Wetenschap - 1 januari 1970

Landbouwhervorming treft melkveehouders zwaarst

Grote melkveehouders worden het zwaarst getroffen door de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Het LEI rekende voor Noord-Nederland uit dat de inkomens van melkveehouders in het ergste geval twintig tot dertig procent kunnen dalen. De melkveehouders blijven ook in 2012 voor minstens de helft afhankelijk van landbouwsubsidies.

De landbouwhervorming heeft tot gevolg dat de interventieprijs die de Europese Unie (EU) geeft voor boter en melkpoeder omlaag gaat. Daar staat tegenover dat boeren inkomenstoeslagen gaan krijgen. Toeslagen boven de vijfduizend euro worden echter weer gekort, in verschillende plannen met verschillende percentages. Bovendien worden de kosten van andere hervormingen deels verhaald op de melkveehouders.
Gevolg van deze ingewikkelde constructie is dat grotere melkveehouders er meer op achteruit gaan dan kleinere. Veel hangt echter ook nog af van wat zuivelfabrieken gaan doen. Die kunnen proberen de melkprijs hoger te houden door meer geld te verdienen aan betere toetjes en andere zuivelproducten. Maar ook de boeren kunnen, volgens projectleider dr Bert Smit van het LEI, vaak de kostprijs van melk nog verlagen.
Smit keek ook naar het percentage inkomenstoeslag in het gehele inkomen van boeren. Dat is een maat voor de afhankelijkheid van boeren van de landbouwsteun. Het inkomen van grotere boeren bestond in 2002 voor 63 procent uit landbouwsteun, voor kleinere en middelgrote rond de vijftig procent. In 2012 zal dat, volgens de projectie van het LEI, enkele procenten lager zijn maar blijft rond de vijftig procent schommelen. | J.T.

Re:ageer