Wetenschap - 20 oktober 2017

Langere snavel door bijvoeren

tekst:
Roelof Kleis

Britse koolmezen hebben een ietsiepietsie langere snavel dan die bij ons. Dat komt mogelijk omdat de Britten de vogels bijvoeren.

© Dennis van de Water

Die verrassende constatering doet een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Wageningse Mirte Bosse. Als eerste auteur van de studie haalt ze er vandaag het gerenommeerde tijdschrift Science mee. Bosse is postdoc bij de leerstoelgroep Fokkerij en Genetica. Het werk aan de koolmees werd samen met onderzoekers van het NIOO uitgevoerd.

Populatie
Het NIOO doet in Oosterhout en op de Veluwe langlopend onderzoek naar koolmezen. Dat heeft een enorme berg aan ecologische genetische gegevens opgeleverd. Sinds een jaar is ook de genetische code van koolmezen ontrafeld. Britse collega’s hebben soortgelijke gegevens van een project in Wytham. Bosse legde beide genetische datasets naast elkaar, op zoek naar verschillen. ‘Koolmezen worden vaak gezien als één grote populatie die genetisch weinig verschilt. Wij wilden wel eens zien of dat echt zo is.’

koolmees2.jpg

In feite is dat zoeken naar een speld in een hooiberg, beaamt Bosse. ‘Sterker nog: je weet niet eens of er wel een speld is!’ Die moed werd ruimschoots beloond. Bosse en haar collega’s vonden niet alleen verschillen, maar konden die verschillen ook in verband brengen met een zichtbaar uitwendig verschil –de lengte van de snavel- tussen koolmezen aan weerszijden van de Noordzee. De snavels van Britse koolmezen zijn een fractie van een millimeter langer.

Gok
‘De genetische verschillen tussen Britse koolmezen en die van het vaste land zijn miniem’, licht Bosse toe. ‘Maar we vonden ze juist op die plekken in het genoom die bij Darwin-vinken betrokken zijn bij de vorm van de snavel. Bovendien zagen we genen die bij mensen betrokken zijn bij de gezichtsvorming. De beste gok was dus, dat de genetische verschillen met de snavellengte te maken zou hebben. Dus zijn we snavels gaan meten.’

Die gok pakte goed uit. De snavels van Britse koolmezen zijn langer. Terugkijkend kan een ‘groei’ van 0,004 mm/jaar worden vastgesteld. Bosse: ‘Dat lijkt minimaal, maar bij zo’n klein snaveltjes is dat relevant.’ Vergelijking met oudere koolmezen in musea ondersteunde de conclusie. ‘We zien dat Engelse en Schotse snavels gemiddeld genomen een halve tot een millimeter langer zijn dan die in de rest van Europa.’

We vonden verschillen op die plekken die bij Darwin-vinken betrokken zijn bij de vorm van de snavel
Mirte Bosse

Als klap op de vuurpijl konden de onderzoekers aantonen dat die langere snavel de koolmees een evolutionair voordeeltje oplevert. De koolmezen met de langere snavel brengen meer nakomelingen tot wasdom. Maar hoe kan dat? Waarom is een langere snavel gunstig? Britse koolmezen eten immers hetzelfde als die op het vaste land? Nee dus, zeggen Bosse en haar team. Britten voeren hun koolmezen uitgebreid bij.

Vogelvoer
Al sinds de 19-de eeuw voeren Britten vogels. In de helft van de Britse tuinen worden vogels bijgevoerd. De Britten spenderen twee keer zoveel een vogelvoer als de hele rest van Europa. Door koolmezen te zenderen, stelden de onderzoekers vast dat koolmezen met een langere snavel vaker een voederplaats bezochten. Van bijvoeren krijgen koolmezen dus een langere snavel, concluderen Bosse en haar team voorzichtig.

Maar zij is de eerste om toe te geven dat die conclusie gewaagd is. ‘Het precieze mechanisme dat tot langere snavels leidt, weten we niet. We weten alleen dat er een aantoonbare relatie met het bijvoeren is. Het zou te maken kunnen hebben met de vorm van de apparaten die worden gebruikt om vogels bij te voeren. Maar dat is speculatief en iets wat we graag verder willen uitzoeken.’


Re:ageer