Wetenschap - 26 augustus 2013

Landbouw gebaat bij rechts kabinet

tekst:
Albert Sikkema

Rechtse regeringen steken meer publiek geld in de landbouw dan linkse regeringen, vooral voorafgaand aan verkiezingen. Dat concludeert de Wageningse econoom Jeroen Klomp.

Klomp bestudeerde de landbouwuitgaven van 70 democratische landen tussen 1975 en 2009. De dataset was afkomstig van de Wereldbank en het IMF. Daarbij ging hij na of naderende verkiezingen en de politieke overtuiging van de regering de uitgaven beïnvloeden. Je zou verwachten dat rechtse regeringen, die doorgaans voor minder overheidsuitgaven zijn, de landbouwuitgaven zouden beperken. Maar dat doen ze niet, omdat de boeren overwegend op rechtse partijen stemmen en die hun kiezers niet willen teleurstellen. Rechtse regeringen steken meer publiek geld in de landbouw dan linkse, en verhogen die bijdrage ook nog eens meer als er verkiezingen op komst zijn, concludeert Klomp in het American Journal of Agricultural Economics.

De landbouwsubsidies lopen sterk uiteen in de wereld. In landen als Japan, Zwitserland en Noorwegen bedragen de landbouwsubsidies meer dan de helft van het boereninkomen, terwijl ze in landen als Argentinië en Sri Lanka negatief zijn – de overheid heft hier meer belasting dan dat ze subsidies of belastingvoordelen verleent aan voedselproducenten. Gemiddeld komt 31 procent van het boereninkomen van de overheid in een niet-verkiezingsjaar. In een verkiezingsjaar is dat opeens 38 procent, berekent Klomp.

Rechtse regeringen zijn protectionistischer op het gebied van landbouw, concludeert de econoom. De meeste boeren stemmen liberaal-conservatief en door extra voordelen voor de landbouw willen de rechtse partijen hun electoraat gunstig stemmen. Bovendien verlangt de bevolking in ontwikkelingslanden dat  haar toekomstige regering de voedselprijzen laag houdt. Rechtse regeringen vertalen dit meer in publieke uitgaven in de landbouw dan linkse.


Re:ageer