Student - 2 november 2006

Leeuwarden

tekst:
Redactie

‘Leeuwarden? Jezus, wat ver.’ Dat is een reactie die ik vaak krijg als ik zeg waar ik studeer. Maar afstand is relatief. En misschien is het juist de reden. Ik woon hier nu ruim twee jaar, in een eigen huisje in plaats van op acht lullige vierkante meters. Eerst was het wat onwennig. Ik voelde me net een kleuter die leert fietsen zonder zijwieltjes. Nu is het vertrouwd. Zoals mijn grotemensenfiets die al twaalf jaar braaf dienst doet. Elke ochtend brengt mijn roestbak mij op tijd naar school. Langs de snackbar op Het Vliet die wel tot vier uur ’s nachts open is. Handig, als je midden in de nacht uit de Wolweze komt rollen. Voorbij Sports Inn waar ik elke donderdag in het water sta te springen of mijn leven er vanaf hangt. Over het spoor waar het boemeltreintje naar Groningen elke ochtend voorbij kachelt. En dan eindelijk, na acht lange minuten ben ik op school aangekomen. Het voormalige Van Hall Instituut. Sinds kort hangt er een nieuw logo op de voorkant van het gebouw. Nu toch echt Hogeschool Van Hall Larenstein. Na school is het tijd voor ontspanning. Op het station neem ik bus 51 richting Dokkum. Tegen de buschauffeur zeg ik dat ik naar Oenkerk moet. Hij kijkt mij vragend aan. Met gefronste wenkbrauwen kijk ik terug. Plotseling begint hij te lachen. ‘Ah, Oentsjerk,’ zegt hij terug. De Friese taal heb ik blijkbaar nog niet helemaal onder de knie. Daar, vijftien kilometer boven Leeuwarden, haal ik Vernon uit zijn stal, kriebel hem even door zijn manen en zeg dat hij een lekker ding is. Omkopen kan geen kwaad. Helaas werkt het vandaag niet. Een dramatisch uurtje knolhobbelen is het gevolg. Hij wil links, ik wil rechts. Je kent het vast wel. Naast vriendlief in de auto, hij boos dat je geen kaart kunt lezen, jij boos dat hij niet luistert. ’s Avonds, op de bank met dekentje en knuffel, kijk ik naar de Gilmore Girls. Ik zit hier prima, bedenk ik me. Leeuwarden is niet het einde van de wereld. Juist het begin.

Re:ageer