Organisatie - 1 januari 1970

Landbouwjournalist lijkt zelf te veel een boer

Landbouwjournalisten lijken te veel op boeren en informeren hun agrarische lezers te weinig over de problemen die de maatschappij heeft met de landbouw, concludeerde een onderzoek van de Wetenschapswinkel. De hoofdredacteur van vakblad De Boerderij reageerde verontwaardigd en vindt dat er niks mis is met boerenjournalisten. Stadse zaken horen niet in zijn blad thuis. Een reactie die de conclusies van het onderzoek lijkt te bevestigen.

De wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit kreeg van de Nederlandse Vereniging voor Land- en Tuinbouwjournalistiek (NVLJ) het verzoek te onderzoeken welke affiniteit landbouwjournalisten hebben met de agrarische sector. Landbouwjournalisten blijken vaak zelf opgegroeid op de boerderij en hebben een sterke band met de sector. De vraag of dat een voordeel of een nadeel is komt ook in het rapport ter sprake. Onderzoekster ir Maartje Lof van de leerstoelgroep Communicatie en innovatiestudies concludeert dat de hechte band een voordeel kan zijn omdat de journalisten daardoor weten wat er speelt en het jargon kennen, maar als nadeel heeft dat landbouwjournalisten te weinig aan hun lezers duidelijk maken welke maatschappelijke vraagstukken er in de samenleving spelen. Landbouwjournalisten zouden volgens haar met meer overtuiging de zorgen van maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld over het milieu, duidelijk moeten maken.
Drie hoofdredacteuren uit de agrarische pers waren op dinsdag 20 januari present op de over het onderwerp georganiseerde bijeenkomst van de NVLJ en de Wetenschapswinkel. Ze kraakten het rapport af. Ir Martijn de Groot van het blad Oogst: ,,Het is niet de taak van journalisten om boeren ergens van te overtuigen.’’ Hij noemde het onderzoek tekenend voor de leerstoelgroep die voorheen voorlichtingskunde heette, die lijkt te vinden dat boeren iets bijgebracht moet worden dat ze nog niet weten. ,,Boeren zijn heus geen onwetende passieve mensen, maar verstandige en breed georiënteerde ondernemers.’’ Ook hoofdredacteur Bert Westenbrink van Agrarisch Dagblad herkent zich niet in het onderzoek, maar ziet er wel aanleiding voor zelfonderzoek in. Hoofdredacteur Marcel Henst van De Boerderij is verontwaardigd dat affiniteit met de landbouw als negatief wordt voorgesteld. ,,Affiniteit met de boer is juist goed, want dat is de lezer’’, zei Henst. ,,Het lijkt alsof de onderzoekster opdracht heeft gekregen het vooroordeel over landbouwjournalisten te bevestigen, namelijk dat ze eigenlijk in het geniep zelf boer zijn en alleen de boer verdedigen.’’ Henst is niet te spreken over veel aandacht voor zorgen uit niet-agrarische hoek in de agrarische pers. ,,De Van de Biggelaars en de Lucas Reinders krijgen al meer dan genoeg aandacht in de media.’’ Landbouwjournalisten hoeven zich van hem niet naar de stad te begeven: ,,Stadse zaken leiden maar tot wollige verhalen.’’ Het is juist deze agrarische instelling waarvan Henst blijk gaf, die volgens het onderzoek van de Wetenschapswinkel een gebalanceerde berichtgeving in de weg staat. Daarmee bereikte Henst met zijn kritiek het tegendeel van wat hij wilde; hij leek vooral de bevindingen van het onderzoek te bevestigen. | J.T.

Re:ageer