Wetenschap - 1 januari 1970

Landbouwwetenschappen zijn goed

Landbouwwetenschappen zijn goed

Landbouwwetenschappen zijn goed

De onderzoekprogramma's van de Landbouwuniversiteit op het gebied van plantaardige productie, beheer van bodem en water en landbouwtechniek hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de kennisontwikkeling in de landbouwwetenschappen en worden in het algemeen goed gebruikt in de praktijk. Dat stelt de internationale onderzoeksvisitatiecommissie Landbouwwetenschappen van de vereniging van universiteiten, VSNU


De commissie, die van 5 tot 7 oktober 1998 een bezoek bracht aan Wageningen, bestond uit hoogleraren uit Amerika, Canada, Engeland en Frankrijk. Ze waren onder de indruk van de continue verbreding van de onderzoeksagenda van de Wageningers. Het oordeel van de commissie is gebaseerd op de periode 1993-1997. Bij de presentatie van het rapport op 22 februari stelde rector prof. dr Cees Karssen dat de resultaten van dit rapport zullen worden meegenomen bij het definitieve ondernemingsplan

De commissie beoordeelt het onderzoek van de sectie Theoretische productie-ecologie, de leerstoelgroep Meet-, regel- en systeemtechniek en de leerstoelgroep Erosie en bodem- en waterconservering als excellent. Bij de beoordeling van Theoretische productie-ecologie waarschuwt de commissie er wel voor dat deze groep zich niet te veel moet afsluiten van kritiek van buiten. De commissie stelt dit in reactie op de opmerking van enkele mensen uit het veld dat de groep misschien te overtuigd is van haar eigen aanpak en daardoor niet genoeg openstaat voor alternatieve benaderingen van buitenstaanders

De kwaliteit van het onderzoek naar vegetatieve vermeerdering is onder de maat. Het programma is eerder praktisch van aard dan wetenschappelijk, stelt de commissie. Deze groep bestaat inmiddels niet meer

De commissie is zeer positief over het onderzoek van de leerstoelgroep Technologie en agrarische ontwikkeling. Deze onderzoeksgroep was in de eerste versie van het ondernemingsplan geschrapt, maar lijkt nu toch weer een halve leerstoel te krijgen. De visitatiecommissie adviseert om dit belangrijke en unieke onderzoek voort te zetten met een hele leerstoel in plaats van de huidige halve leerstoel. Er zijn weinig wetenschappelijke tijdschriften waar het interdisciplinaire onderzoek van deze groep in te publiceren is. Dit onderstreept juist het vernieuwende karakter van de groep.

Ook de onderzoeksgroep van prof. dr ir Paul Struik, die bij de reorganisatie van het departement Plantenteelt de helft van zijn leerstoel moest inleveren, is goed beoordeeld. De leerstoelgroep Ecologische landbouw is niet beoordeeld door de commissie. Volgens beleidsmedewerker ir Ingrid Hijman van de LUW heeft prof. dr ir Eric Goewie destijds zelf besloten niet mee te willen doen

De commissie adviseert verder om meer onderzoeksgroepen te vormen met twee of drie hoogleraren en om meer nadruk te leggen op de professionele ontwikkeling en internationale zichtbaarheid van andere stafleden dan de hoogleraar. Beide adviezen moeten ertoe leiden dat kleine groepen minder kwetsbaar worden en dat de kwaliteit van een groep intact blijft als die tijdelijk zonder hoogleraar zit

De conclusies van de visitatiecommissie zijn mede gebaseerd op een onderzoek van het onafhankelijk adviesbureau sci-Quest naar de netwerken van de betrokken onderzoeksgroepen, waarbij met name gekeken is naar de verbanden met maatschappelijke organisaties, de landbouwsector en de industrie. Daarbij is gekeken naar economische perspectieven, sociale acceptatie en milieurisico's. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op initiatief van de LUW en het is de eerste keer dat een VSNU-visitatiecommissie een dergelijk onderzoek in haar beoordeling betrekt. De VSNU overweegt om dit vaker te gaan doen. M.S

Re:ageer