn roken en te veel, te vet en te zout eten. Daardoor kampen in Nederland veel mensen met ziekten en gaan er velen vroegtijdig dood. Niet door de gevonden hoeveelheden fipronil.’

Coen van Wagenberg.jpg

Coen van Wagenberg, onderzoeker economie van voedselveiligheid, Wageningen Economic Research

‘Wat mij opviel in de fipronilaffaire is dat de NVWA en het RIVM niet exact dezelfde boodschap hadden. De een zei: laat eieren even staan. De ander zei: eieren zijn veilig. Burgers zien deze organen als een geheel, als “de overheid”. En die overheid vertrouwen ze als het gaat om veilig voedsel. Een verschillende boodschap tast het vertrouwen aan. Voor exportproducten zoals eieren zie je dat het buitenland Nederlandse bedrijven steeds meer als een geheel beschouwt. Een probleem bij enkele bedrijven heeft zo gevolgen voor alle anderen. Wat interessant zou zijn om uit te zoeken is of de kosten van nog meer controles opwegen tegen de baten. Ons voedsel is heel veilig, maar het is een illusie te denken dat je elk risico kunt uitsluiten.’

Bart Gremmen.jpg

Bart Gremmen, hoogleraar Ethiek in de life sciences

‘Je moet de fipronilkwestie begrijpen vanuit de sector. Het is een systeem dat is ontstaan in de jaren vijftig, door de scheiding tussen kippen voor vlees en kippen voor eieren en door innovaties die de goedkope productie van grote aantallen eieren mogelijk maakt. Dat systeem heeft nadelen waar weinig aan is te doen. Bijvoorbeeld de verwerking tot voer van overbodige hanenkuikens. Dat pluimveehouders een schoonmaakbedrijf inhuurden dat een verboden middel bleek te gebruiken, is een fout die overal kan voorkomen. Maar zo’n fout ontregelt het systeem. Eieren stapelen zich op of worden vernietigd, boeren laten kippen hongeren om de fipronil uit hun lichaam te laten verdwijnen of doden ze omdat deze dieren niets meer opleveren. Het systeem kan dit soort verstoringen niet opvangen, met grote financiële problemen voor pluimveehouders tot gevolg. Dan moet je concluderen dat de bedrijven in dit systeem voortdurend op de rand van faillissement leven. Om de immorele aspecten uit het systeem te kunnen halen, is een eerlijkere, hogere prijs voor eieren nodig. Fouten als het gebruik van verboden middelen zijn daarmee niet uit te sluiten. Het blijft de verantwoordelijkheid van boeren om door te vragen naar papieren van zo’n schoonmaakbedrijf. Maar het geeft iets meer ruimte om naast je effectieve en efficiënte productie ook alle regels na te leven.’

Jeroen Candel 2.jpg

Jeroen Candel, universitair docent bestuurskunde

‘Begin deze eeuw is er bezuinigd op de NVWA en is deze van het ministerie van Volksgezondheid naar Landbouw (nu Economische Zaken, red.) verhuisd. Vanaf dat moment wordt er al gewaarschuwd voor afnemende kwaliteit van het toezicht. Ook in 2014 heeft de Tweede Kamer zich nog over misstanden en oorzaken laten informeren. Er wordt nu te makkelijk naar de inspectie gewezen, terwijl er niets is gedaan met alle signalen. Ik hoop dan ook dat deze crisis ervoor gaat zorgen dat er aandacht komt voor de diepere oorzaken van de problemen bij de NVWA. Er moet een fundamentele discussie komen over hoe de inspectie eruitziet. Het lijkt mij goed als deze niet voornamelijk controleert of de sector zelf haar inspecties wel goed uitvoert, maar als dienst ook met de poten in de klei staat. Daarnaast laten de recente stalbranden zien dat er spanning zit tussen risico’s en waar je als autoriteiten tegen kunt optreden. Dat een bedrijf aan de regels voldoet, wil nog niet zeggen dat er qua veiligheid geen risico’s worden genomen.’

Noelle Aarts 2.jpg

Noëlle Aarts, hoogleraar Communicatie en verandering in life sciences

‘Wat de affaire laat zien is dat in discussies de feiten an sich er weinig toe doen. Het gaat om gif, en iets is gif als het te veel is. Maar Nederland hanteert daar andere waarden voor dan bijvoorbeeld België. Datgene wat je kunt meten – zoals de temperatuur, het fijnstofgehalte in de lucht of fipronil in een ei – wordt ook wel “eerste orde realiteit” genoemd. Tweede orde realiteit zijn interpretaties, waarden of waarderingen. Wanneer noem je het koud of warm, hoeveel fijnstof of fipronil vinden we nog toelaatbaar? In de discussies rondom fipronil worden eerste en twee orde realiteiten door elkaar gehaald. Het is voor de meeste mensen niet duidelijk hoe men van dezelfde feiten tot verschillende waarden kan komen. De instanties hadden kunnen uitleggen hoe die maximaal toelaatbare waarde in Nederland is bepaald, dat er een ruime veiligheidsmarge is ingebouwd. Nu was er alle ruimte voor speculatie en kon je alle kanten op met de informatie – wat ook gebeurde.’

Re:acties 1

  • Sander Heutink

    Normen worden vanuit de dieren-praktijk proefondervindelijk vastgesteld en verschillen per interpretatie, domein en regio. Vandaar dat door harmonisatie normen worden bijgesteld en in bepaalde sectoren tot standaard verheven. Uitwerkingen van stoffen verschillen per tijdseenheid. Acuut, korte termijn, lange termijn, etc. RIVM noemde in het fipronil-debacle "geen negatieve effecten op de korte termijn"! Selectieve communicatie veroorzaakt onrust.

    Mee eens! Feit is dat het gif Fipronil niet in eieren mag zitten. Zowel NVWA als RIVM hadden er goed aan gedaan dit feit te communiceren. De boeren hadden het kunnen weten en zij wisten het!

    De indruk wordt gewekt dat het volk een beetje dom is! Dood (door stapeling van de beetjes) ga je toch wel, maar niet van Fipronil!

    Lees de bijsluiters en verbaas u over het (juridisch) indekken van aanbieders tegen risico's. Kosten/baten analyses zijn per definitie eenzijdig en vaak zinloos. De wetenschap kan de uitdaging oppakken door risico/impact-analyses maatgevend te laten zijn.

    Het woord "vertrouwen" mag uit de Van Dale geschrapt worden na de kredietcrisis en de vele aanhoudende schandalen in de Agro-sector. De risico's en impact behoren met de huidige stand van de wetenschap meer beheersbaar te zijn. Door het inzicht neemt wellicht de complexiteit toe. Een blijvende kans voor de onafhankelijke wetenschap om het beter te willen weten en meten!

    Het fipronilschandaal komt uit het hart van de kippen-sector. In nog geen jaar tijd is een marktaandeel van 20% gerealiseerd. Hoe kan dat?
    Het systeem behoort een lerend systeem te zijn. Uiteraard met waardering van de plussen, minnen, kansen en de obstakels. Ondernemen betekent bedrijfsvoering optimaliseren en ontwikkelingen volgen.

    Een eerlijke prijs bestaat niet, wel een verantwoorde prijs. Immorele aspecten en een beetje niet-integer zijn kan niet maat zijn voor verantwoord ondernemen. Nederlandse ondernemers acteren in een vrije markt met wettelijke regels. In Nederland is 1:5 miljonairs boer!

    Reageer

Re:ageer