Wetenschap - 26 april 2007

Landbouw niet als enige schuldig aan vermesting

Om de concentratie van stikstof en fosfaat in het oppervlaktewater te verlagen, is alleen het verlagen van de mestgift niet voldoende. Promovenda dr. Christy van Beek lichtte in de Vlietpolder bij Hoogmade voor het eerst de vijf processen door die uitspoeling van meststoffen bepalen.
De landbouw draagt via de mest 43 tot 50 procent van de stikstof en 10 tot 48 procent van het fosfaat bij, maar ook de oxidatie van het veen draagt veel bij (17 tot 31 procent voor stikstof en 2 tot 14 procent voor fosfaat), concludeert Van Beek. Daarnaast komt er ook stikstof los uit de ondergrond, via atmosferische depositie en het inlaatwater.
Het simpelweg verminderen van de mestgift door de landbouw is volgens Van Beek dan ook niet de oplossing voor de vervuiling van het oppervlaktewater. 'Je kunt niet op één bron alleen sturen.' Ze wordt in dat oordeel gesterkt door haar ontdekking dat de concentraties stikstof en fosfaat in 1941 - voor het kunstmesttijdperk - ongeveer net zo hoog waren als tegenwoordig. Bovendien zorgt het verkleinen van de mestgift vooral voor het verminderen van de vervluchtiging van stikstof naar de atmosfeer. Van Beek: 'En je wilt eigenlijk minder uitspoeling.'
Deze inzichten brengen een oplossing voor de vermesting van het oppervlaktewater niet dichterbij, erkent Van Beek. Breng je het peil omhoog, dan vermindert de bijdrage uit de oxidatie van het veen, maar dan verhoog je ook de uitspoeling van de mest uit de landbouw. Volgens Van Beek loont het om op het niveau van een polder te kijken naar oplossingen, en dan in te zetten op maatregelen die de vijf verschillende processen zo positief mogelijk beïnvloeden.
Van Beek is kritisch over de normen die nu voor het veenweidegebied worden gehanteerd. 'Dat zijn normen die zijn afgeleid van natuurgebieden. Je kunt je afvragen in hoeverre dat realistisch is, want je hebt daar een andere veenafzetting, een ander peil, enzovoorts.' / Martin Woestenburg

Dr. Christy van Beek is op vrijdag 20 april gepromoveerd bij prof. Oene Oenema, hoogleraar Management van nutriënten en bodemvruchtbaarheid.

Re:ageer