Wetenschap - 1 januari 1970

Lak aan de prikklok

Als statisticus is hij gewend zijn werk op de achtergrond uit te voeren. Toch prijkt DLO’er Cajo ter Braak al jaren op de lijst van meest geciteerde wetenschappers van Wageningen UR. En sinds kort mag hij de professortitel voeren. Zijn succesformule: ‘Soms even dapper zijn, je intuïtie volgen en alles uit je handen laten vallen om je echt te kunnen concentreren op het oplossen van een probleem’.

Prof. Cajo Ter Braak. / foto Guy Ackermans.

‘Mijn meest geciteerde publicatie stamt nog uit het stenen tijdperk, uit 1986’, zegt prof. Cajo ter Braak en het klinkt bijna als een verontschuldiging. De statisticus werkt al jaren als onderzoeker bij Biometris, het samenwerkingsverband van Plant Research International en de universiteit dat het rekenkundig geweten van Wageningen UR vormt. Begin dit jaar is hij benoemd tot persoonlijk hoogleraar Multivariële statistiek voor de levenswetenschappen en hij behoort al jaren tot de selecte groep van Highly Cited Researchers in ISI Web of Knowledge.
Toch blijft Ter Braak een bescheiden man die zijn succes vooral toeschrijft aan de omstandigheden. De tot statisticus omgeschoolde bioloog herinnert zich nog hoe hij in de jaren tachtig werd ingehuurd door het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, een voorloper van Alterra. ‘In een gebied bij Amerongen liep een groot project waarvoor waarnemingen werden gedaan aan allerlei soorten planten, vogels, bomen, amfibieën en reptielen, met het oogmerk die te relateren aan gradiënten in de grondwaterstand. Er waren veel getallen, maar er was eigenlijk niemand die wist hoe je zulke grote sets met data moest verwerken om tot zinvolle uitspraken te komen. Het project is uiteindelijk op een ramp uitgelopen, maar ik heb er wel veel ervaring mee opgedaan.’
Het project was aanleiding voor Ter Braak om zich te verdiepen in een strategie die verbanden tussen soorten en milieuvariatie beter zichtbaar kan maken. ‘Ik weet nog het moment waarop het kwartje viel: op werkbezoek in het Zweedse Uppsala aan het ontbijt. Het was één van de twee keren in mijn leven dat ik alles aan de kant heb gegooid. In drie, vier maanden had ik de wiskundige onderbouwing rond’.

Ambassadeurs
Het ei van Columbus, waarmee Ter Braak uiteindelijk school maakte, heet canonische correspondentie analyse. Het is een methode waarmee je bijvoorbeeld de relatie tussen een combinatie van plantensoorten en een bepaalde milieugradiënt op een statistisch verantwoorde manier kunt toetsen. ‘In het begin was het zelfs moeilijk er toepassing voor te vinden’, herinnert Ter Braak zich. ‘Er waren wel vegetatieopnames met steeds verschillende hoeveelheden plantensoorten, maar geen bodemanalyses om de opnames aan te relateren. In dit geval heeft de methode geholpen de vegetatiekunde en landschapsecologie te veranderen’, denkt Ter Braak.

‘Ik wil niet beoordeeld worden op wat ik het verre verleden heb neergezet’
De analysemethode, later aangevuld met een bonte reeks statistische instrumenten zoals redundancy analysis, hybrid analysis en permutation tests, heeft ook een sterke opmars gemaakt in de ecotoxicologie en de aquatische ecologie. Ter Braak: ‘Het succes is mede te danken aan ambassadeurs. Onderzoekers die je werk leuk genoeg vinden en anderen enthousiast maken op congressen. Dat komt goed uit, want ik reis zelf niet veel.’
In samenwerking met een Tsjechische plantecoloog heeft Ter Braak het succesvolle computerpakket Canoco for Windows ontwikkeld, dat op een simpele manier statistische bewerkingen van ecologische data kan uitvoeren. Zo kan de relatie tussen plant- of diergemeenschappen en omgevingsfactoren in eenvoudige diagrammen gevat worden. Het levert plaatjes op die je veel ziet terugkeren in publicaties in dit vakgebied. De licentierechten op Canoco bezorgen Plant Research International jaarlijks nog steeds een ‘aardig bedrag’ aan inkomsten. ‘Het zorgt voor net iets meer lucht voor de organisatie’, glimlacht Ter Braak.

Kikkers
Opmerkelijk is de diversiteit aan publicaties waaraan Ter Braak meewerkt. Zijn naam is terug te vinden in wetenschappelijke publicaties over statistiek, maar ook in artikelen over kokkelbestanden, de verspreiding van kikkers, vogels, egels, korstmossen, gif in rivierbodems en landschapsecologie.
‘De kikkers, daar ben ik ook erg trots op. Het model van de kikker dat we gebruikte klopte niet helemaal. We hebben toen op basis van het voorkomen van een kikkersoort in verschillende poelen een nieuw dispersiemodel ontwikkeld. Dit wordt nu ook voor de verspreiding van andere diersoorten gebruikt. Het is vaak de kunst om ruimtelijke informatie en een patroon dat in de tijd verloopt op een goede manier aan elkaar te koppelen. Het succes ligt dan vaak in de eenvoud’, zegt Ter Braak.
Intussen heeft Ter Braak zijn werkterrein een beetje verlegd richting genetische analyses. Hij richtte de VOC op, de Vereniging voor Ordinatie en Classificatie. ‘Toen we begonnen hadden we vier leden, drie Wageningers en één Leidenaar. Nu heeft de club driehonderd leden.’
Ter Braak vindt dat het voor DLO-medewerkers veel moeilijker geworden is om hun hoofd boven het maaiveld uit te steken. ‘Met al het urenschrijven en de controle daarop, moet je echt dapper zijn om soms gewoon je intuïtie te volgen. Vorig jaar heb ik weer een keer drie maanden al mijn werk uit m’n handen laten vallen. Ik kreeg natuurlijk op mijn kop van mijn unit manager. Toch doe ik het nooit stiekem, ik ben wel zo eerlijk om er over te blijven praten. Ik denk nu dat ik een oplossing heb gevonden voor het calibreren van genetische modellen waarmee veel wordt gewerkt. Maar ik geef toe, je weet van te voren niet of het ooit uitbetaalt.’
Statistiek ondergaat de laatste tien jaar een revolutionaire verandering. Door de automatisering van apparatuur zijn er heel veel metingen mogelijk. Ter Braak: ‘De taak van de statisticus is totaal veranderd. Vroeger kreeg je de complete cijferbrij bij wijze van spreken mee om het rekenwerk uit te voeren. Nu kijk je vooral over de schouder van de onderzoeker mee of de juiste toetsen worden toegepast. De statisticus heeft de taak te zoeken naar de echte onzekerheden in de onderzoeksopzet. Daarmee dwingt hij de onderzoeker tot gezond nadenken. De belangrijkste vraag die je altijd moet blijven stellen is: had er ook iets anders uit het onderzoek kunnen komen?’

Glossy
Ter Braak is niet erg gecharmeerd van tijdschriften als Science en Nature. ‘Dat zijn glossy nieuwsbladen, met wetenschap heeft het weinig van doen. Het is allemaal zo kort samengevat dat het volstrekt onmogelijk is de deugdelijkheid ervan te controleren’. Toch moet hij erkennen dat hij mee heeft staan juichen toen een van de publicaties waaraan hij meewerkte Science haalde.
Ter Braak heeft er een hekel aan te worden beoordeel op zijn ‘oude roem’. Bij zijn selectieprocedure rond het persoonlijk hoogleraarschap heeft hij dan ook bewust alleen zijn laatste vijf publicaties ingediend. ‘Ik wil niet beoordeeld worden op wat ik het verre verleden heb neergezet. Successen uit het verleden, bieden immers geen garantie voor de toekomst.’

Gert van Maanen

Re:ageer