Wetenschap - 1 januari 1970

Legale opium voor Afghanistan

Opium is de motor van de economie in Afghanistan. Het verdovende middel wordt nu nog vooral verhandeld op de illegale markt, maar kan ook worden gebruikt voor de productie van pijnstillers als morfine. Onderzoekers van Wageningen UR onderzoeken de haalbaarheid van legale papaverteelt in Afghanistan.

Drie miljoen Afghanen zijn afhankelijk van de papaverteelt. / foto The Senlis Council, Ash Sweeting

De teelt van papaver voor de productie van drugs als heroïne en opium is niet weg te denken van het Afghaanse platteland. Het straatarme land is goed voor negentig procent van de wereldwijde opiumproductie. Drie miljoen mensen zijn afhankelijk van de teelt en die levert de helft van het bruto nationaal product van het land op. Maar de productie van opium en heroïne is illegaal en de Verenigde Staten en Engeland oefenen zware druk uit op de regering in Kaboel om de teelt van papaver tegen te gaan. Opium wordt in beslag genomen en vernietigd, en ook papavervelden worden vernietigd.
Dat trekt een zware wissel op de toch al zwakke economie van het door oorlog geteisterde land, schrijven Anton Haverkort en Jorrit Kamminga in een bijdrage in de Staatscourant van afgelopen oktober. Omschakeling naar legale teelt van papaver voor de productie van pijnstillers zou soelaas bieden, denken de auteurs. Haverkort werkt bij Plant Research International en Kamminga bij de Senlis Council.
De Senlis Council is een Europese denktank die zoekt naar alternatieven voor de illegale papaverteelt. Naast omschakeling naar andere gewassen zoals fruit, ziet de Senlis Council een logisch alternatief in de legalisering van papaverteelt. Dat kan, als de papaver niet wordt gebruikt om er opium en heroïne van te maken, maar pijnstillende medicijnen.
Het lijkt een logisch alternatief omdat het tekort aan dergelijke medicijnen groeit, vooral door de opmars van aids in Azië en Afrika. Legale papaverteelt is bovendien niet nieuw voor Afghanistan. Tot ver in de vorige eeuw werd het gewas er voornamelijk gebruikt voor medicinale toepassingen. Pas na de invasie van de Sovjet Unie in 1979 is een enorme illegale industrie ontstaan.

Opiumvergunning
Wetenschappers uit verschillende landen hebben van de Senlis Council opdracht gekregen om uit te zoeken of het verlenen van een opiumvergunning voor de productie van pijnstillers haalbaar is. Een belangrijk deel van die studie gaat over de juridische haalbaarheid in het kader van internationale regels over drugsteelt. Een ander onderdeel, over teelttechniek en de productieketen van papaver, wordt door onderzoekers van Wageningen UR gedaan.
Dr. Anton Haverkort van Plant Research International coördineert het project en presenteerde in september op een congres van de Senlis Council in Kaboel de resultaten van de eerste fase van het onderzoek. Onlangs schreef Haverkort in op tenders voor de volgende fase: het vaststellen van de feitelijke haalbaarheid van legalisering.
Vijf landen mogen nu vergunningen geven voor legale teelt van papaver, vertelt Haverkort. Dat zijn Frankrijk, Hongarije, Turkije, India en Australië. Deze landen hebben er belang bij om de markt voor legale opium voor zichzelf te houden. ‘Maar de vraag naar pijnstillers is groot en er is ruimte voor een nieuwe speler’, denkt Haverkort.
Jules Bos van Plant Research International deed al verkennend onderzoek naar de teelt van papaver. In Afghanistan telen kleine boeren papaver waarvan ze de onrijpe zaaddozen inkerven zodat er ruwe opium uitkomt. De legale papaver wordt anders verwerkt, namelijk door het stro en de droge zaaddoos via een industrieel procédé te verwerken tot morfine.
Australische onderzoekers maakten al een variant die meer thebaine bevat, wat de papaver meer geschikt maakt voor de productie van morfine en minder voor de productie van heroïne. In vervolgonderzoek wil Plant Research International onderzoeken of deze variant het ook op Afghaanse bodem goed doet, hoeveel kunstmest optimaal is en of de productie omhoog kan van de huidige veertig kilogram opium per hectare naar tachtig kilogram per hectare, vertelt Haverkort.

‘De vernietiging van papavervelden en illegale opium is de nekslag voor de Afghaanse economie’
Ondoorzichtig
Suzanne Pegge van A&F deed literatuuronderzoek naar de huidige keten van opium. De kleine boeren verkopen de ruwe opium aan tussenhandelaren. Die exporteren het veelal via Iran naar Europa. Lokale krijgsheren spelen een grote rol in de betaling en bescherming van telers en handelaren en de regering in Kaboel heeft daar geen controle op. ‘Het is een ondoorzichtige keten’, vertelt Pegge. ‘Er is vrij veel onderzoek gedaan, maar dat is alleen gebaseerd op wat er aan opium is onderschept.’
Het probleem bij omschakeling naar legale papaver is natuurlijk dat legale teelt van papaver moeilijk te onderscheiden is van de huidige illegale teelt van papaver in Afghanistan. Haverkort wil dan ook in vervolgonderzoek gaan zoeken naar een papavervariant die duidelijk te onderscheiden is van illegale papaver. Dat kan bijvoorbeeld door een plant met een andere bloemsoort te ontwikkelen, maar omdat de plant maar een paar dagen bloeit, is dat geen goede oplossing. Haverkort denkt daarom eerder aan een afwijkende vorm van de zaaddoos. Zo’n visuele merker kan in pilotprojecten in rustige regio’s van Afghanistan uitgeprobeerd worden, hoopt hij. Dat moet in de derde fase van het haalbaarheidsonderzoek gebeuren.
‘Omschakeling naar medicinale toepassingen van papaver in Afghanistan is een sympathiek idee, maar zeker op de korte termijn niet haalbaar’, zegt Martin Jelsma. Hij is senior onderzoeker drugsteelt en drugshandel bij het Trans National Institute (TNI) in Amsterdam. Jelsma volgt al jaren de drugshandel in Latijns Amerika, en meer recentelijk ook die in Afghanistan. ‘In een aantal provincies in Afghanistan is het ondenkbaar dat de overheid in staat zou zijn legale teelt te controleren. Want die centrale overheid heeft buiten Kaboel in feite weinig te zeggen, krijgsheren zijn daar aan de macht. Een tweede beperking is de vraag naar pijnstillers. Er is wel een grote behoefte, want er zijn veel ontwikkelingslanden waar artsen schreeuwen om pijnstillers. Maar de legale pijnstillers zijn te duur voor deze mensen, dus er is weinig feitelijke vraag’, zegt Jelsma.
‘De paradox is dat juist in een opiumproducerend land als Burma de mensen in ziekenhuizen sterven zonder pijnstillers. Dat komt omdat de opium die in beslag wordt genomen vernietigd wordt, in plaats van aangewend voor de productie van legale pijnstillers. Dat zien wij dan ook als de eerste stap. Ook in Afghanistan zou de in beslag genomen opium gebruikt kunnen worden om te voldoen aan de lokale vraag naar pijnstillers. Dat gebeurt al veel in Iran, dat ook pijnstillers exporteert die gemaakt zijn van in beslag genomen opium. Vreemd genoeg heeft juist Engeland, tot voor kort in Afghanistan verantwoordelijk voor het drugsbeleid en het vernietigen van opium, onlangs in eigen land de teelt van legale papaver opgestart.’

Nekslag
Jelsma is het wel eens met Haverkort en de Senlis Council dat het vernietigen van opium en papavervelden de nekslag is voor de Afghaanse economie. ‘De Afghaanse overheid en de internationale strijdkrachten daar zouden de papaver dan ook met rust moeten laten. Maar het tegendeel is aan de hand. De bestrijding van de illegale teelt was in handen van Engeland, maar de VS hebben onlangs zelf ingegrepen met de oprichting van een central poppy eradication force. Met militaire macht worden velden omgeploegd en er wordt niet gezocht naar alternatieven. De Europese Commissie, een grote donor in het gebied, wil wel zoeken naar alternatieven. Kortom, op korte termijn is legale teelt niet haalbaar. Een eerste stap in de vorm van het verwerken van in beslag genomen opium tot pijnstillers, in rustige gebieden, kan wel al. Dat zou later, afhankelijk van de ontwikkeling van de vraag, uitgebreid kunnen worden naar andere gebieden.’

‘Natuurlijk zijn er mitsen en maren. Maar daar wil ik niet van uit gaan,’ reageert Haverkort. Hij benadrukt de economische waarde van de sector. ‘Opium is een moneymaker in Afghanistan. Als het lukt om vergunningen te verlenen voor de legale teelt van papaver kan dat juist een instrument zijn waarmee het centrale gezag van de regering in Kaboel versterkt kan worden in de rest van het land. Als Afghanistan langs deze weg uiteindelijk uit de illegaliteit kan komen, is dat een goede ontwikkeling. Ik gun het onze junks niet dat ze verslaafd zijn. En ik gun het de boeren in Afghanistan dat ze niet meer op een houtje hoeven te bijten. Ik hoop dat Wageningen UR daar door onderzoek te doen aan bij kan dragen.’

Joris Tielens

Re:ageer