Wetenschap - 1 januari 1970

Leerstoelgroepen draaien op voor kosten studievertraging

Leerstoelgroepen draaien op voor kosten studievertraging

Leerstoelgroepen draaien op voor kosten studievertraging

Leerstoelgroepen van de universiteit die hun studenten niet goed begeleiden, draaien in het vervolg op voor de kosten van studievertraging. Dat heeft de raad van bestuur in een brief aan de leerstoelgroepen laten weten

Studenten die aan kunnen tonen dat ze door fouten van de universiteit studievertraging hebben opgelopen, kunnen een beroep doen op afstudeerondersteuning en krijgen dan een aantal maanden extra studiebeurs om hun opleiding af te ronden. Tot nu toe betaalde de universiteit die beurzen uit een speciaal potje. In het vervolg wil het bestuur de kosten van ondersteuning van studenten die door fouten van docenten zijn veroorzaakt, verhalen op de betreffende leerstoelgroep. Als studenten in moeilijkheden komen door een slordige roostering, dan moet de universiteit bloeden, meent het bestuurslid prof. dr Bert Speelman. Maar als een begeleider er een potje van maakt, zal de vakgroep voor de kosten moeten opdraaien.

Studenten maakten in het verleden overigens zelden gebruik van de regeling. Speelman verwacht echter dat er door de komende herprogrammering van het onderwijs meer studenten in problemen zullen komen. Een commissie werkt aan een overgangsregeling, waarin de rechten van studenten tijdens de overgangssituatie van de oude naar de nieuwe onderwijsprogramma's worden gewaarborgd. K.V

Felle discussies over dreigend verbod bestrijdingsmiddelen

Alternatieve bestrijdingsmethoden zijn nog niet klaar


De sector reageerde na het bekend worden van dit nieuws onmiddellijk en heftig. Dit was oorlog, de doodsteek voor een aantal teelten. Boeren zullen massaal overgaan tot illegaal gebruik. Stichting Natuur en Milieu nam daar direct stelling tegen: er was al heel lang bekend dat deze middelen op de nominatie stonden te verdwijnen. Dat is ook hard nodig omdat ze schadelijk zijn voor het milieu. De boeren hebben gewoon stilgezeten. Bij CDA en VVD gaan inmiddels stemmen op om op basis van onmisbaarheid van de middelen het dreigende verbod tegen te houden. De milieubeweging verwacht dat de rechter daar dan wel weer een stokje voor zal steken. Reacties uit Wageningen Universiteit en Researchcentrum op deze kwestie

Prof. dr Jan Koeman, WU Toxicologie, tot twee maanden geleden CTB-voorzitter

Nu schreeuwt iedereen moord en brand, ook vanuit de politiek, en wekt de suggestie dat het verbod plotseling uit de hemel komt vallen. Het is blufpoker. Ze vergeten dat het CTB een uitvoerend orgaan is dat beleid uitvoert met parlementaire goedkeuring om het milieu te ontlasten. De vollegrondsteelt loopt nogal eens achter de feiten aan. Die zou de afhankelijkheid van chemische middelen verminderen, dat is niet gebeurd. De sector heeft gespeculeerd op een nieuw convenant. Maar zo is het niet gegaan

Als ze nu de middelen willen houden, is een wetswijziging nodig. Ik denk overigens wel dat er in de toepassing van de middelen een verfijning aan te brengen is. Je kan middelen houden door te werken met teeltvrije zones en een aangepaste techniek om het milieu te ontlasten.

Dr ir Daan Goense, Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG-DLO)

Voor de onkruidbestrijding zijn er best technische alternatieven te vinden, zelfs voor een moeilijke teelt als uien. Maar die alternatieven zijn er nog niet. We hadden daar in het verleden wel ideeën voor. De enigen die daar interesse voor hebben zijn biologische telers, maar die markt is voor de fabrikanten veel te klein. Als alternatief voor chemische bestrijding blijft het duur, ook nu de middelen verdwijnen.

Ir Rob Meijer, directeur Fruitteeltpraktijkonderzoek

Dit is een van de onderwerpen waar we de komende open dagen, van 26 tot en met 28 augustus, aandacht aan besteden. Daarbij laten we ook zien hoe we daar in het onderzoek op in kunnen spelen. Voor de fruitteelt gaat er een aantal essentiële middelen uit. Voor de keverbestrijding zijn geen alternatieven. Voor andere ziekten en plagen zijn er slechts oon of soms twee alternatieve middelen waardoor de kans op resistentie enorm wordt vergroot. Dat betekent dat je in no-time op een hoger gebruik uitkomt. Ook bij de biologische fruitteelt vallen er breedwerkende middelen weg. Schurft is dan moeilijk te bestrijden. De fruitteelt was al een van de moeilijkste biologische teelten, maar door het wegvallen van deze middelen wordt het nog moeilijker. Doordat het een meerjarige teelt is, neem je ziekten en plagen elk jaar gewoon mee. Bij andere teelten kan je met vruchtwisseling veel doen

Daarmee zeg ik niet dat die middelen moeten blijven bestaan. Wel denk ik dat de kans op oplossingen groter is als het beleid binnen de hele EU, vooral bij de grote fruitlanden, gelijk loopt. Want dan pas zal de industrie en het onderzoek zich er voor gaan interesseren.

Dr ir Peter Smits, Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO-DLO)

Het is het probleem van de kip of het ei. Ik ben al tien tot vijftien jaar bezig met biologische bestrijding. Maar die middelen komen er niet omdat de chemische middelen veel goedkoper zijn

Je kan zeggen: de boeren hadden het kunnen weten. Maar iedereen dacht dat het zo'n vaart niet zou lopen. Er is altijd zoveel gedonder over geweest. Er zijn ook nog nooit zoveel middelen ineens uitgegaan

Dat het een Europese problematiek is, is zuur. Maar als de middelen in Nederland niet verdwijnen, dan gebeurt dat ergens anders ook niet. Nederlanders waren de eerste in het toepassen van die middelen, nu moeten ze ook maar de eerste zijn die ze afschaffen. Tot nu toe hebben dit soort veranderingen altijd een enorme schok teweeggebracht. Een paar jaar later hoor je de boeren niet meer. Als je het afdwingt, komen de alternatieven ook

Wel vind ik dat het allemaal wat geplander, wat geleidelijker moet lopen. Je kan middelen pas verbieden als de alternatieven klaar zijn. Als je dan zegt, die en die middelen gaan er over vijf jaar uit, dan heb je tijd om je erop te richten. Eerst kijk je welke problemen ontstaan en vervolgens welke oplossingen er zijn. Dat kan chemisch zijn, biologisch of mechanisch of we komen tot de ontdekking dat het beest eigenlijk niet zo'n probleem is als er veel minder gespoten wordt.



Broeikaseffect al in 1896 scheikundig verklaard

INTERNET Om scherp te blijven bij de ontwikkeling van nieuwe vormen van lange-afstandsonderwijs via Internet liet de afdeling Informatisering en Datacommunicatie van Wageningen Universiteit twee studenten zoeken naar goede voorbeelden van educatieve sites (137.224.145.21/ virtualmasters/resultaten/inspirat.htm) en naslagsites (137.224.145.21/ virtualmasters/resultaten/naslagwe.htm). Het resultaat is twee toptienen met sites over biochemie, microbiologie, enzymen, virologie, isomeren en de biocams van Cells alive!!, die elke tien minuten een nieuw beeld geven van de degeneratie van kankercellen (www.cellsalive.com)

Op de site Agripedia (http://frost.ca.uky.edu/agripedia/ index.htm) laat de University of Kentucky zien hoe je onderwijselementen als biotechnologie, economie, rurale sociologie en landschapsarchitectuur presenteert aan toekomstige studenten. Scholieren en specialisatiezoekende studenten krijgen duidelijk voorgeschoteld hoe bepaalde vakken opgezet zijn en wat van hen verwacht wordt qua colleges, leeswerk en opdrachten. Misschien een tip voor Wageningen Universiteit, om meer dan 583 eerstejaars studenten te enthousiasmeren

Een beetje enthousiasme voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen is ook op zijn plaats, want in 1896 schreef Svante Arrhenius al een essay over de invloed van koolzuur in de lucht op de grondtemperatuur, nota bene in Philosophical Magazine. Het is een van de klassieke teksten in de geschiedenis van scheikunde die Carmen Giunta van Le Moyne College heeft verzameld (maple.lemoyne.edu/~giunta). Overigens kreeg Svante Arrhenius in 1903 de Nobelprijs voor de scheikunde voor zijn theoretisch werk over de rol van elektriciteit in de chemie (www.nobel.se/laureates/ chemistry-1903.html)

Degenen die zich nu geroepen voelen om hun wetenschappelijke kennis wereldbreed in het Engels uit te dragen, kunnen taalkundig terecht bij de stijlgids van The Economist (www.economist.com/editorial/freeforall/library/styleguide). Tip: If it is the case betekent simpelweg If, en It is not the case is It is not so

BOEK In de zijlijn van de wetenschap ontstaan de mooiste boeken. En soms wordt ineens duidelijk welke kennis Wageningen UR in huis heeft. Neem de onvolprezen serie De vegetatie van Nederland, waarvan onlangs het vijfde en laatste deel verscheen. Een grote groep medewerkers van het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) heeft jarenlang meegewerkt aan deze serie naslagwerken waarin de plantgroei in Nederland systematisch is beschreven. Daarbij gaat het niet alleen om de plantjes an sich, maar vooral om het geheel aan beplanting dat zich ontwikkelt. Op plaatsen waar de els en de vogelkers samen groeien, vind je ook de gevlekte aronskelk, het muskuskruid, het speenkruid, de gewone vogelmelk en look-zonder-look

Het begin van een andere serie ecologische boeken is het fanatisme waarmee de Dutch Birding Association (DBA) sinds 1979 zeldzame vogels najaagt in Nederland. Wordt een grote kanoet gesignaleerd in het Camperduin bij Schoorl, dan melden de leden van de DBA dat aan elkaar via mobieltjes en piepers. Werk, partner en kinderen worden vervolgens in de steek gelaten voor een blik op de vogel. De serie Avifauna van Nederland zal dankzij dit fanatisme een minutieus inzicht geven in de vogelrijkdom van Nederland

In het onlangs verschenen eerste deel van Avifauna van Nederland geven de vogelaars een overzicht van de door hen waargenomen dwaalvogels, hele zeldzame vogels, waarvan de hele waarnemingsgeschiedenis staat geregistreerd. Van slechts sommige soorten bestaat een foto. De bandijsvogel die Herman ter Meer op 17 december 1899 bij Rheden wist te fotograferen, is sindsdien niet meer gezien. En de havikarend die Peter Waanders op 17 september 1995 fotografeerde, is slechts twee keer gespot tussen 1800 en nu

Het boek biedt ook hoop voor de minder fanatieke vogelaar, want dankzij de nauwkeurige verspreidingskaarten kan die gerichter zoeken naar bijvoorbeeld Cetti's zanger. Dit onregelmatig in Nederland broedende zangvogeltje is sinds 1800 162 maal gezien. De grootste kans om dat nog eens te doen, krijgen vogelaars in de Dordtse Biesbosch en Noord-Beveland. De kans op een hit is redelijk, want in 1970 werden er nog zestig territoria van zingende exemplaren geteld. M.W

De vegetatie van Nederland - Deel 5: ruigten, struwelen, bossen. KNNV, 90,00 gulden, ISBN 9080398837

Avifauna van Nederland deel 1 - Zeldzame vogels van Nederland. Arnoud van den Berg en Cecelia Bosman, KNNV, 79,90 gulden, ISBN 9074345131

Golfbaan


Dat is inderdaad wat golfexploitanten beweren. Het aanleggen van een golfbaan verandert het landschap. Als een gebied oorspronkelijk voor de landbouw werd gebruikt, dan is inderdaad een golfbaan iets natuurlijker. Als het aanvankelijk een meer natuurlijke invulling had, dan is de baan een stapje richting cultuurlandschap

Het grootste probleem vormt de toegankelijkheid van het gebied. Doordat de grondprijs in Nederland erg hoog is, zullen exploitanten zo min mogelijk grond willen gebruiken voor hun baan. Dat betekent dat er weinig ruimte is voor die andere functies. Dan kun je wel roepen dat de baan ook als ecologische verbindingszone werkt, maar als je er een ecoloog naar laat kijken zal die vaststellen dat zo'n claim nergens op slaat. Hetzelfde geldt voor het gebruik van zo'n baan als wandelgebied: er ligt maximaal een wandel- of fietspad naast de baan, maar het gebied zelf wordt daarvoor niet gebruikt

Het kan, in theorie althans, allemaal wel. Bij de Efteling is een hele grote golfbaan aangelegd waar bij de inrichting gebruik is gemaakt van adviezen van de vlinderstichting. Bij de meeste banen is echter de druk van de golfers te groot

Golfen in Nederland kun je zien als een dalend cultuurgoed. Net als eerder bij het tennissen is gebeurd. Het wordt van een bezigheid van een elite iets voor iedereen. De vraag om meer golfbanen is dus wel terecht. In Engeland is deze trend al eerder ingezet en daar heb je gewoon vrij toegankelijke, openbare banen. Sommige zelfs gewoon in een stadspark. Tegelijkertijd zie je dat sommige verenigingen het kaf van het koren willen scheiden. Ze willen hun eigen sociale verenigingsstructuur creëren, waar gelijken onder elkaar zijn. Heel logisch natuurlijk, maar dat verhoudt zich niet tot het inrichten van een golfbaan als semi-publieke ruimte


Bossen planten om CO2 weg te vangen


Er is nog veel discussie over het verband tussen klimaatverandering en vervuiling door menselijk gedrag. Gert Jan Nabuurs, onderzoeker bij het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) en deelnemer aan het IPCC-congres: Duidelijk is in ieder geval dat het klimaat verandert en er zijn aanwijzingen dat dat komt door menselijk gedrag. Klimaatverandering betekent niet een algemene temperatuurstijging, maar een grotere kans op extremen. Zo stijgt de temperatuur in de koude poolstreken van de wereld, terwijl het droger wordt in droge gebieden op aarde.

Eind 1997 spraken 38 geïndustrialiseerde landen in Kyoto af om binnen elf tot vijftien jaar gemiddeld vijf procent minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. In het Kyoto Protocol staan ook aanwijzingen op welke manieren die reductie gehaald kan worden. Een daarvan is de vastlegging van broeikasgassen door de aanplant van bossen en door een ander land- of bodemgebruik

Het Kyoto Protocol kan grote gevolgen hebben voor het beheer van de hele biosfeer, waaronder bossen en landbouwgronden. In de aanloop van het congres voerden Wageningse onderzoekers van IBN, CSC en AB een studie uit naar mogelijke interpretaties van het protocol. Dit werk wordt nu gebruikt in het IPCC-rapport. Nabuurs: Het Protocol liet veel vragen open. Zo zijn er ook mogelijkheden om CO2 vast te leggen in de bodem door een landgebruik dat meer organisch materiaal in de bodem laat. Voor bossen geldt dat landen niet alleen de aanplant, maar ook de ontbossing moeten registreren. Een bos groeit langzaam en bindt daarbij steeds meer CO2. Bij ontbossing komt die CO2 weer vrij. In dit congres worden de definities van de verschillende vormen van opslag van CO2 besproken, zodat daar beleid op gemaakt kan worden. Op basis van de rapportage van het IPCC nemen regeringen in internationaal verband beslissingen over het beleid

Het onderzoek in Nederland naar klimaatverandering wordt gecoördineerd door het Nationaal Onderzoek Programma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering. De eerste fase van dat programma, waarvoor de regering 63 miljoen gulden reserveerde, is in 1995 afgesloten en keek vooral naar de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. In de tweede fase, die loopt van 1995 tot 2001, worden mogelijke oplossingen voor het probleem onderzocht, uitgaande van de Kyoto-afspraken. Het onderzoek van IBN-DLO is onderdeel van de tweede fase van dit onderzoeksprogramma. J.T

Re:ageer