Organisatie - 2 juli 2015

Landschapsarchitectuur op de schop

tekst:
Linda van der Nat

De masteropleiding Landscape, architecture & planning (MLP) heeft een make-over gekregen. Masterstudenten die komend jaar aan de opleiding beginnen, krijgen een compleet nieuw onderwijsprogramma voorgeschoteld. Hiermee hoopt de universiteit de populariteit van de opleiding een flinke slinger te geven.

Dat de master Landscape, architecture & planning een nieuw jasje heeft gekregen, wil allerminst zeggen dat het oude jasje niet goed was, haast opleidingsdirecteur Jan Philipsen zich te zeggen. De opleiding in Wageningen is zeker niet ondermaats. ‘In vergelijking met onze concurrenten bouwkunde, sociale geografie en planologie, horen we bij de top. De evaluaties van vakken zijn over het algemeen gewoon goed, evenals de beoordelingen van docenten. Onze studenten vallen opvallend vaak in de prijzen bij internationale designcompetities. Maar er is ruimte voor verbetering.’ Hoewel MLP goed scoort in vergelijking met de concurrenten in Delft en Eindhoven, heeft de opleiding in de Keuzegids Masters al jaren het laagste cijfer van alle Wageningse masters. De opleiding kampte in het verleden met teruglopende instroom van studenten, voornamelijk omdat de bachelors de meerwaarde van de Wageningse master niet zagen en vanwege de slechte arbeidsperspectieven, aldus Philipsen. Bovendien klaagden studenten over de hoge werkdruk en slechte faciliteiten in Wageningen.

Het meest kenmerkende van de opleiding is dat men constant worstelt met academisch en esthetisch verantwoord bezig zijn’, zegt oud-studente Sanne van der Mijl. ‘Je mag niet zomaar iets ontwerpen omdat het mooi is, je moet iets ontwerpen dat mooi is én wetenschappelijk aansluit bij je verhaal. Dat is een lastige uitdaging.’ Philipsen erkent dat de opleiding in een lastige spagaat zit. ‘Als universitaire opleiding moet je wetenschappelijk zijn. Maar de specialisatie Landscape Architecture is ook een ontwerpopleiding en die zijn an sich niet wetenschappelijk. De esthetische kwaliteit van het ruimtelijk ontwerp is van groot belang, maar de diepgang moet ook op orde zijn. De balans daarin vinden is moeilijk. Het gevolg is dat de studenten te veel worden opgeleid als het schaap met de vijf poten.’


VUURDOOP

Twee jaar geleden werd er begonnen aan een ‘intensieve reconstructie’ van de master. Het komende collegejaar wordt de vuurdoop. Student Wim Bosschaart zat in de werkgroep Curriculum Development, die de herinrichting van de opleiding voor zijn rekening nam. ‘We wilden een aantrekkelijkere en toegankelijkere opleiding aanbieden met meer specialisaties en die beter aansluit op de arbeidsmarkt.’ Het werd een fl inke klus: het afgelopen jaar vergaderde hij elke twee weken drie uur lang met de afgevaardigden van drie leerstoelgroepen waartussen, aldus Wim, traditioneel een spanning heerst: landschapsarchitecten, planners en geografen.

De belangrijkste aanpassing is dat de nieuwe lichting masterstudenten vanaf september te maken krijgt met een andere indeling van het onderwijsprogramma, vertelt Wim. De opleiding wil namelijk meerdere sporen binnen de master ontwikkelen om duidelijker onderscheid te maken tussen ontwerpen en onderzoeken. Studenten krijgen zo meer vrijheid om hun master diepgang en richting te geven. Alle studenten krijgen een wetenschappelijke basis, maar er komt een research track en een track die meer gericht is op design, policy of consultancy. ‘Daarnaast kunnen de studenten zich specialiseren in drie thema’s: Global Landscapes and Place Making, Climate Responsive Planning and Design en Foodscapes, Urban Lifestyles and Transition. Zo kunnen ze zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt.’ Beide specialisaties Landschapsarchitectuur en Ruimtelijke Planning krijgen bovendien voldoende tijd om vlieguren te maken; leren ontwerpen kost nu eenmaal tijd. Philipsen vult aan: ‘Veel landschapsarchitectuurstudenten willen in de master een extra slag maken in het ontwerpen. In de huidige master was er onvoldoende ruimte in het programma voor designstudio’s en lag het accent teveel op theorie en methodologie.’ Er wordt eveneens nagedacht over een entrepreneur track en een educatie track.

UIT DE KLAUWEN
Met een duidelijkere profilering hoopt de opleiding ook de problemen met de afstudeerthesis te ondervangen. Bij veel studenten loopt dit qua tijd momenteel enorm uit de klauwen. Sanne: ‘De uren die een landschapsarchitect maakt, staan zelden in verhouding tot andere studies. Enerzijds omdat een creatief proces veel tijd kost, maar de eisen van de thesis zijn niet binnen een halfjaar te verwezenlijken. Ik ben nog niemand van afgelopen jaren tegengekomen die zijn of haar thesis binnen een halfjaar heeft afgerond. Dat zegt wel iets.’ Philipsen: ‘De eisen die aan studenten gesteld worden, zijn inderdaad erg hoog. Niet voor niets worden de Wageningse theses zeer hoog gewaardeerd door de accreditatiecommissies. Maar door de combinatie van ruimtelijk ontwerp en wetenschappelijk onderzoek en het feit dat onze studenten regelmatig mee doen aan nationale en internationale ontwerpwedstrijden, lopen ze nu te veel vertraging op.’

Het moet zowel academisch als esthetisch verantwoord zijn

Volgens Sanne komt dit ook gedeeltelijk door de slechte bereikbaarheid van docenten. ‘Ik besteedde een aanzienlijk deel van mijn thesis aan regelen van afspraken en het communiceren met docenten.’ Volgens Sanne gaat er structureel iets fout. ‘Het is geen rocket science. De werkdruk van docenten is te hoog.’ Soms zijn docenten inderdaad slecht bereikbaar, zegt Philipsen, maar dat is ook goed voor te stellen. ‘Er wordt ontzettend veel van ze gevraagd als het gaat om onderzoek doen en publiceren. Bij de meeste theses gaat het gewoon goed, maar soms lijkt de publicatiedruk ten koste te gaan van de begeleiding van studenten. Vanuit het oogpunt van onderwijs is dat jammer.’ Een concrete verbetering is ook hier al ingezet, aldus Philipsen: de leerstoelgroep Landschapsarchitectuur wordt vanaf 1 september versterkt met een extra stafl id.

BREED GEDRAGEN
Omdat de studenten en docenten een belangrijke stem hebben gehad bij de reconstructie van de opleiding, denkt Philipsen dat de nieuwe invulling breed gedragen wordt. Of de master door de aanpassingen in de toekomst in de Keuzegids tot topopleiding wordt gebombardeerd, durft hij echter te betwijfelen. Een belangrijke oorzaak voor de relatief lage score is volgens hem ook het kritisch vermogen van de studenten. ‘Dit wordt tijdens de opleiding enorm aangewakkerd. Elk ontwerp is namelijk een kritisch statement. Dat refl ectievermogen krijgen we ook terug van de studenten.’

In werkruimtes van MLP is duidelijk te zien dat creativiteit gecombineerd wordt met wetenschap. De masterstudenten krijgen hier alle ruimte om hun maquettes te maken, hun plannen te presenteren en posters te printen
In werkruimtes van MLP is duidelijk te zien dat creativiteit gecombineerd wordt met wetenschap. De masterstudenten krijgen hier alle ruimte om hun maquettes te maken, hun plannen te presenteren en posters te printen

Volgens Sanne en Wim zijn studenten Landschapsarchitectuur inderdaad geoefend in het goed onder woorden brengen van hun kritiek, maar, zo zegt Sanne, ‘ik heb genoeg vrienden die ook met een kritisch oog naar hun opleiding kijken en die iets heel anders hebben gestudeerd’. Wim: ‘Het is niet zo dat ik, als bachelorstudent, hoefde te dringen om in deze werkgroep te komen. Studenten MLP geven makkelijk kritiek, maar zetten het niet altijd om in actie.’ Afgelopen jaar scoorde MLP in de Keuzegids Masters een 5,8. Als hij kijkt naar zijn concurrenten, is MLP volgens Philipsen waarschijnlijk het type opleiding dat in de Keuzegids moeilijk boven de 60-65 punten uitkomt. ‘Ik beloof mezelf nu dan ook geen gouden bergen. Superhoge scores, dat gaat ons niet lukken. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat er iets moois gaat groeien.’ Ook Wim is blij met het resultaat. In september begint hij aan de master die hij zelf heeft helpen ontwikkelen. ‘Veel staat momenteel op z’n kop en het zal na de zomer vast niet meteen vlekkeloos verlopen. Maar ik ben trots op hoe het er nu uitziet.’

Foto: Guy Ackermans


Re:ageer