Wetenschap - 20 april 1995

Lelieveld en Slanina leggen zich toe op atmosfeer-onderzoek

Lelieveld en Slanina leggen zich toe op atmosfeer-onderzoek

Sinds vorig jaar heeft de vakgroep Luchtkwaliteit twee nieuwe hoogleraren: prof. dr J. Lelieveld en prof. dr J. Slanina. Terwijl de landelijke financiering voor klimaatonderzoek begint op te drogen, gaan beiden zich toeleggen op klimaatmodellen en atmosferische chemie. Het ontbrak de universiteit aan goede modellen op het gebied van de luchtverontreiniging. Daardoor heeft ze op nationaal niveau geen belangrijke rol gespeeld."


De vakgroep Luchtkwaliteit is de laatste jaren aan grote veranderingen onderhevig. Het aandachtsveld lucht en mens is weliswaar hetzelfde gebleven, maar atmosfeer en biosfeer is drastisch van richting veranderd. Waar zure regen vroeger het adagium was, zegeviert nu het thema broeikasgassen en atmosferische chemie.

Oorzaak is de komst van prof. dr J. Lelieveld en prof. dr J. Slanina vorig jaar. De 39-jarige Lelieveld, afkomstig van het Duitse Max Planck-instituut, is opvolger van prof. dr E.A. Adema en daarmee voorzitter van de vakgroep. De 52-jarige Slanina, afkomstig van het Energiecentrum Nederland (ECN), is buitengewoon hoogleraar. Zijn 0,0 leerstoel wordt ook betaald door het ECN. Slanina reist regelmatig naar China om als hoogleraar college te geven op de Universiteit van Peking. Beiden zijn geinteresseerd in de atmosferische chemie. Zo onderzoekt Lelieveld met een straalvliegtuig de chemische processen in de hogere luchtlagen, en bestudeert Slanina de remmende invloed van stofdeeltjes (aerosolen) op het broeikaseffect. Maar aardse zaken hebben ook hun aandacht: de uitstoot van methaangassen door rijstvelden bijvoorbeeld of de emissies van klimaatgassen en ammoniak door de intensieve veehouderij.

Wat zijn jullie de komende jaren van plan op de LUW? Welke kennisleemtes in het onderzoek naar luchtkwaliteit willen jullie vullen?

Lelieveld: Vroeger legde de vakgroep zich voornamelijk toe op regionale luchtverontreiniging, zoals zure regen. Wij willen dat juist verbreden naar mondiale luchtverontreiniging, waarbij klimaatverandering speerpunt is. Dat willen we doen met behulp van modellen, omdat het om zeer complexe materie gaat. Ik vind dat voorheen te weinig aandacht is besteed aan modelvorming." Slanina: Ja, dat is het zwakke punt van het luchtverontreinigingsonderzoek geweest. Het ontbrak de universiteit aan goede modellen op dit vlak. Daardoor heeft zij op nationaal niveau niet zo'n grote rol gespeeld. Met modellen kan veel beter een verbinding worden gelegd tussen wetenschappelijk onderzoek en milieupolitiek. En dat is ons doel."

En het onderzoek van professor Hordijk van het Centrum voor Milieu- en Klimaatstudies dan; op het gebied van milieu is hij toch de modellenman aan de LUW?

Lelieveld: Jawel, maar dan op een ander niveau. Hij kijkt in die modellen meer naar de economische gevolgen van luchtverontreiniging. Hoeveel kost het bijvoorbeeld voor een land als China om de emissie van zwaveldioxide terug te brengen. Het gaat ons meer om de fysisch-chemische processen in de atmosfeer in kaart te brengen."

Maar is daar behoefte aan in Nederland? Ik heb vernomen dat de klimaatprocessen grosso modo worden begrepen. Wat willen jullie toevoegen aan die klimaatmodellen?

Lelieveld: De klimaatonderzoekers zijn het eens over de richting van het versterkt broeikaseffect, maar er is nog discussie over de mate waarin de aarde zal opwarmen. Wanneer zal het plaatsvinden en wat zijn de gevolgen op regionale schaal. Dat is onduidelijk."

De invloed van aerosolen op het klimaat, het onderzoek van Slanina, is daar een voorbeeld van. De stofdeeltjes hebben een grote invloed op wolkenvorming. En in de klimaatmodellen is wolkenvorming juist de grootste onzekere factor. Hetzelfde geldt voor het broeikasgas methaan.

Slanina: Van de mondiale modellering van methaan klopt geen bal."

Lelieveld: Men heeft de emissie van methaan in de Italiaanse rijstvelden geextrapoleerd naar de rijstvelden van China en India. Maar we zijn er achtergekomen dat dat onterecht is. In China en India is de hydrologie anders, waardoor de methaanemissie verschillend is. We willen dus op lokale schaal kijken hoe betrouwbaar die klimaatmodellen zijn, zodat ze ook lokatiespecifiek zijn. Samenwerking is daarvoor noodzakelijk. Wageningen kan daar een goede rol in spelen. De universiteit is een van de weinige universiteiten waar vakgroepen over de muurtjes heen willen kijken. Bovendien heeft de LU een mondiale interesse."

Slanina: Het is een gedachtenfout om te menen dat we alles al weten. Dat is spelen met vuur. Men voorspelt nu dat de opwarming van de aarde in 2005 merkbaar is. Ik denk dat het stupide is om dat soort voorspellingen te doen. Je zet jezelf ook politiek voor het blok. Als er in 2005 niets gebeurt, en ik denk dat die kans groot is, dan valt het hele fundament van je milieupolitiek weg. Ik snap dat nooit zo erg."

Lelieveld: Mensen die in beleidskringen zitten, willen vaak een antwoord hebben. Ze willen niet horen dat de zaak onzeker is, dat er nog meer onderzoek moet komen. Daar kunnen ze niks mee en dat begrijp ik. Maar als je geen antwoord kunt geven, moet je het ook niet doen. Je moet er bijvoorbeeld bij zeggen dat voorspellingen op regionale schaal met klimaatmodellen nauwelijks mogelijk zijn."

De reden dat ik hier naar vraag is het feit dat minister de Boer drie weken geleden het Nationaal Onderzoekprogramma (NOP) Klimaat wilde schrappen. Dat plan is op het nippertje verijdeld.

Lelieveld: Ik weet niet of dit echt haar visie was, of dat het haar werd ingefluisterd. Ik heb inderdaad gehoord dat het NOP in gevaar was."

Slanina: Ach, dat is niet nieuw. Ik heb al vijf of zes keer gezien dat in een milieuthema flink geld wordt gepompt en dat dan de subsidiestroom plotseling ophoudt. De aerosolen hebben in het zure regen-onderzoek veel aandacht en geld gekregen. Daarna stopte die geldstroom weer. Tussen 1985 en 1992 is voor miljoenen aan infrastructuur en ervaring vernietigd. Nu moeten we het weer helemaal opzetten voor het klimaatonderzoek."

Lelieveld: Geldgevers willen antwoorden op korte termijn. We hebben grote Rijksinstituten die dat snel uitzoeken en daarvoor ook de infrastructuur hebben. Maar onderzoek met een fundamenteel karakter zoals op de universiteit horen meer op permanente basis te worden gefinancierd en niet op projectbasis zoals via het NOP."

Slanina: De vragen zijn dermate complex dat je niet zomaar wat onderzoekers uit de kast kunt trekken. Binnen de universiteiten zou een kern van vijftig onderzoekers op continue basis voldoende zijn volgens de Commissie Onderzoek Luchtverontreiniging. Een kleine extra investering. Nu hebben de universiteiten een ondergeschoven rol in het onderzoek naar luchtkwaliteit."

Twee weken geleden vond een grote klimaatconferentie plaats in Berlijn, waarbij landen uit het Noorden en Zuiden rondom de tafel zaten om tot maatregelen te komen. Men heeft afgesproken in 1997 tot concrete afspraken te komen over de uitstoot van broeikasgassen na 2000. Wat vinden jullie van deze uitkomsten?

Lelieveld: Het feit dat landen bereid zijn om te praten vind ik al heel wat. Het is een voorwaarde om tot maatregelen te komen. Bij de mondiale onderhandelingen over de ozonlaag is op een gegeven moment ook tot een verbod op chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk's) gekomen. Nu is de emissie van cfk's makkelijker te vermijden dan broeikasgassen als CO2 en methaangas, maar toch. Het lijkt mogelijk iets te doen, als je eenmaal dit soort gesprekken hebt."

Slanina: Het is ook maar de vraag wat je wilt. Wat dat betreft heb ik in China veel geleerd. Economische ontwikkeling is zeer belangrijk voor hen en dan is een debat over kooldioxide niet simpel. In China zijn de keuzes minder vrijblijvend dan de onze. Dan kan ik me voorstellen dat je er niet direct mee aan de gang gaat."

Dus jullie zijn tevreden over de uitkomsten?

Lelieveld: Nee, natuurlijk niet. Je wilt altijd meer, maar wat kun je verwachten? Je ziet het ook al binnen Nederland. Minister De Boer heeft aangekondigd een belasting te overwegen op kerosine. Nou, je zult ze moeten horen bij Economisch Zaken. Het heeft natuurlijk veel verdergaande consequenties dan alleen beperking van vliegverkeer. Een effect op het milieu zal het niet eens hebben, omdat mensen dan gewoon overstappen op buitenlandse vliegtuigmaatschappijen. Die dingen zijn niet eenvoudig. Als je harder wilt lopen dan je buurman, dan moet je dat zeker doen. Maar je moet niet verwachten dat andere landen dezelfde pas zullen nemen. Ik vind wel dat de Verenigde Staten op een ongelofelijke manier achterblijven in het nemen van maatregelen op het gebied van energiebesparing."

Slanina: Ja, en dat heeft natuurlijke hele nare gevolgen. De Aziaten zeggen dan ook gelijk gaat heen."

Lelieveld: Als de Amerikanen de kans krijgen, nemen ze het verkwisten van energie op in de grondwet als een fundamenteel recht. Iedereen mag met een zo groot mogelijke auto rijden. Het is de mentaliteit daar. Daar kan in principe heel veel gebeuren. Ik ben het er echt mee oneens dat ze er niets tegen doen."

Hoe vaak vliegen jullie per maand?

Slanina: Vaak, heel frequent. Maar hij ook."

Lelieveld: Hij meer."

Slanina: Voor mij is dat echt een non-probleem, hoor. Ik ga me daarmee geen schuldcomplex aanpraten. Schei uit. Schat eens hoeveel van het autoverkeer wordt bepaald door zakelijke reizen? Vijftien procent. Voor het vliegverkeer ligt het ook in die orde van grootte."

Lelieveld: Ik ben me er heel goed van bewust dat je meewerkt aan de oorzaak van het probleem. Maar het is absoluut noodzakelijk dat je op dit wetenschapsterrein internationaal contact houdt. Internet is niet voldoende. Je moet elkaar zien en aangezien de afstanden groot zijn, is reizen met de trein vaak geen optie."

Slanina: Wat altijd over het hoofd wordt gezien is dat het vliegtuig per kilometer per persoon minder verontreinigend is dan de auto. Dat is onlangs berekend door de ECN."

Re:ageer