Wetenschap - 10 januari 2008

Langzaam afscheid van zeug schaadt productie niet

Biggen kunnen minder abrupt bij hun moeder worden weggenomen, zonder dat daardoor de volgende zwangerschap van de zeug wordt uitgesteld. Dat concludeert ir. Rosemarijn Gerritsen in haar proefschrift.
Biggen worden in de reguliere varkenshouderij na een week of vier bij hun moeder weggehaald. Met de beëindiging van de lactatie verandert de hormoonhuishouding bij de zeug, waardoor de eisprong op gang komt. Bij biggen levert de abrupte overgang van moedermelk naar brokjes echter problemen op die onder meer kunnen resulteren in diarree.
Als je dat probleem zou kunnen oplossen door de biggen geleidelijk aan te laten wennen aan het nieuwe voer, terwijl ze ook nog af en toe bij de moeder kunnen drinken, zou er veel gewonnen zijn, meende Gerritsen. Ze bekeek wat deze oplossing voor de zeug betekent. Ze vergeleek zeugen waarvan de biggen na 21 dagen zogen werden weggehaald met zeugen die hun biggen na twee weken tijdelijk - gedurende twaalf uur – moesten missen.
Gerritsen zag dat zeugen waarvan de biggen tijdelijk worden weggehaald net zo snel een eisprong hebben als zeugen waarbij de biggen na 21 dagen niet meer terugkomen. Het maakt wel uit wanneer je begint met het tijdelijk spenen, van welk ras de zeug is en hoe lang je de biggen nog bij de zeug laat drinken. Op een gegeven moment gaat dat laatste ten koste van de embryonale ontwikkeling van de volgende worp biggen. Of de worpgrootte ook beïnvloed wordt, weet Gerritsen niet, omdat de zeugen uiteindelijk na dertig dagen werden geslacht. / Jan Braakman

Rosemarijn Gerritsen promoveert woensdag 16 januari bij prof. Bas Kemp, hoogleraar Adaptiefysiologie.

Re:ageer