Organisatie - 9 november 2006

Langs de corporale meetlat

Tot voor kort waren KSV en Ceres de enige echt traditionele studentenverenigingen van Wageningen UR. Maar sinds de fusie met hogeschool Van Hall Larenstein hebben de clubs er twee concurrenten bij gekregen: Quercus en Nji Sri. Welke van de vier mag zich anno 2006 de ‘meest corporale studentenvereniging van Wageningen UR’ noemen?

1_achtergrond0.jpg
Een echte student zit tijdens zijn studie bij een studentenvereniging. In deze ondoorgrondelijke bastions van traditie en elitarisme host het kroost van industriëlen op bierbesmeurde vloeren, om het hardst clubliederen schreeuwend die voor het ‘plebs’ buiten onbegrijpelijk zijn.
Om zich te onderscheiden heeft elke vereniging eigen rituelen en tradities die alleen bij de leden bekend zijn. Toetreders ondergaan een ontgroening die veel lijkt op de initiatierites van Afrikaanse stammen. Daar leren de adolescenten de rituelen van de stam. Maar een ontgroening is meer dan het leren van de rituelen. Het is het gezamenlijk ondergaan van vernedering. Hoe harder de initiatie, hoe sterker de onderlinge band. En hoe meer eigen rituelen een vereniging heeft, des te trotser zijn de leden op hun vereniging.
De Wageningse studentenverenigingen waren altijd al wat minder traditioneel en hard dan corpora uit bijvoorbeeld Amsterdam of Leiden. Maar welke studentenvereniging van Wageningen UR komt hier desondanks het dichtst bij in de buurt?


Nji Sri: Vasthouden aan mores
Hoewel Nji Sri in 1904 in Wageningen is opgericht, verhuisde ze al na enkele jaren naar Deventer. De dit jaar teruggekeerde vereniging is daarom toch een nieuwkomer in Wageningen en moet opboksen tegen de gevestigde orde van statige universitaire verenigingen met een rijke historie. Dat de leden van Nji Sri als hbo’ers door sommigen niet als echte studenten worden gezien, maakt dat niet gemakkelijk. En ook het pand – voormalig café Peer in de Nieuwstraat - mist de grandeur van de andere Wageningse clubs. Zo bezien heeft de vereniging een dubbele achterstand.
Die compenseert Nji Sri echter doordat zij veel tradities heeft die streng in acht worden genomen. Zo moesten de aspirant-leden dit najaar urenlang marcheren door het centrum van Wageningen, het zogenaamde ‘stoepen’. De ‘klooiendrijvers’ - ouderejaars leden - hielden nauwlettend in het oog of ze het clublied wel correct zongen.
Ook de mores in de nieuwe kroegzaal aan de Nieuwstraat zijn heilig. Bestellen met de jas aan? Geen bier. Met de rug naar de bar? Emmertje water. Het bestuur loopt altijd jasje-dasje, maar ook van de andere leden wordt op z’n minst een nette polo verwacht. De leden moeten voor middernacht binnen zijn en mogen niet voor middernacht weggaan. Om twaalf uur precies wordt namelijk rondom het beeld van Nji Sri – de Indonesische godin van de vruchtbaarheid - het verenigingslied gezongen.
Door deze focus op regels en rituelen ziet Resource Nji Sri als een zeer goede aanvulling op het bestaande spectrum aan verenigingen. Ze houdt de andere verenigingen scherp. De povere behuizing en het gebrek aan academici in de gelederen zorgen er desondanks voor dat Nji Sri niet het predikaat ‘meest corporale vereniging van WUR’ kan dragen.


Ceres: Het hart is er uit
Op het eerste oog is WSV Ceres het toonbeeld van corporale cultuur. De oudste studentenvereniging van Wageningen UR behoort tot de Algemene Senaten Vereniging waar beroemde corpora als Minerva uit Leiden en Vindicat uit Groningen ook deel van uit maken. Het echte werk dus. En staande voor de statige villa aan de Generaal Foulkesweg kan een mens niet anders dan zich een beetje geïntimideerd voelen.
De rituelen liegen er ook niet om. Handtasjes die onbewaakt op de bar liggen? Het is toegestaan ze vol te braken. Iemand die een wagenwiel aan het plafond weet te bereiken, krijgt van iedereen die er onderdoor loopt een biertje. En een lid dat in zijn blootje via de openhaard de schouw in weet te klimmen, bezorgt de hele kroegzaal gratis drank. Ceres is altijd de standaard geweest in Wageningen. De leden – veelal kinderen van gegoede burgers - hebben een air over zich van: ‘klooien jullie maar aan, knorren. Hier op Ceres gebeurt het.’
Maar anno nu lijkt dit beeld vooral een kiekje uit een oud fotoalbum. Het Wageningse corps heeft in 2002 de ontgroening afgezworen. Alcoholincidenten en het verlies aan leden noopte de vereniging dit naar eigen zeggen ‘vooruitstrevende besluit’ te nemen. Tegenwoordig blijven tijdens de introductie de keien schoon wanneer de eerstejaars traditiegetrouw langs de Cereshuizen lopen. Geen meel of groenafval meer, geen schor feutengezang met op de achtergrond het geklets van stukslaande eieren.
Maar wat is een gangsterrapper zonder dat hij in de gevangenis heeft gezeten? Een corps zonder ontgroening is een waterig aftreksel. Het hart is eruit.


Quercus: Een zwaluw maakt geen zomer
Op de andere locaties van de hogeschool, Leeuwarden en Velp, is weinig corporaals te vinden. De Leeuwarder vereniging Osiris heeft wel wat tradities, maar kent verder een heel losse omgang tussen de leden, te vergelijken met de omgangsvormen op SSR-W en Unitas in Wageningen. Datzelfde geldt voor Arboricultura in Velp.
Alleen Quercus, met een sociëteit in een klein monumentaal pand in Arnhem, heeft wat corporale trekjes. De vereniging is ontstaan in de jaren vijftig toen de bosbouwschool in Arnhem nog een opleidingsinstituut van Heidemij was. De ‘Schoolvereniging der Nederlandsche Heidemaatschappij’ groeide uit tot een serieuze studentenvereniging met eigen mores en een pittige ontgroening. Deze ‘vereikeling’ is nu echter verdwenen. De ‘Quercus Trophy’ die daarvoor in de plaats kwam, is niet meer dan een gezellig kennismakingsweekend.
Alleen het Heerendispuut Conventus steekt wat betreft corporale trekjes boven de rest van de vereniging uit. De leden van het dispuut lopen vrijwel altijd in jasje-dasje en gedragen zich uitgesproken elitair. Tijdens de introductieweek van de hogeschool kijken ze vanaf een bankstel op een boerenkar neer op de eerstejaars. Af en toe wordt de zetel verlaten om aan het spit te draaien waaraan het al dan niet zelf geschoten zwijn hangt. Een klein elitair groepje binnen de vereniging en een aardig optrekje geven Quercus echter nog geen recht op de titel ‘meest corporale vereniging van Wageningen UR’.


KSV: Het onneembare fort
Sinds jaar en dag is KSV St. Franciscus Xaverius de katholieke tegenhanger van het Wageningse corps Ceres. Het pand ‘Cantil’ – steile rots in het Latijn - aan de Stadsbrink heeft een uitstraling die veel zegt over de vereniging. Het gebouw uit 1967 lijkt op een onneembaar fort. Het is een plek voor noeste, zwijgzame boerenzonen en –dochters, niet voor fijnbesnaarde achterbankkinderen uit het Gooi.
KSV is de enige vereniging van Wageningen UR die nog een ontgroening heeft, al mag die niet zo heten. Het gaat er minder ruig aan toen dan vroeger – geen kaalgeschoren koppen en het programma wordt gecontroleerd door de studentenarts - maar voor een goede ‘kroegbinding’ is psychologische druk op de nuldejaars volgens de vereniging onontbeerlijk. Ze krijgen weinig slaap en moeten keihard werken. Terwijl hun begeleiders lallend rond het kampvuur zitten, moeten de feuten om elf uur zonder bier naar bed.
Waar Ceresleden elkaar aftroeven met goede argumentatie in een discussie, gaat het er bij Franciscus fysieker aan toe. Voor een avondje kroegen trekken de leden een oud jasje en stevige schoenen aan. Op zo’n avond wordt er namelijk gebrast - elkaar bij het colbert vastpakken en door de kroegzaal slingeren - en ingevochten – proberen vooraan de bar te blijven staan om bier te krijgen. Er belandt nog wel eens iemand met zijn kont in de spoelbak of languit tussen het glas op de grond. Sommige leden dragen hier de rest van hun leven de littekens van. Verder gaan er verhalen over een dispuut dat onlangs in de kroegzaal heeft gevoetbald met een levende kip. En tijdens een ouderdag zou een moeder met een brandslang van een trap zijn afgespoten omdat die alleen door mannen mag worden betreden.
Concluderend scoort KSV op meerdere vlakken goed. Zowel qua behuizing als elitair gedrag steekt ze boven Quercus en Nji Sri uit. Op het gebied van de ontgroening laat de vereniging de anderen zelfs ver achter zich. Hoewel Franciscus geen corps is, komt zij er momenteel het dichtst bij in de buurt. KSV krijgt dan ook het predikaat ‘de meest corporale vereniging van Wageningen UR’.