Organisatie - 6 september 2007

Leeft de landbouw op?

Door de groeiende vraag naar dierlijke eiwitten in Azië en de opkomst van de biobrandstoffen stijgen de prijzen voor landbouwproducten. De Nederlandse consument merkt dat doordat brood en melk duurder zijn geworden. Maar profiteren boeren en tuinders er ook van? Breken er, na jaren van sappelen, betere tijden aan voor de landbouwers?

311_opinie_0.jpg
Dr. Roel Jongeneel, landbouweconoom bij het LEI en de leerstoelgroep Agrarische economie en plattelandsbeleid
‘De vraag naar landbouwproducten op de wereldmarkt is fors gestegen en drijft de prijzen op. Op zich is dat een unieke situatie, omdat de reële prijzen voor agrarische producten op langere termijn juist een gestadige daling laten zien. Voor wat betreft de granen is duidelijk dat de wens om biobrandstoffen een grotere rol als energiebron te laten spelen een belangrijke factor is bij de gestegen vraag. Ook de vraag naar zuivelproducten is flink gestegen. De economische groei in de zogenoemde BRIC-landen Brazilië, Rusland, India en China, en een aantal andere Aziatische landen, leidt tot een aantrekkende vraag naar zuivel, terwijl de droogte in Australië het aanbod tijdelijk wat verkrapte. Voorlopig lijken deze ontwikkelingen de komende jaren nog hun effect te zullen houden.
Zijn de hoge prijzen gunstig voor de Nederlandse boeren? Voor de akkerbouw is het gunstig. Voor de melkveehouderij is het beeld gemengd. Niet alleen de melk brengt meer op, ook de voerkosten vallen hoger uit. Cijfers voor het eerste en tweede kwartaal van 2007 wijzen uit dat het saldo van de melkveehouders in vergelijking tot vorig jaar zelfs wat is teruggelopen. Ook bij de intensieve veehouderij lopen de voerkosten snel op en daar blijft de ‘doorvertaling’ naar de vleesprijzen nog achter. Dit drukt de resultaten.’

Drs. Willem Foorthuis, lector regionale transities bij Van Hall Larenstein[img]
‘De stijgende prijzen geven de boer de mogelijkheid gemakkelijker te investeren in burgerbelangen die in zijn voordeel zijn. Het platteland draait als een trein en staat stijf van het geld. Alleen in de statistieken van het CBS zien we dat niet. Volgens die statistieken ruimen elke dag een paar boeren het veld. Maar als je kijkt naar wie de grond bezit op het platteland, dan zie je dat er elke dag een boer bij komt.
Wij zetten de boer in het hokje van uitsluitend de voedselproducent. Dat is niet de schuld van de boer, nee dat komt door ons, door jou en mij. Vooral wij als onderzoeker, consulent en onderwijzer werken vanuit retoriek, beelden en mythes, en daarmee ontnemen we de ondernemende plattelander de ruimte. Feitelijk zijn wij dus verantwoordelijk voor de teloorgang van de boerenstand. Wij hebben geen probleem, wij zijn het probleem.
De boer is veel meer dan voedselproducent, hij is drager van de cultuur, hij beheert het landschap. De boer bevindt zich in de kraamkamer van het platteland, maar wij plaatsen hem in het sterfhuis. In feite heeft hij een gouden toekomst, als hij de vrijheid maar krijgt. Als je ziet wie nu op het platteland wonen, dan zit daar een enorm potentieel van burgers met kennis op diverse terreinen, met geld en met grond. Daar ontstaan de mooiste dingen.’

Ir. Herman Agricola, onderzoeker bij het Centrum Landschap, Alterra[img]
'Nu is er sprake van een zekere euforie, omdat de prijzen stijgen, vooral door de vraag naar energiegewassen. Die vraag zal wel blijven, maar of de prijzen zo hoog blijven moet je afwachten. De schaalvergroting in Nederland gaat echter gewoon door. Het huidige gezinsbedrijf is gedoemd te verdwijnen. Als het melkquotum verdwijnt, zal de noodzaak tot schaalvergroting in de melkveehouderij alleen maar groter worden, met minder bedrijven tot gevolg.
Hetzelfde geldt voor de akkerbouw. Hoewel de prijzen kunnen aantrekken door het energieverhaal en akkerbouwers meer agrificatiegrondstoffen gaan verbouwen voor de industrie, gaat het wel om teelten die per hectare weinig opbrengen. Bedrijven zullen daardoor enorm moeten opschalen. In dit opzicht is het ook nog maar de vraag of de Nederlandse akkerbouw de concurrentie met het buitenland aan kan. Voor de boeren van de toekomst zie ik veel meer een taak weggelegd om de groene ruimte te beheren. Meer dan grootschalige productie van grondstoffen heeft ons dichtbevolkte land belang bij het behoud van open groene gebieden en een landgebruik dat is afgestemd op recreatie, ecologie en klimaatbeheer.’

Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland[img]
‘Boeren moeten vechten voor het voorrecht om boer te kunnen worden en blijven. De prijzen op internationale markten lopen op. Meer plantaardige productie gaat richting bio-energie. De markt wordt grilliger.
Gelukkig zijn er volop jonge, ambitieuze en goed opgeleide mensen die de handen uit de mouwen willen steken en zich ontwikkelen tot ondernemers. Ze moeten midden in de samenleving staan en uitgaan van eigen kracht. De zorg voor dier en plant, voor de natuurlijke omgeving is een bijzondere verantwoordelijkheid. Duurzaamheid en waardering van de samenleving zijn mede bepalend voor de boer die blijft.
Het aantal jonge boeren daalt vooral door de schaalvergroting die overal in de onze economie aan de gang is, dus ook in de land- en tuinbouw. Schaalvergroting maakt de overname van bedrijven niet eenvoudiger.
Maar de boer blijft. Hij maakt gebruik van eigen kracht, kent zijn waarden en verantwoordelijkheden. En hij moet zich niet van de wijs laten brengen. Hij moet zijn doel formuleren en zelf de koers bepalen.’

Re:ageer