Wetenschap - 1 januari 1970

Leren eigen kracht te ontwikkelen

In veel ontwikkelingslanden is een schreeuwend tekort aan vaklui, beleidsmakers en onderzoekers. Zo ook in Colombia. Terwijl beter opgeleide mensen de basis zijn voor ontwikkeling. Met hulp van Wageningen wordt de universiteit in El Chocó verbeterd, zodat de gemarginaliseerde zwarte bevolking vooruit kan komen.

De universiteit van El Chocó in Colombia. / foto Kees de Zeeuw
Het is lastig waterleidingen aanleggen als er geen loodgieters zijn. En landbouw bedrijven is lastig als de kennis niet van het land komt maar uit stoffige boeken uit een grijs verleden. In veel ontwikkelingslanden is een groot tekort aan deskundigen. De Nederlandse overheid investeert daarom in opleidingen voor vakmensen en beleidsmakers. Dat kan door studenten van daar in het westen te scholen, maar het kan ook door universiteiten, voorlichtingsdiensten, ministeries of maatschappelijk organisaties in de landen zelf te versterken. Bijvoorbeeld door onderwijsprogramma’s ofwel curricula beter af te stemmen op de praktijk, of door verbetering van het management van een universiteit.
Jaarlijks besteedt het ministerie van Buitenlandse Zaken 31 miljoen euro aan die zogenaamde capacity building. Nuffic voert met dat geld voor het ministerie het NPT-programma uit, voluit het Netherlands Programme for Institutional Strengthening of Post-secondary Education and Training Capacity. Onlangs bleek dat Wageningen UR de afgelopen jaren bijna een kwart van het NPT-programma in de wacht sleepte.

Universiteit
In gedachten vliegen we even naar El Chocó, een achtergesteld gebied in het westen van Colombia. In die regio is de zwarte minderheid van het land in de meerderheid. De voormalige slaven lijden niet alleen onder discriminatie, maar worden ook gemangeld in de oorlog tussen de overheid en de linkse guerrilla. Paramilitairen, gefinancierd door drugskartels, doen het vuile werk voor de overheid. Landbouwgrond van de zwarte bevolking wordt bovendien vaak ingepikt door malafide ondernemers die er oliepalmplantages aanleggen. Bovendien voeren de Verenigde Staten er ook nog eens een oorlog tegen de cocaboeren. Ze spuiten cocaplantages plat, en alles wat er omheen staat. Het is feitelijk onmogelijk veilig de hoofdstad Quibdo van El Chocó te verlaten. In die hoofdstad staat een universiteit, de Universidad Technológica del Chocó (UTCH). De universiteit wordt vooral door zwarten bezocht. Er wordt gedoceerd, gelezen en gewerkt in het Spaans; Engels is voor velen een probleem. De zesduizend studenten kunnen er opleidingen volgen in milieuwetenschappen, maar ook in richtingen als gezondheidszorg of rechten.
Een legertje deskundigen van Wageningen Universiteit en hogeschool Van Hall Larenstein bezocht de universiteit de afgelopen jaren in het kader van een NPT-project, om er te helpen bij het opzetten van betere opleidingen en docenten te trainen. Het doel is om de opleidingen beter aan te laten sluiten bij de praktijk. ‘De milieuopleidingen waar wij ons op richten lijken nu nog heel erg op elkaar’, vertelt ir. Kees de Zeeuw, die tot voor kort projectleider was. ‘Ze hebben allemaal dezelfde basis aan wis- en natuurkunde, met daar bovenop maar enkele specifieke vakken in bijvoorbeeld bosbouw, visserij of milieutechnologie. Dat maakt het weinig kennisverdiepend.’

Burgerschap
Inmiddels hebben veertig docenten van de UTCH cursussen gekregen. Die kregen ze niet alleen van Wageningse trainers maar ook van collega’s in Colombia, van bijvoorbeeld universiteiten in Bogotá. Sommige van die trainingen werden tegelijkertijd gevolgd door mensen van de Colombiaanse landbouwvoorlichtingsdienst SENA, die ondersteuning krijgt van een ander NPT-project dat Van Hall Larenstein trekt.
Eén van de mensen die aan tafel ging met docenten van UTCH is ir. Michiel van Breugel van Van Hall Larenstein. ‘De opleidingen Agroforestry en Natural resource management werden eigenlijk afgeleid van de kennis die de docenten hebben. In plaats daarvan kun je beter uitgaan van de vaardigheden die afgestudeerde bosbouwers moeten hebben. Dat was voor de docenten in Chocó een nieuwe gedachte, en dat is het voor sommigen in Nederland trouwens ook nog steeds. Als je weet welke behoefte er in de regio aan kennis is, kun je gaan nadenken over de afstemming van vakken en de opbouw van een opleiding.’
‘Docenten hebben vaak wel nuttige kennis van de landbouw, veehouderij of bosbouw, maar die kennis komt niet terug in het curriculum’, vertelt socioloog dr. Pieter de Vries, die de universiteit van Chocó al drie keer bezocht. ‘Een goede opleiding maken betekent dan ook niet dat wij onze dictaten meenemen en dat zij die gaan gebruiken. Het gaat er juist om de lokale kennis te integreren in de opleidingen, om zo onderwijs te geven en onderzoek te doen dat van nut is voor de mensen in die regio. Dat vraagt vaak om een interdisciplinaire benadering, en daar zijn we goed in in Wageningen.’ De Vries waakt erover dat in de technische milieuopleidingen ook aandacht komt voor multiculturaliteit, vanwege de speciale positie van de zwarte bevolking in de regio, en voor de sociale en economische kanten van de landbouw, bosbouw en visserij in het gebied. ‘Het interessante is dat in die chaotische omgeving de universiteit de eerste plek is waar burgerschap kan ontstaan. Daar zijn kritische zwarte studenten die politiek actief worden en nadenken over een toekomst voor de arme zwarte gemeenschap in de regio. In het verleden waren ontwikkelingen in het gebied vaak desastreus voor de zwarte bevolking. Wegen werden bijvoorbeeld aangelegd voor de plantagehouders en niet voor de bevolking. Die wegaanleg leidde alleen maar tot meer kolonisatie van landbouwgrond. Het gaat er dus om bij te dragen aan opleidingen en onderzoek waarmee de zwarte bevolking een alternatieve ontwikkeling in gang kan zetten waarin op een eigen manier met natuurlijke hulpbronnen wordt omgegaan.’

Bibliotheek
Maar het gaat niet alleen maar om veranderingen tussen de oren bij het versterken van universiteiten als die van Chocó. Ir. Ger Naber van de bibliotheek van Wageningen UR hielp bijvoorbeeld mee met het moderniseren van de bibliotheek van UTCH. ‘De boeken en tijdschriften stonden allemaal netjes in de kast’, vertelt Naber. ‘Maar het waren wel veel oude boeken. Veel was ook in het Spaans, en weinig in het Engels. Verder was erg veel literatuur gericht op Zuid-Amerika, en minder op de rest van de wereld.’
Naber ziet vooral mogelijkheden in internet om de bibliotheek van UTCH te verbeteren. Er worden nieuwe computers aangeschaft met breedband verbinding. ‘Veel tijdschriften zijn fulltext en gratis beschikbaar, maar je moet ze wel weten te vinden. Ik ga de bibliothecarissen wegwijs maken op internet, en ze leren hoe je de kwaliteit van tijdschriften kan beoordelen.’ De bibliotheek van UTCH kan ook nog veel leren van die van de universiteiten in Bogotá. ‘Want die hebben bibliotheken die vergelijkbaar zijn in kwaliteit met die van Wageningen UR’, zegt Naber. De medewerkers van UTCH waren in ieder geval enthousiast over Nabers bezoek aan Chocó. ‘Een goed boek of toegang tot goede sites vergroot de blik op de wereld.’
Capaciteitsopbouw moet voldoen aan de behoefte van een land, vertelt Joep Houterman van het NUFFIC, die het NPT-programma financiert. Bovendien moet het aanvullend zijn op wat de Nederlandse ambassade in een specifieke sector in een land doet. Daardoor is het NPT-programma sterk ontwikkelingsgericht. In Benin ondersteunt de ambassade bijvoorbeeld de watersector; daar voert Nuffic dus een project uit om waterdeskundigen op te leiden die de banen kunnen vullen die door die ondersteuning ontstaan. In Colombia richt de ambassade zich op natuurlijke hulpbronnen, dus financiert Nuffic er drie projecten over milieubeheer en landbouw.
‘Maar instellingen zorgen vooral ook zelf voor de afstemming met de praktijk. Door opleidingen en docenten meer praktijkgericht te maken. Maar ook het management van instellingen moet weten wat de buitenwereld vraagt van hun afgestudeerden, en moet dus ook weten hoe ze de dialoog met de buitenwereld moeten voeren’, zegt Houterman. Daarom voert Nuffic naast de klassieke projecten voor capaciteitsopbouw, waarin onderwijsprogramma’s en onderzoek opgezet worden, ook nieuwe projecten uit waarin het management van een instelling getraind wordt in het besturen van een onderwijsinstelling. Bijvoorbeeld bij het opzetten van een goede studentenadministratie of een financiële administratie.

Buitenlands contact
Is dat in Chocó ook gebeurd? ‘Een beetje’, zegt voormalig projectleider De Zeeuw. ‘Maar training van management was in dit project van ondergeschikt belang, vergeleken met de aandacht voor curricula. Dit project was wel de eerste keer dat de universiteit op behoorlijke schaal in contact kwam met het buitenland. En ook de eerste keer dat er iets gebeurde buiten hun eigen financiering. We hebben de software voor de projectadministratie van dit NPT-project gezamenlijk opgezet. In de toekomst kunnen ze er soortgelijke projecten mee gaan doen.’
Volgens ir. Ben Beuming, die bij Wageningen International de NPT-projecten van Wageningen UR coördineert, schuilt het succes van Wageningen UR in het programma in de combinatie van universiteit, hogeschool en trainingen door het Wageningen International. Daardoor kunnen kennisinstellingen ondersteuning krijgen op zowel toegepast als academisch niveau. Bovendien zou er veel vraag in het zuiden zijn naar ondersteuning op het gebied van landbouw en waterbeheer. Joep Houterman kan beide beamen. Hij voegt er aan toe dat ‘Wageningen ook op sociaal-economisch gebied aardig meedoet. Wat meetelt is dat Wageningen UR veel ervaring heeft in internationaal werk, en dat geeft een voorsprong op andere instellingen.’

Joris Tielens

Re:ageer