Wetenschap - 24 oktober 2002

Langetermijnstrategie tegen onkruiden werkt het best

Langetermijnstrategie tegen onkruiden werkt het best

Onkruiden de baas worden op een biologisch bedrijf werkt het beste als de boer een langetermijnstrategie heeft. Dat ontdekte Shana Mertens gedurende zes jaar observatie en monitoring van de onkruidpopulatie bij vijf biologische bedrijven.

Mertens merkte al snel dat sommige boerderijen altijd veel last hadden van onkruid en andere boerderijen altijd heel weinig. Ze zag ook dat de boeren een verschillende aanpak hadden. De boerderijen met een lage onkruiddruk verwijderden bijvoorbeeld de bloeiende planten van een bepaalde onkruidsoort uit de graanvelden. Daarmee voorkomen ze dat veel nieuw zaad op de grond terecht komt.

Tegelijkertijd bleek dat op de bedrijven met weinig onkruid ook weinig verschillende soorten voorkwamen. De vari?teit op bedrijven met veel onkruid was veel groter. Dit is een belangrijke constatering omdat er stemmen opgaan dat biologische bedrijven meer aan biodiversiteit moeten doen dan niet biologische bedrijven. Het onderzoek van Mertens laat zien dat een grote biodiversiteit het onkruidprobleem op de bedrijven vergroot.

Een andere opmerkelijke uitkomst is dat de boeren het beste een kleine afstand tussen de plantrijen aan kunnen houden. Nu zaaien veel biologische boeren hun rijen vrij ver uit elkaar omdat ze zo makkelijker tussen de rijen door onkruiden kunnen wieden. Mertens ontdekte echter dat bij een smallere rijafstand de zaadproductie van de onkruiden veel lager was. Ook bleek uit modelonderzoek dat de volgorde waarin de gewassen geteeld werden invloed heeft op de groei van het aantal onkruiden. Teelden de boeren achter elkaar peen-peen-tarwe-tarwe dan nam het aantal onkruiden veel harder toe dan bij peen-tarwe-peen-tarwe. Ook maakt het uit waar de boeren hun energie in steken. Verhogen van de onkruidbestrijding met 20 procent levert bij tarwe een veel beter resultaat op dan bij peen.

Mertens benadrukt dat de resultaten nog verder onderbouwd moeten worden in langetermijnveldexperimenten. De onderzoeker vraagt zich ook af waarom sommige telers een langetermijnvisie hebben en andere niet. | L.N.

Shana Mertens promoveerde 14 oktober bij prof. J. Heesterbeek hoogleraar theoretische veterinaire epidemiologie (Universiteit Utrecht) en prof. Martin Kropff, hoogleraar gewas- en onkruidecologie.

Re:ageer