Organisatie - 4 november 2009

‘Lat ligt te hoog voor talenten’

Criteria voor tenure track zijn te zwaar voor hoogleraar in de dop. ‘Het Wageningse systeem kent vooral negatieve prikkels’.

4-HR-tenura-track.jpg
Wageningen Universiteit stelt te hoge en te veel eisen aan wetenschappelijke talenten die via het tenure track systeem worden klaargestoomd om hoogleraar te worden. 
Dat stelt Kristine Kern, docent van de leerstoelgroep Milieubeleid. Kern is geschoold in Duitsland en is afkomstig van de universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten. Gedurende haar wetenschappelijke carrière is ze bekend geraakt met tenure track in de VS, Canada, Zweden, Duitsland en Zwitserland. Wageningen had gebruik moeten maken van ervaringen in die landen, vindt ze. ‘De eisen voor assistent professors zijn erg hoog’, stelt ze. ‘In Minnesota selecteren ze streng aan het begin van de carrière, maar menig assistent professor die ze aannemen is nog niet gepromoveerd.
In Wageningen moet je voor een aanstelling vier tot zes artikelen in toptijdschriften hebben gepubliceerd. In de VS en Canada selecteren ze de besten, maar kijken ze nog niet heel sterk naar de publicaties.’
 
Beloningen
Eenmaal aangenomen, bevat de tenure track in die landen flexibiliteit, zegt Kern. ‘Jonge onderzoekers die een grant binnenhalen, geven een half of heel jaar geen les en richten zich op publicaties. Dat soort beloningen kent de Wageningse aanpak niet. Hier moeten de talenten zowel goed onderwijs en onderzoek verrichten als onderzoeksgeld binnenhalen. Er is geen prikkel om je talent te volgen.
Daarmee kent het Wageningse systeem vooral negatieve prikkels.’ Overigens betekent dit niet dat postdocs in het buitenland gemakkelijker aan een baan komen, aldus Kern. De regel bij Amerikaanse universiteiten is dat postdocs een baan bij een andere universiteit moeten vinden. De reputatie van een universiteit wordt bepaald door het aantal postdocs dat elders een baan krijgt als assistent professor. Omgekeerd komen de assistent professors die je aanneemt altijd van buiten. Vaak beoordeelt een commissie van externe beoordelaars wie in aanmerking komt. In Zweden moeten kandidaten een uitgebreide paper schrijven. Die procedures zijn een stuk transparanter dan de Wageningse interne procedure, vindt Kern.
 
Pluspunt
Een ander pluspunt bij buitenlandse universiteiten is dat de assistent professors een grote mate van vrijheid krijgen. Ze worden niet, zoals in Wageningen, ondergebracht in een leerstoelgroep, maar werken vanaf het begin onafhankelijk met een eigen budget.
Ook Duitsland en Zwitserland hebben dit systeem de afgelopen jaren ingevoerd. Die vrijheid gaat gepaard met trainingen in leiderschap, als voorbereiding om een onderzoeksgroep te gaan leiden.
De Wageningse criteria worden door meer medewerkers als streng ervaren. ‘Ik ben voor heldere kwaliteitscriteria. Maar de lat ligt zo hoog dat je talentvolle onderzoekers niet stimuleert maar demotiveert’, zegt onderzoeker Lourens Poorter van Bosecologie en bosbeheer. ‘Een heleboel hoogleraren voldoen niet aan de criteria. Veel Wageningse onderzoeksgroepen doen het fantastisch, bleek vorige maand bij de externe visitatie. Nu horen we dat de meeste mensen die verantwoordelijk zijn voor die goede cijfers, niet goed genoeg zijn.’

Re:ageer